Gestopt
Het gebeurt me niet vaak, maar nu ben ik op de helft van een boek gestopt. Geweldig geschreven, belangrijk thema, zelfs de Libris Literatuurprijs gekregen; ‘De tolk van Java’ van Alfred Birney. Maar die sfeer, die haat, het ontbreken van maar een beetje lucht. Voor nu, na ruim 200 pagina’s, niet meer, wellicht dat ik het later nog eens terugoppak.
“Zwart-witfoto uit de late jaren vijftig. Kartelrandje, vergeeld, maar zonder nostalgische waas. Een klein aquarium op een gammel tafeltje met geruit kleedje. De cilindrische lichtkap ligt als een Duitse torpedo op de afdekruit in dit stilleven. Mama Helmond scheldt op het aquarium. Dat vieze ding stinkt met die vieze vissen, die vieze planten, die vieze slakken, die vieze algen en die vieze wormen die de bodem in kruipen. Tubifex, zo noemen ze die vieze wormen. Die gek duwt al zijn kinderen en zijn vrouw een pasgeopend jampotje onder de neus, zodat ze leren hoe tubifex moet ruiken. Staat de jampot te lang in de vensterbank, dan moet iedereen ook met die geur kennismaken. Dan slaan die wormen groen en bruin uit. Dood en verderf, noemt die gek dat. Zijn kinderen moeten leren dood en verderf te ruiken, nondedju!‘ Zo zal het in Indië dan zeker ook wel altijd hebben gestonken!’ Mama Helmond moppert de ganse dag door. Ze wil haar rust, maar die krijgt ze niet. Wát een leven met zo’n Indisch gezin in zo’n ellendig huurwoninkje van zo’n socialewoningbouwvereniging in zo’n ellendige naoorlogse Haagse nieuwbouwwijk.” (p. 116)











