ONDERTEKEND (11), DOOR SASKIA WATERMAN
Dit is het elfde en laatste deel van Saskia Watermans beeldverhaal ‘Ondertekend’. In #11 Dode Zee staat haar geïllustreerde verhaal ‘Brug’, en lezers van deze serie zullen enkele bekende personages tegen het lijf lopen.
Lees hier deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9 en deel 10 terug.
***
Het is januari geworden. Dit zijn de verwarrende dagen aan het begin van het jaar, wanneer ik me nog vergis als ik ergens een datum moet noteren. Het is geen nacht meer, en nog geen dag. Onder de dekens lig ik wakker en wacht ik tot het autoverkeer buiten aanzwelt. De verwarmingsbuizen langs het plafond tellen de minuten stotterend af.
Tijd om op te staan. Het linoleum plakt aan m’n blote voeten. Ik zet de gordijnen op een kiertje, net genoeg om de brug aan het eind van de stad te kunnen zien. In de brandgoot liggen nog de restanten van een afgestoken vuurpijl. Het natte papier heeft de kleur van roest. De lucht is een waas van grijze vlekken, net zoals de inktsporen op mijn pols. Goh, je hebt een stukje wolk op je huid, zeg ik tegen mezelf. Ik ben thuis. Voorlopig ben ik hier nog niet weg. Er is een brief binnengekomen van de woningbouwvereniging. Het contract voor de kamer van Maud is opgezegd. Binnenkort zal er een nieuwe medehuurder worden toegewezen.
Ik schrijf nog wel eens een mail, maar er is al een tijdje geen antwoord meer gekomen. Niet dat ik dat echt verwacht, als ik eerlijk ben. Ik doe het meer omdat ik af en toe iets van mezelf kwijt moet. Stukje bij beetje, totdat ik ook weer plaats kan maken voor een ander.
Gisteren zag ik dat de bushalte weer in gebruik is. Alles is hersteld. Ze zijn alleen vergeten om het zebrapad opnieuw op het wegdek te schilderen. Je kunt mijn krassen in de glazen achterwand ook niet meer zien. Iemand heeft er een flyer overheen geplakt:
IK KRIJG JE NIET MEER UIT MIJN HOOFD Jij: blonde haren, LIEF! Gekleurde sjaal, zwarte jas, in lijn 12 Ik: bruine haren, rode sjaal, bruine jas Tegenover je in lijn 12 Wanneer: donderdag rond 1730 u.
Gevolgd door een telefoonnummer. Maud zou er hard om gelachen hebben, zou net zo lang hebben geroepen dat ze ging bellen totdat ik zou blozen van gêne en haar fysiek tegen probeerde te houden. Dan had ze haar doel bereikt.
In mijn portemonnee zitten nog steeds twee donorcodicils. Welk deel van haar het ook was dat ik heb geprobeerd in mezelf op te nemen, ook al kon het mij niet verdragen, ik probeer het toch ergens te bewaren. Ze laat zich niet vinden of er is niemand meer om te vinden, dus ze zal het niet missen.
Het ontbijt ruim ik af en de vaat stapel ik op het aanrecht. Die achtergelaten pan met restjes heb ik maar in de vuilnisbak gegooid. Vandaag hoef ik de theesalon niet te openen, dus ik heb de tijd. Ik pak een boek uit mijn kamer en ga weer aan de keukentafel zitten. Dit gaat niet eeuwig duren. Over een paar weken landt er wellicht alweer een vogeltje in de takken tegenover mijn raam. Misschien kan ik een nestkastje tegen de buitenmuur spijkeren. Ik begin in het boek.
Saskia Waterman (1982) schrijft korte verhalen, gedichten en graphic novels. Voor Saskia zijn schrijven en tekenen complementair. In Dode Zee staat haar verhaal ‘Brug’, dat ze ook zelf illustreerde. Met zo sober mogelijke beelden, wil ze uitdrukken wat zich niet in tekst laat vatten.










