14-05-2026
seen from T1
seen from Netherlands
seen from Netherlands

seen from United States
seen from Kazakhstan
seen from China
seen from Germany

seen from United States
seen from China

seen from United States
seen from United States
seen from Mexico
seen from Austria

seen from Russia
seen from Belarus
seen from Malaysia
seen from Peru
seen from Belarus
seen from Greece

seen from Norway
14-05-2026
Honger
Ik rouw het verlies van een half jaar,
Wat verandert in mijn halve leven.
Kijkend in spiegels,
Wanhoop overweldigt mij,
Wensend dat ik iemand anders was,
Gemaakt zoals ik gemaakt wil zijn.
Er is geen vervulling
Als perfectie die je zoekt,
op het puntje van je tong ligt,
Al door je keel glijd.
Je grootste vijand je belangrijkste levensmiddel.
Ik heb honger, niks voldoet mij,
Niks is genoeg om mij te redden,
Er is iets in mij geprogrammeerd,
Nummers gestikt door mijn brein.
In mij geweven als het rode draad,
Wat mij steeds terug verbind,
Aan deze zelf toegebrachte hel.
Blijven strijden om te ontsnappen,
De angst dat het nooit weer goed komt groeit in mij,
Als ik langs de spiegel loop,
En ik iets te lang kijk,
Voel ik haar weer.
Een realisatie,
De reden waarom ik zo ben.
Ik heb honger.
27 juli 2000, 11:17
volop zomer en de woonkamer staat vol moeders zwevend boven de eikenhouten vloer neerkijkend op het glinsterend tafereel — het was niet altijd moederkoek en ei
voor dank niet meer nodig dan de namen op het geboortekaartje taliger dan dit wordt onze liefde niet
sterker dan dit wordt onze verbintenis niet want een baby wordt een meisje, wordt een puber wordt een vrouw, ze leert praten en ze leert zwijgen
ze ontdekt wat moeders verzwijgen en verdragen zodra het gewicht uit de buik gelost is stapelt het zich op haar schouders
ze observeert, ze leert, en ze concludeert dat moederschap niet voor haar weggelegd is op zoek naar een manier om ze te eren zonder initialen, wil ze weten
wat de vrouwen vóór haar mens maakte, voordat ze moeders waren
In de dichterscommunity zijn we deze maand bezig met een schrijfchallenge. Dit gedicht hoort bij de opdracht: schrijf een gedicht met de exacte datum en tijdstip van je geboorte.
Hobbytelescoop
Of ik ooit een vallende ster heb gezien. Nee, zeg ik, denkend aan de keer dat je ineenzakte tegen de badkamerdeur, als een hoopje kleren dat gedachteloos was neergegooid. Ik draai om je heen als een elektron, je treedt buiten je oevers zoals toen we geitenhersenen zagen liggen in een Franse supermarkt en je je afvroeg waar geiten over dromen. Ik lees je handen als een boek, ook zo kun je bidden: met je blote vuisten opgeheven als vlaggen in de wind, strijdbanieren in een oorlog die jij alleen kent. Vormen van de oude dingen hebben groeven in je huid gesleten, als rivieren die hun baan in het landschap kerven. Verlangen houdt niet op aan het eind van de wereld, vroeger dachten ze dat je eraf zou vallen als je maar ver genoeg ging. Je hebt het geprobeerd, maar de aarde bleek toch onontkoombaar. Er zit een stukje hemel in je dat naar huis wil, je tuurt door je hobbytelescoop om het gat tussen de sterren te ontdekken.
'T is vrijdagavond
Als ik nu zou sterven
Dan zou ik jou
Het weekend mooi bederven
En het zou mij zelf
Geweldig spijten
Als ik morgen niet meer met jou kan ontbijten
- Toon Hermans, Ontbijten met jou (1989)
Ik denk aan achterin de auto zitten, denkend dat de maan onze auto volgt en willen geloven dat ik die onschuld nooit kwijtgeraakt ben. Ik denk aan de rimpelige hand van mijn oma die de mijne vasthoudt terwijl ze naar het menu wijst van het restaurant. Ik denk aan diezelfde handen die mijn poppenwagen vooruitduwden als ik moe was van het rennen. Ik denk aan mijn beste vriendin van de middelbare school en dat zij altijd lekker rook, behalve als ik haar haren vasthield boven de wc. Maar dat kon ik haar met al die moeilijke gedachtes nooit kwalijk nemen. Ik denk aan alle halflege auto’s tijdens de avondspits, hoe er altijd uitstapjes zullen zijn waar iemand bij had moeten zijn. Ik denk aan alle vechtlust en waar die dan precies verloren gaat. Ik denk aan al die keren dat een ruzie eindigt, net als het onweer wat steeds verder wegtrekt, en hoe de volgende dag precies hetzelfde weer voorspeld wordt. Ik denk aan alle schijn die ik ophoud, aan het toch krampachtig vasthouden van mijn knuffel in bed, alsof die mij kan beschermen tegen alles wat in mijn nachtmerries gebeurt. Ik denk aan hoe het leven mij kan verafschuwen, haar pijn vooral. Ik denk aan alle redenen om te blijven (be)staan.
V.B.
Als ik een vogeltje was, zou ik dan de wereld rondvliegen, of een nestje bouwen?
Als ik een vogeltje was, zou ik dan nog bang zijn om te vallen, of net de afgrond opzoeken?
Als ik een vogeltje was, zou ik dan tegen de stroom in gaan, of me laten dragen door de wind?
Als ik een vogeltje was, zou ik dan mijn vleugels spreiden, of dromen dat ik kon zwemmen?
Als ik een vogeltje was, zou ik dan een vogeltje willen zijn?
Herkenbare momenten als dichter deel II
Soms schrijf je een gedicht over iets wat later “waar” wordt. Is dit positive-affirmations en law of attraction at work? Wie weet.
Je voelt aan je tentakels of een gedicht “goed” is of niet. Of het nou gaat om iets in de krant, een bundel, een roman. Je weet intuïtief of je een goed of slecht gedicht voor je hebt.
Je kan er niet met je hoofd bij dat er mensen zijn die hele romans kunnen schrijven, alsof een gedicht al niet genoeg toewijding vereist.
Als je een goed werk tegenkomt en dit met vrienden deelt voel je je een beetje gespannen en hoop je dat ze het begrijpen, niet elke techniek of nuance- maar voldoende om te kunnen waarderen wat jou zo aangrijpt.
Het zit je licht dwars dat er mensen, vaak mannen, zijn die niks met poëzie hebben. Misschien zelfs niet met muziek. Die niet geraakt worden door woorden- hoe dan? En wat een dreadful bestaan moet dat zijn. Deze rollercoaster is ook geen pretje maar passieloos en traanloos leven? Dat gaat echt tegen je zijn in.
Tering goedkope dichtbundels uit de kringloop of tweedehands boekenwinkel scoren is een ongekend euforisch moment.
Je irriteren aan specifieke dichtstijlen van specifieke dichters is een fenomeen.
Feministische poëzie is dope. Poëzie door mannen geschreven ook, maar anders. En ergens hoop je dat als je beide blijft lezen en lezen en lezen totdat je neervalt, je op een dag het geheim kan ontravelen over het fundamentele verschil tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein. (Maybe this one is just me.)
Je bent gevoelig, wellicht té en je hebt er last van. Maar als je niet so sensitive zou zijn, zou je niet zo mooi kunnen schrijven- met zoveel kleur en schaduwen en hoop en despair en alles daartussen in een schilderij van woorden maken. Bovendien zou je jezelf dan niet zijn. Hoge pieken, lage dalen. Maar liever dat als vlak.
Je hebt je ooit voorgesteld hoe het zou zijn als je als dichter zou kunnen leven zoals in de jaren 60-70, een (gedeeld) appartement in een grote kunstzinnige stad, schrijven en je brood ermee verdienen. Genieten, genieten, lijden, leven, écht leven en heel veel lezen. Hoe mooi en tegelijkertijd daunting zou die bohème scène voor je zijn?
Je houdt van oude muziek. En oude films. En misschien zelfs oude architectuur. En misschien overgeneraliseer ik dit, maar ik kan me haast niet voorstellen dat er jonge dichters zijn die graag “pop muziek” luisteren.
Je bent een einselganger, altijd al geweest. Maar je houdt wel van mensen.
Het motiveert je te zijn met andere die schrijven. Maar het demotiveerd niet als je in afzondering schrijft. Het enige bezwaar is dat zo weinigen de zin zien van wat je doet: dichten. Gelukkig zie je die zelf ook niet altijd.