Langs onze kust worden op diverse plekken en met enige regelmaat zwaar versteende en glanzende viswervels gevonden met een opmerkelijke zandlopervorm. Zelf heb ik er tientallen. Deze wervels zijn alle in meer of mindere mate door hyperostose vervormd waardoor ze buitengewoon lastig toe te schrijven zijn aan een geslacht of soort.
Door hyperostose vervormde viswervels, ook wel Tilly Bones genoemd, zoals die langs onze kust gevonden kunnen worden.
In 2018 dacht ik na ampel onderzoek de wervels op morfologische gronden en op grond van metingen te hebben gedetermineerd. Ik dacht ze toe te kunnen schrijven aan de schelvis, Melanogrammus aeglefinus (Linnaeus, 1758). Mijn onderzoek deed ik aan de hand van literatuur, een groot aantal fossiele wervels en enkele skeletten van recente schelvissen.
Om mijn bevindingen wereldkundig te maken publiceerde ik mijn bevindingen in Afzettingen van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartiaire Geologie. Ik was benieuwd hoe het ontvangen zou worden. Want hoewel ik overtuigd was van mijn onderzoek had ik een slag om de arm. Ik was nergens in mijn onderzoek een recente schelviswervel tegengekomen die vervormd was door hyperostose: voer voor discussie.
In mijn publicatie stelde ik daarom dat het voorkomen van vervormde wervels bij de schelvis nader onderzoek verdient.
Lees hier de publicatie: De Tilly Bones van het Eurogeulgebied
En dat onderzoek is gedaan. Wim Wouters, André Cardol, Lex Kattenwinkel en Bram Langeveld hebben binnen hun onderzoek naar Pleistocene hyperostotische visbotten van de stranden van Dishoek en De Banjaard de vervormde wervels nog een grondig bestudeerd. Behalve zelf gevonden materiaal, materiaal uit de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (NMR) hadden zij ook toegang tot de grote vergelijkingscollectie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. In deze collectie vonden zij geen enkel vervormde wervel en ook in alle tot op heden onderzochte archeologische scheviswervels was dit het geval.
Behalve dat de er geen door hyperostose vervormde wervel werd gevonden werden er ook wat oneffenheden in mijn beargumentatie gevonden. Hun bevindingen sluiten uit dat de wervels van de schelvis afkomstig zijn. Mijn determinatie is dus weerlegd. En dat is maar goed ook. De wetenschap is niet geholpen met onjuiste conclusies.
Van welke vis(sen) de wervels wel afkomstig zijn wordt door Wouters, Cardol, Kattenwinkel en Langeveld in het midden gelaten. Zij vermoeden dat het om een of meerdere warmte minnende soorten gaat. Hun publicatie is meer dan de moeite waard om te lezen: Pleistocene hyperostotische visbotten van de stranden van Dishoek en De Banjaard, Afzettingen WTKG 43 (4), 2022
Wie op basis van mijn onderzoek de fossiele zwarte wervels als schelvis in de collectie heeft opgenomen, wil ik vragen deze determinatie te herzien. Hou het voorlopig maar op ‘Tilly Bone’.