Destijds, kort voor de grote oorlog, vierde een honende trots hoogtij, een ijdel partijkiezen van de zogeheten 'décadence', voor een hal gespeelde en overdreven vermoeidheid en een bodemloze verveeldheid. In die sfeer bracht ik mijn beste jaren door. In die sfeer was nauwelijks plaats voor gevoelens, hartstochten waren helemaal uit den boze. Mijn vrienden hadden kleine, zelfs onbeduidende 'liaisons', vrouwen die je aflegde, soms zelfs uitleende als een overjas, vrouwen die je vergat zoals paraplu's of met opzet liet liggen zoals hinderlijke pakjes waarnaar je niet omkijkt uit angst dat ze je achterna gedragen worden.









