Ik wou dat ik het leven zo zag.
Ik voel het heen en weer schudden en hoor het constante geronk. Er staat een meisje naast mij ze draagt een zwart leren jack met studs en ze heeft vel rood haar, met haar middelvinger gespalkt houd ze zich vast in de bus. Ik bestudeer haar gezichtsuitdrukkingen en haar ruige manier waarop ze zichzelf wegzet, als ze merkt dat ik naar haar zit te kijken moet ze lichtelijk glimlachen maar ze probeert dit te onderdrukken met een stoere blik. Ze stapt uit en ik volg haar verschijning tot ze compleet verdwenen is. Even later stap ik uit en loop ik over het trottoir de stad in tegel voor tegel zet ik mijn voet er in. Ik bekijk vanaf een afstand de mensen, de manier waarop ze met elkaar omgaan en ik vang de verschillende emoties op. Ik volg de looppatronen van de mensen, als je goed kijkt zijn wij net mieren en de stad is één van de grote nesten die wij gebouwd hebben. Je verwacht juist geen duidelijkheid maar chaos als je deze mensen door elkaar heen ziet lopen. Alleen weet ik dat een groot deel van deze mensen georganiseerd op hun doel afloopt. Ze lopen naar huis of naar die winkel waar ze hun schoenen willen kopen, ze gaan ergens eten of zijn op weg naar hun werk. Ik ben juist onderweg zonder doel en zonder missie. Het voelt prettig en geeft mij innerlijke rust. Ik steek een sigaret op en ik voel het licht worden in mijn hoofd. Het word er mistig waardoor ik mijn verplichtingen en zorgen niet meer kan zien. Ik wandel nog enkele uren door de stad en ik loop door naar het Noorderplantsoen ik ga in het gras liggen sluit mijn ogen ik voel de zon op mijn huid branden en luister naar de gesprekken van de mensen om mij heen.
Een horde agressieve mensen zie ik op mij af komen. Mijn ademhaling versnelt en ik voel mijn hart heftig kloppen in mijn borstkas. Ik vlucht weg en zorg ervoor dat ik blijf rennen de mensen blijven mij achtervolgen en het lijkt uren te duren. Ik ben angstig en beweeg mijn armen naast mijn lichaam alsof ik mijzelf klaar ga maken om als mens de lucht in te vliegen. Als de mensen mij bijna aan kunnen raken komen mijn voeten los van de grond en vlieg ik de lucht in. Ik moet mij in blijven spannen en in beweging blijven om te vluchten en te ontkomen. Enkele tellen later word ik wakker met zweet op mijn voorhoofd. Ik heb het koud en het is al schemerig geworden als ik om mij heen kijk zie ik dat er niemand meer in het park is.
Ik slenter richting mijn studentenkamer en open de voordeur. Vrijwel gelijk val ik op mijn bed, ik ga naakt onder de dekens liggen en ik voel mij vrij. Als ik wakker word in de ochtend pak ik mijn gitaar en begin ik te spelen.