Over afgelopen donderdag
Nu, bijna een week later, heb ik de rust gevonden om te schrijven over de gebeurtenissen van vorige week donderdag. Na ongeveer tweeënhalf á drie jaar geen contact te hebben gehad, sprak ik mezelf moedig toe dat ik het nu dan toch maar echt moest gaan doen. Ik drukte het nummer in en liet de telefoon overgaan. Er werd opgenomen en ik hoorde de stem die zoveel jaar geleden voor mij zo vertrouwd was. Bijna meteen moest ik huilen. Ik voelde mijn keel dik worden en mijn stem samenknijpen.
Ik vertelde hem wat er van mijn hart moest en hij vond het dapper dat ik nu eindelijk contact durfde te zoeken. Dat deed pijn. Op deze reactie was ik niet voorbereid. Ik had gedacht dat hij boos zou zijn of teleurgesteld of dat hij mij niet zou willen spreken. Dat was allemaal niet het geval. Het werd een gesprek van ruim een half uur en ik heb alles kunnen vertellen wat ik wilde vertellen en ik heb kunnen vragen wat ik wilde vragen. Aan het eind van het gesprek zei hij nog: ‘Je mag me altijd bellen al is het midden in de nacht.’
Toen we hadden opgehangen, huilde ik nog even en droogde mijn tranen. Ik vertelde mama over wat er was gezegd en ik had het met haar nog over de gebeurtenissen van zoveel jaar geleden. Dat gesprek zorgde voor zoveel woede in mijn lichaam.
Ik pakte opnieuw de telefoon en toetste het nummer van de persoon die mijn leven destijds tot een hel had gemaakt. Zij vond het minder prettig dat ik contact met haar zocht (dit kwam hoogstwaarschijnlijk doordat er al een tijdje ruzie hangt in de familie). Ik vertelde haar wat ik haar wilde vertellen en ik sloot het gesprek af met: ‘Alle deuren die ik nog voor je open had staan, gooi ik nu dicht en ik wil niets meer met je te maken hebben.’
Nu, bijna een week later, ben ik opgelucht. Opgelucht dat ik deze twee telefoontjes achter de rug heb en dat ik eindelijk de moed had om deze mensen te contacteren. Iets wat ik misschien veel eerder had moeten doen.
Nu, bijna een week later, heb ik eindelijk de rust gevonden om te vertellen over wat er gebeurde. Nu, ongeveer tweeënhalf á drie jaar later, heb ik eindelijk een oud hoofdstuk grotendeels kunnen afsluiten.















