De Vloer Op: over “ja” zeggen en je angst overwinnen
Vorig weekend (29-09) stond de speciaal geselecteerde cast van ‘De Vloer Op’ bij Cultura op de vloer. (Flauw, ik weet het.) Als kersverse Theaterkijker werd dat de eerste voorstelling, in deze rol, die ik mocht bezoeken en ‘beoordelen’.
Theaterkijken vind ik geweldig, maar theatermaken is (naar mijn mening) vet eng. Laat staan als je geen script mag leren, maar zelfs ter plekke iets goeds of grappigs moet gaan zeggen. Toch bestaan er mensen op deze wereld die daar een kei in zijn. Dat werd tijdens 'De Vloer Op’ meer dan duidelijk door het spel van Saskia Temmink, Oda Spelbos, Vincent Croiset en Guido Spek. Net zoals op TV had Peter de Baan de regie en presentatie van de voorstelling in handen. Het draaide deze avond niet alleen om de improvisatiescènes van de cast, maar ook om een kijkje achter (in dit geval 'voor’) de schermen van het acteursvak. Dat bleek ontzettend interessant. Ook voor mensen (zoals ik) die niet per se zelf in de spotlights willen staan, maar het wel tof vinden om even binnen te dringen in het hoofd van een artiest met serieuze acteer- en improvisatieskills.
Het bijzondere aan deze voorstelling en aan de setting van Cultura in het algemeen is: je bent heel dichtbij de spelers. Fysiek, maar door de ongeplande gebeurtenissen in dit theaterstuk, ook mentaal. Saskia, Oda, Vincent en Guido wisten niet van tevoren welke rollen zij moesten aannemen, welke scènes ze moesten spelen of welke vragen ze uit het publiek konden verwachten. Toch slaagden ze er onophoudelijk in om ons mee te nemen in hun spel, ons te laten lachen, mee te laten leven en ons te informeren over het vak als acteur. Dat laatste punt was overigens de grootste taak van Peter de Baan. Leuk om hem eens op het toneel te zien en hem 'zijn’ verhaal te horen doen. Wisten jullie bijvoorbeeld dat hij al jarenlang de context van de scènes zelf bedenkt? Of zeggen jullie nu: “Duh Cheraine, hij is toch de regisseur?” Daar zit wat in. Toch vond ik het indrukwekkend om te horen. Ik heb veel respect voor de creatieve geest van de spelers, maar Peter kan er dus ook wat van!
Naast zijn rol als ‘opdrachtengever’ leerde Peter ons het een en ander over de werkwijze van (improvisatie)acteurs. De deelnemende spelers stonden hem daarin bij en vulden hem waar nodig aan. In principe is een bepaalde rol die een artiest aanneemt, een andere 'variatie’ van zichzelf. Degene die zich omtovert in een ander, blijft toch een beetje zichzelf door op zoek te gaan naar eigen karaktertrekken / eigenschappen, die bij de aangenomen persoon passen. Dat is blijkbaar dé truc om jouw personage niet fake te laten overkomen.
Dan een ander punt dat mij goed bijbleef. Een geïmproviseerde scène wordt interessanter, doordat de spelers “ja” tegen elkaar zeggen. Ze gaan als het ware constant mee in elkaars fantasie. Een voorbeeld: uit een opdracht van Peter blijkt dat Saskia de directrice is van een school waar Guido lesgeeft. Opeens wordt uit een zin van Saskia duidelijk dat Guido en zij een stel zijn. Guido moet hierdoor meteen schakelen. Hij zegt dan niet: “Hoe kom je erbij? Wij hebben helemaal geen relatie!” Dat zou saai en (in veel gevallen) voorspelbaar overkomen. In plaats van “nee” te zeggen tegen een contextsuggestie van Saskia, zei Guido “ja”. Hij praatte direct mee over hun verhouding en kon daardoor een hilarische opmerking in de scène gooien. Wanneer je op dat acteerfoefje begint te letten, krijg je snel in de gaten dat het meegaan in elkaars keuzes voortdurend terugkomt.
Gedurende 'Op De Vloer’ kregen de toeschouwers de kans om, tussen de improvisatie-opdrachten door, vragen te stellen aan de deelnemende artiesten. Een van de vragen, die ik mezelf ook gelijk afvroeg, was: “Ben je nooit bang dat je niet weet wat je moet zeggen?” Het antwoord was simpel: “Jawel.” Ook improvisatietalenten zijn weleens bang. Hoe ze daar dan mee omgaan? “Gewoon beginnen aan een zin en hopen dat er vanzelf meer goede woorden volgen,” vertelde een van de dames eerlijk. “Angst moet je leren omhelzen. Daarna is de euforie alleen maar groter.” Aan de hele sfeer in de zaal merkte je dat het publiek aan de lippen hing van de acteurs. Of ze nou samen (of alleen) een scène te lijf gingen of geheel eigenzinnige antwoorden gaven op onze vragen, dat maakte niet uit. Alles was boeiend en de tijd vloog voorbij. Van mij had Peter nog wel 20 opdrachten mogen geven. Dat wordt in ieder geval een aantal tv-afleveringen terugkijken!
Een van de laatste scènes werd gepeeld door Vincent. Zijn personage had nog nooit een bepaald soort intimiteit ervaren. Hij moest iemand uit het publiek overtuigen om na de show met hem mee naar huis te gaan. Daar zit je dan op de eerste rij. “Niet aankijken,” fluisterde ik mezelf toe. Zweethandjes. Hopelijk richt hij zich op de Theaterkijker naast me, die juist graag op de voorgrond treedt, vertelde ze mij eerder. Deze 'variatie’ van Vincent hield het gelukkig netjes en mompelde onzeker richting de hele zaal: “Heb je misschien interesse in mij? Kom dan alsjeblieft na afloop naar de bar. Knipoog je naar me, dan weet ik hoe het zit.” Als eerbetoon aan deze solo-improvisatiescène, verzamelden een clubje vrouwelijke Theaterkijkers zich na afloop in de bar. Grappig genoeg kwamen de acteurs en Peter op dat moment de trap af, richting ons gelopen. Nadat we hem met z'n allen een vette knipoog gaven, kwam Vincent met een big smile naar ons toe. Benieuwd met wie hij er vandoor ging? Misschien lezen we dat terug in een recensie van een andere Theaterkijker…