Herkenbare momenten als dichter deel II
Soms schrijf je een gedicht over iets wat later “waar” wordt. Is dit positive-affirmations en law of attraction at work? Wie weet.
Je voelt aan je tentakels of een gedicht “goed” is of niet. Of het nou gaat om iets in de krant, een bundel, een roman. Je weet intuïtief of je een goed of slecht gedicht voor je hebt.
Je kan er niet met je hoofd bij dat er mensen zijn die hele romans kunnen schrijven, alsof een gedicht al niet genoeg toewijding vereist.
Als je een goed werk tegenkomt en dit met vrienden deelt voel je je een beetje gespannen en hoop je dat ze het begrijpen, niet elke techniek of nuance- maar voldoende om te kunnen waarderen wat jou zo aangrijpt.
Het zit je licht dwars dat er mensen, vaak mannen, zijn die niks met poëzie hebben. Misschien zelfs niet met muziek. Die niet geraakt worden door woorden- hoe dan? En wat een dreadful bestaan moet dat zijn. Deze rollercoaster is ook geen pretje maar passieloos en traanloos leven? Dat gaat echt tegen je zijn in.
Tering goedkope dichtbundels uit de kringloop of tweedehands boekenwinkel scoren is een ongekend euforisch moment.
Je irriteren aan specifieke dichtstijlen van specifieke dichters is een fenomeen.
Feministische poëzie is dope. Poëzie door mannen geschreven ook, maar anders. En ergens hoop je dat als je beide blijft lezen en lezen en lezen totdat je neervalt, je op een dag het geheim kan ontravelen over het fundamentele verschil tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein. (Maybe this one is just me.)
Je bent gevoelig, wellicht té en je hebt er last van. Maar als je niet so sensitive zou zijn, zou je niet zo mooi kunnen schrijven- met zoveel kleur en schaduwen en hoop en despair en alles daartussen in een schilderij van woorden maken. Bovendien zou je jezelf dan niet zijn. Hoge pieken, lage dalen. Maar liever dat als vlak.
Je hebt je ooit voorgesteld hoe het zou zijn als je als dichter zou kunnen leven zoals in de jaren 60-70, een (gedeeld) appartement in een grote kunstzinnige stad, schrijven en je brood ermee verdienen. Genieten, genieten, lijden, leven, écht leven en heel veel lezen. Hoe mooi en tegelijkertijd daunting zou die bohème scène voor je zijn?
Je houdt van oude muziek. En oude films. En misschien zelfs oude architectuur. En misschien overgeneraliseer ik dit, maar ik kan me haast niet voorstellen dat er jonge dichters zijn die graag “pop muziek” luisteren.
Je bent een einselganger, altijd al geweest. Maar je houdt wel van mensen.
Het motiveert je te zijn met andere die schrijven. Maar het demotiveerd niet als je in afzondering schrijft. Het enige bezwaar is dat zo weinigen de zin zien van wat je doet: dichten. Gelukkig zie je die zelf ook niet altijd.






