Maandag 1 juni – Fontainebleau – Sézanne
Ik was eigenlijk wat te lang blijven hangen bij het ontbijt, waardoor ik pas rond negenen op de fiets zat terwijl er een behoorlijke etappe op me wachtte.
De route die ik met Komoot had uitgestippeld viel eerlijk gezegd wat tegen. Na het verlaten van Fontainebleau werd ik al snel een bos ingestuurd. Dat bleek een lang bospad te zijn, en niet bepaald een prettige start. Daarna kwam ik door een druk historisch stadje dat ik via een middeleeuwse stadspoort weer uitreed.
Vervolgens fietste ik langs de Seine of een kanaal, maar het zogenoemde fietspad werd al snel slechter en slechter. Ik werd ingehaald door een vakantiefietser op een gravelbike, die er duidelijk minder moeite mee had. Het werd al snel een kwestie van slalommen tussen kuilen, keien en overhangende takken. Echt fietsen voelde het op een gegeven moment niet meer.
De andere fietser had ik ondertussen weer bijgehaald en we reden een stuk samen verder. De route leek even beter te worden, maar verslechterde daarna opnieuw. Het schoot allemaal niet echt op en ik had nog een flink aantal kilometers te gaan. Op een gegeven moment besloot ik er een punt achter te zetten en een stuk over de hoofdweg te nemen. Daar was het verkeer druk, vooral met vrachtwagens, maar het ging tenminste vooruit.
Later kon ik weer kleinere wegen pakken, wat een tijdje goed ging, totdat ik opnieuw in hetzelfde probleem terechtkwam: slechte paden en ongelijk terrein. Ik probeerde het eerst nog even, in de hoop dat het beter zou worden, maar dat gebeurde niet. Het zou een prachtige route kunnen zijn als het fatsoenlijk geasfalteerd was of in elk geval beter onderhouden.
Toen ik ging lunchen zat ik al net boven de veertig kilometer. Daarna opnieuw een stuk over de hoofdweg genomen, weer met veel vrachtverkeer, maar wel effectief om kilometers te maken.
In Montereau kwam ik langs een standbeeld van Napoleon te paard. De Fransen wonnen hier onder zijn leiding een veldslag terwijl ze in de minderheid waren. Eén van de laatste grote successen uit zijn tijd.
Na Montereau volgden weer afwisselende stukken: soms rustige wegen, soms slechte paden langs het Seine-kanaal, en af en toe weer een stuk hoofdweg. Uiteindelijk reed ik via steeds rustiger wegen richting Sézanne.
De laatste twintig kilometer waren nog behoorlijk pittig met wat klimwerk. Tegen het einde kreeg ik zelfs een lichte hongerklop, simpelweg omdat de lunch te karig was geweest.
Rond vijf uur kwam ik Sézanne binnen. Ik had een kamer bij een particulier gehuurd. De sleutel zat in een kluisje bij de voordeur, dat nog flink wat overtuiging vroeg voordat het open ging. De kamer zelf was prima, met een ruime keuken en nette douche en wc.
Boodschappen gedaan bij de Aldi, want het ontbijt moest ik zelf regelen. Net als in Nederland betekende dat ook hier even wachten bij de kassa.
’s Avonds goed gegeten bij Restaurant Le Flow. Echt een aanrader, met vriendelijke service en goed eten. Daarna nog even door het oude centrum gelopen. Sézanne is best een leuk plaatsje, maar ’s avonds compleet uitgestorven. Na negenen is er letterlijk niets meer te doen, zeker niet op een maandag. In 2019 heb ik hier ook overnacht en toen was het volgens mij niet anders.















