Ik wil het even met je hebben over het woord teruggeven! Jech. Zoals dat op dit moment wordt gebruikt, zeg maar gerust misbruikt. Jech! Heel erg jech! Let op. De eerste keer dat ik het bewust op deze manier hoorde was in een interview met de een of andere vastgoed-gladderik. Het ging over de oude binnenstad van Gouda, meen ik. Daar is een deel van schitterende historische gevels in de jaren ’80 en ’90 vernacheld door ten hemel tergend lelijke C&A architectuur. Nou ja architectuur? Een somber soort beton-bombardement. Snijdend van lelijkheid en ronduit pijnlijk voor oog, hart en ziel.
Goed, volgens de vastgoedvlerk ging de beton er nu dan toch eindelijk uit en zouden er gezellige geveltjes voor terugkomen “om de stad weer in dat authentieke (nog zo’n buzzword) sfeertje te brengen, uiteraard met een nieuw stukje duurzaamheid”.
Het stadshart van Gouda, ja daar komt –ie, zou terug worden gegeven aan de Goudse bevolking. Hoeveel cynisme past er in een zin? Heel veel cynisme! Eerst haal je grijpend en graaiend de ziel uit een binnenstad en vervolgens geef je sneaky en snaaiend Gouda weer terug aan Gouda. Waarbij er natuurlijk maar een groep de verdubbelaar heeft aanstaan: het gilde van de bouwheren, de projectvernachelaars en andere onroerend-goed-graaiers.
De tweede keer was wederom in een praatje met een vastgoed-jongen. Kennelijk zijn die nogal aan het teruggeven. En, eerlijk is eerlijk, ik moet u even teruggeven dat ik die jongens al net zo kennelijk, kennelijk wel eens spreek omdat ik voor een blad schrijf dat kennelijk over vastgoed schrijft en dat die jongens het kennelijk slim vinden om af en toe wat terug te geven. Terzake. Dit keer ging het om de her-ontwikkeling van Hoog Catharijne. In de jaren ’70 heb ik er nog op een zeepkist voor gestaan. Of beter gezegd tegen. Maar Brederode won. En de koningin opende. Nu gaat er ook in hartje Utrecht van alles worden teruggegeven aan de stad. Hele straten, volledige grachten en verre vergezichten. Geven is het nieuwe graaien.
De laatste keer dat er terug werd gegeven was afgelopen week. In Groningen. Daar staat de boel op exploderen en imploderen tegelijk, zoals u weet. Het grootkapitaal dat NAM, Shell en ESSO heet heeft de grond leeg en de portemonnee volgetrokken en verder, heel slim, de capaciteit de afgelopen paar jaar fors opgeschroefd om nu met behuilde oogjes te kunnen zeggen dat ze echt waar, heel echt waar, 10% minder zullen doen.
Goed daar buitelen de heren politici (ook deel van het complot, want inkomsten en dus speeltjes als de volkomen failliete Betuweboemel waar uiteindelijk alleen diezelfde bouwheren, de projectvernachelaars en andere onroerend-goed-graaiers beter van worden) nu over elkaar. Want verkiezingen. En met welke boodschap buitelen ze over elkaar? Juist. ‘We gaan Groningen teruggeven aan de Groningers!’ Hoeveel cynisme? Heel veel cynisme!
Tot slot zou ik zeggen: Groningers, let op wat je terugkrijgt. Al zijn de meeste Groningers gelukkig koek-nuchter, maar toch, let goed op wat je terugkrijgt. Voor je het weet is er toch ineens weer iets aan een of andere strijkstok of in een binnenzak van een glad Society Shop pak blijven steken en is een citroen per abuis een knol geworden. En dat doet me dan ineens weer denken aan die sabel van Willem Alexander. Gezien? Hij kreeg een loeiduur zwaard van een of ander regiment. En wat gaf hij terug? Een stuiver.