De kunst van een ingepakt schilderij. Darian Mederos schildert het.
seen from Yemen
seen from Canada

seen from Namibia
seen from Germany
seen from Oman
seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States

seen from Namibia
seen from United Kingdom
seen from Algeria

seen from United States
seen from Switzerland
seen from Türkiye
seen from Germany

seen from Brazil

seen from Germany
seen from China
seen from India

seen from Namibia
De kunst van een ingepakt schilderij. Darian Mederos schildert het.
May 02, 2017
Guilty pleasures (deel 2)
Guilty pleasures (deel 2)
Vrijdag hadden we het over guilty pleasures; de dingen waar je je eigenlijk een beetje voor zou moeten schamen, maar waarvan je tóch geniet. Vandaag is het tijd voor deel twee van deze lijst. De theorie is dat iedereen wel één of meerdere guilty pleasures heeft, omdat het ook wel iets heel Nederlands is. Wij kaaskoppen vinden dingen al gauw ‘fout’ (behalve als het onze eigen dingen zijn). Bij…
View On WordPress
Sommige mensen zou ik wel in bubbeltjesplastic willen wikkelen, zoals ik dat doe wanneer ik niet wil dat de wereld iets breekt.
Bubble Calendar, a poster-sized calendar with a bubble to pop every day.
Dit is dus echt iets voor mij, haha
Onwil
Al urenlang had hij haast gedachteloos voor zich uit zitten staren, op zijn schoot een rol bubbeltjesplastic. Hij had er een stuk van afgescheurd, liet het telkens opnieuw door zijn vingers glijden. Aan het begin had hij er lol in gehad, elke keer dat hij zijn duim en wijsvinger naar elkaar toedrukte knapten er meerdere belletjes. Later ging het steeds moeizamer, zochten zijn vingers naar de overgebleven plastic bubbeltjes die nog een mooi maar eenzaam knappend geluid zouden geven zodra hij kneep. Steeds troostelozer klonk het geknap en steeds moeizamer ging het. Het leek zo op zijn relatie met Marij. Zo eenvoudig als het in het begin was gegaan, met zoveel knallen en zoveel intensiteit, zo moeizaam en troosteloos ging het nu. Soms waren die momenten er nog, maar ze kwamen allemaal los van elkaar en wisselden elkaar niet vlug af zoals vroeger, maar kwamen een bij een met lange tussenpauzes.
"Je loopt te langzaam voor me," riep ze telkens, lachend, altijd lachend, "Ik wil hard!" Maar de laatste tijd had het lachen een verdrietige ondertoon gekregen. Telkens als ze voor hem uit liep, haast rende naar zijn mening, werd haar geroep overstemd door zijn eigen gehijg.
Gefrustreerd gooide hij het bubbeltjesplatic op de grond, begon er op te stampen. In één stamp minstens tien knalletjes, in de volgende stamp nog slechts drie; vervolgens zweeg het plastic. Hoe hard hij ook stampte, er klonk slechts het knisperen van het velletje over de vloer, het einde van het plastic net zo dodelijk stil als zijn relatie met Marij.
"Ik kan niet meer, Jonah, ik kan niet meer. Je tempo houdt me tegen. Telkens als ik harder wil, zwak jij mijn tempo af. Als ik vooruit huppel kom ik binnen de kortste keren teruggehuppeld - dat weet ik van mezelf ja, dat doe ik nu al twintig jaar - en ik kan niet meer. Ik wil je bijhouden maar tegelijkertijd mijn tempo niet afzwakken, begrijp je? Je begrijpt het niet. Ik bedoel dat ik niet wil dat mijn leven zo weinig invulling krijgt door het langzame lópen van jou. Je weet wat ik bedoel met lopen, toch? Het punt is gewoon dat ik met je meeloop, langzaam, omdat ik om je geef - kijk nou niet zo, dat weet je - maar dat ik dan vervolgens ongeduldig raak, de rest van mijn leven ruik, en dan wil ik sneller. Omdat ik dat wat voor mij ligt ruik, snap je? En dan versnel ik ook, ik ga harder lopen. Soms zelfs huppelen als ik er toe in staat ben. Als dat wat voor me ligt zo lekker ruikt dat ik er van wil gaan huppelen, dan ga ik huppelen. En harder ga ik en sneller en dichterbij kom ik. Maar dan stokt er iets in me Jonah, dan stokt het allemaal en dan sta ik stil en ik kijk achterom. En daar loop jij dan, je hobbelt een beetje, alsof je met een stok loopt, mank. En ik draai me naar je toe en wacht op je, tot je bij me bent. Of ik kan het niet hebben dat het zo langzaam gaat en ik ren terug om je te halen. Niet dat het zin heeft verdomme, met mij erbij ga je geen meter per uur sneller vooruit, lul. Soms heb ik het idee dat je het niet eens probeert, om sneller te gaan. Voor mij. En dan voel ik me egoïstisch, is het niet zo dat je zoveel voor me hebt gedaan? Begin ik er over na te denken en weet ik het niet meer. Loop ik daar nog steeds, naast je, je ondersteunend. Mijn arm wordt lam en mijn hoofd raakt bol van de prikkels van door willen gaan. Godverdomme Jonah wat wil ik graag doorgaan.
Hij had haar altijd maar laten praten. Wilde haar bij zich houden, dat stond vast. En harder kon hij niet. Wilde hij niet eens en daar kwam het ook door, door zijn onwil ging hij niet harder.