BOXGEUR, EEN KRUIDIG BESCHREVEN TOURNEE
Boxgeur. Hoe ruikt zo’n vintage ogende Fender kast. Dat vraag ik me af. In de muziekwinkel vol gitaren, trommels, keyboards en andere bandbenodigdheden hangt altijd zo’n niet thuis te brengen penetrante geur. Van rubber, hout en metaal samen, een mix van geuren, denk ik. Maar aan een box met ingebouwde versterker had ik nog nooit specifiek geroken. Ik ben nooit vanachter mijn drumstel gestapt om er eens plat voor te gaan wanneer de gitarist even niet kijkt. En maar inhaleren. Dat was mijn gedachte. Maar gaandeweg het boek van Vincent van Warmerdam kom ik tot een ander inzicht. Het omslag van de paperback toont een geopende gitaarkoffer, het zet mij op een verkeerd been. Stom, want ik zie de babyfoto in het deksel over het hoofd. De box die is bedoeld is het omheinde speelveld van de peuter, de afgebakende leefwereld van de ouder. Het nageslacht ruikt kruidig.
Is de verhaallijn in het boek eerst één van dolle pret, leve de lol en na ons de zondvloed. Alle wereldse genoegens worden tot op de bodem genoten. Maar allengs vermengt het echte leven zich met de woorden, worden de daden meer serieus. Er is een baby met een omgangsregeling, een vriend wordt doodziek door aids, een geliefde verlaat het toneel en wordt als vermist op gegeven.
Het boek draait in drie delen om de grote vrouwen in het leven van de hoofdpersoon. Eigenlijk is al het andere bijzaak. De verhalen lezen glad weg, de woorden stromen verkwikkend binnen; Van Warmerdam heeft een fijne hand van schrijven. Door gedetailleerd de bezigheden van de hoofdpersoon en de ervaringen in de bijrollen uit te pluizen voel ik me als lezer dikwijls een voyeur. Dat begint al goed wanneer ik het boek open en binnenval in de slaapkamer waar hèt op dat moment net plaats had. Maar het samenzijn wordt plastisch beschreven, het is nergens vulgair – ook niet wellustig, het hoort bij het leven. En zeker zo losbandig in de tijd voor de aidsepidemie. Op meerdere plekken in het boek sluipt de tijdgeest binnen, wordt het verhaal in de geschiedenis gezet. In Amerika en Canada is het dan nog van alle tijden, terug in Holland wint Criquiellion in 1984 het WK wielrennen. In China staan de studenten op de barricades.
Het verhaal reist eerst mee met de drummer die zingt, het zusje de bassiste en de gitarist met geleende loopjes en blueslicks. Musketiers voor een hoger doel. De muziek doet het goed in het college-rockcircuit, ergens laat het zich omschrijven: European new wave midway between punk and chanson, linked with vaudeville and folk music. Hoor ik dat? In een zaal zit ik wanneer de band onderdeel wordt van een optreden dat uitmondt in een met alcohol doordrenkte versie van “It’s all over now”. En dat is knap, om in woorden muziek te laten klinken. Vincent doet het.
Vijf jaar later zijn het zeven gitaristen die onder meer in de Trans Siberië Express stappen, een jarige Mongool toezingen en de oversteek maken in een verouderd propellervliegtuig vol met militairen: gitaren en kalasjnikovs. Deze tournee is een beproeving, krankzinnig. “Voor een Amerikaan is een vreemdeling een lotgenoot, geen bedreiging. In Rusland zijn we altijd buitenstaanders gebleven.”
“Boxgeur” beschrijft nauwgezet de belevenissen achter de schermen, de ritten tussen de bühnes. Er wordt minder gespeeld dan dat men onderweg is. Repetities vinden op de achterbank plaats. “Van spelen op de achterbank word je niet beter. Pas als je voor publiek staat, raak je je angst kwijt, je gaat spelen in de letterlijke zin. Niet wat je ingestudeerd hebt; je gaat improviseren, variëren, experimenteren. Ik verlang naar die spanning, de kick van het optreden, en ik mis de opluchting en de sexy roes na afloop.” Voor EMI gaan ze de studio in, maar het is niet hun muziek dat op tape komt. Ze spelen op festivals. De hoofdpersoon duikt meerdere malen het bed in met andere standjes. “Nooit is er een geliefde. Altijd ben ik naar haar op zoek en nooit is zij dezelfde. Dat is geen ontrouw, want ik ben van niemand.”
De schrijver neemt me gemakkelijk mee en ik geef me eenvoudig over. Ik laat me meeslepen in het verhaal, zit op de achterbank van de auto. Sta backstage en heb een oortje in om de Spotify playlist te beluisteren op mijn mobiel. Want het verhaal is doorweven met verwijzingen naar muziek van die tijd, het geeft “boxgeur” een extra dimensie. Vincent weet de grote lijnen te volgen en makkelijk in detail af te wijken. Met humor, soms zelfs tot in het absurde.
Eerst reis ik mee naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ik ben getuige van onderlinge strijd, een creatief liefdesleven, ziekte, tegenslag en minder hoor ik het repertoire van de band on stage. Het is intrigerend zo de weg te volgen van een tweederangs band, die toch maar is gevraagd voor podia overzee. “Reizen stemt nederig. (…) Wanneer je reist, is het goed om te bedenken dat je bestemming al bestond voordat je aankomt.” Op meerdere plekken en in diverse situaties is de hoofdpersoon filosofisch van aard. Naast de vele uitspattingen geeft dit het verhaal een dromerige ondertoon. Goede gesprekken onderweg, dialogen die ergens over gaan. De schrijver praat met zichzelf in de ander. In het nu, maar ook makkelijk teruggrijpend naar toen en thuis. Er zijn verschillende lijnen in het verhaal, die naar eenzelfde plot leiden: happy together. Maar het maakt het boek niet verwarrend. Ik ga zo mee een zijweg in en vindt dan snel opnieuw aansluiting op de hoofdweg. Ik ben toeschouwer, maar kruip ook wel in de geest van de hoofdrolspeler. Sta ik aan de zijlijn, zorgt Vincent ervoor dat ik middelpunt van actie ben. Zo leest het.
“Soms is het alsof het echte leven achter mijn rug plaatsvindt. Alsof ik er buiten gehouden wordt. Ze willen het mij besparen.”
BOXGEUR, literaire roman van Vincent van Warmerdam. Uitgever de Geus, 2020.










