We dobberen nog
Deze maand ben je jarig en de ideeën van wat ik je kan geven spoken door mijn hoofd. Ik wil je iets geven dat ik zelf heb gemaakt, omdat ik weet dat je dat meer gaat waarderen dan iets uit de winkel. Daarbij heb ik je al eerder cadeaus gegeven die door mijn eigen handen waren gefabriceerd. Ik gaf je al vaker stukjes van mezelf, met de hoop dat je mijn liefde zou voelen.
Want ergens bevind jij je nu in een soort comfortabele positie in mijn hoofd. Het is alsof we in de zee zijn en de golven ons twee meebrengen, maar ik je niet kan aanraken. Je bent te ver weggedreven en de ruimte tussen ons is te groot om te overbruggen.
Daarom kijk ik van een afstand en zie hoe het zachte water je omhelst, hoe iets kleins jou volledig fascineert. Het is een takje of een vis die langs zwemt. Wellicht een stuk zeewier. Met liefde bekijk je het, neem je ieder detail in je op en laat je het dan los. Op dat het vrijheid verdient, ik stel me voor dat je zoiets zou zeggen.
En ergens ben ik heel content met waar ik sta. Ik kan jou bewonderen, hoewel van een afstand. Maar ik zie je nog. Jij ziet mij nog en we dobberen.
We dobberen nog.
En misschien is dat genoeg.
Voor nu, dan
- zachtgefluister
















