Gewetenloos
Zij sliep zo vredig, altijd. En ik, in al mijn onwetendheid, dacht dat zo een onverstoorbaarheid alleen de slaap der onschuld kon zijn. Glimlachend keek ik naar die engel aan mijn zij, maar de onschuld die ik bevroedde bleek simpelweg gewetenloosheid.
--- 25-7-2020, M.A. Tempels ©








