Het is nog een eindje
Zuchtende ogen in de ochtend Starende lippen in de nacht Het zijn van die kille winterdagen die steeds meer van een mens vragen
Wachten Vrezen Smachten Hopen
Het is tijd om je spullen te pakken om naar de volgende halte te lopen
Een onderbreking Zo abrupt Zou er nog een andere trein rijden of gebruik ik mijn duim? Ik schuifel met mijn slordige schoenen over het spekgladde beton
Zwarte kraaienveren vliegen in het rond Een groene old timer wagen stopt plotsklaps voor mijn kleine boksersneus Het raampje aan de bestuurderszijde schuift haastig naar onder Mijn hart bonst in mijn keel Met wijd opengesperde ogen kijk ik naar de bestuurder afvragende of hij wel te vertrouwen is Uit de zacht uitziende mond van de bestuurder weerklinken de woorden: “KIJK UIT WAAR JE LOOPT, KUTWIJF!”
Ik neem een grote stap achteruit De groene old timer wagen rijdt voorbij Mijn vingers wurmen zich een baan door mijn verstrengeld haar Wanneer mijn lijf beslist om traag en voorzichtig terug naar voorheen te gaan














