Strindberg en Dal: overvloed aan verhoudingen
Vrijdagavond 14 december ging ik naar de toneelvoorstelling ‘Strindberg en Dal’ van toneelgroep De Gemeenschap in Cultura. Het was als het ware een stuk in een stuk. In de voorstelling draaide het om de fictieve toneelgroep &Co, die repeteerde voor het debuut van toneelstuk ‘Dal in de Mist’ van auteur August Strindberg.
Als bezoeker volgde je dus twee verschillende verhaallijnen: het repetitieproces van de fictieve toneelgroep en het verhaal van Dal in de Mist, het stuk waarvoor gerepeteerd werd.
Wat ‘Strindberg en Dal’ zo interessant maakte, was de focus op de vele (machts)verhoudingen, die zich tussen de spelers ontwikkelden: man-vrouw, collega’s (spelers), regisseur-speler, regisseur-assistent, moeder-dochter, geliefden en zelfs tussen jezelf en de rol die je als acteur aan moet nemen.
De spelers startten de voorstelling in de rol van de karakters die zij vertolken voor ‘Dal in de Mist’. Soldaat Vlado (Barnaby) keek recht in het publiek, terwijl hij moeder Ira (Monique) en dochter Maren (Henke) toesprak: “Ik ben ontzettend dankbaar dat jullie mij onderdak bieden.”
Beide dames bleken later in het stuk alles over te hebben voor een beetje aandacht van de stoere luitenant. Wanneer moeder Ira alleen was met Vlado, gooide ze het liefst haar hele levensverhaal eruit. Dan vertelde ze hem over alle pijnlijke momenten die ze meemaakte door het gedrag van haar ex-man. “Vlado reageert telkens zó begripvol,” zwijmelde Ira.
Wat ze niet wist, was dat de soldaat haar dochter ’s nachts regelmatig gezelschap hield. (Intiem) contact met mannen, en al helemaal met Vlado, was strikt verboden voor Maren. In eerste instantie kwam ze ook te bang en verlegen over om zich anders te gedragen dan haar moeder wilde. Toen uiteindelijk al een lange tijd meer bleek te spelen tussen Maren en Vlado, sprong de jaloerse Ira bijna uit haar vel. “Ik houd van hem, mama. Vlado wil mij de wereld laten zien.” De woordenstrijd tussen moeder en dochter liep hoog op. De zogenaamd ‘dappere’ soldaat voelde zich (alweer) caught in a crossfire, kon het blijkbaar niet handelen en nam de benen.
Moeder en dochter bleven allebei achter met lege handen en een gebroken hart. Ira opnieuw en Maren had haar lesje geleerd: wanneer mannen het te heet onder hun voeten krijgen, gaan ze er vandoor. Of was dat niet de boodschap die Dal in de Mist moest overbrengen? Moest het publiek met name meeleven met de zielige Vlado, die zich van geen kwaad bewust was en door de mentale verwerking van zijn zware missies alleen maar op zoek was naar een tikkeltje intimiteit, in welke vorm en met wie dan ook?
Al acteerden de spelers bijna de longen uit hun lijf, regisseur Dic hield zijn ontevredenheid niet in. “Kijk, voor een tv-serie was jullie spel misschien nog wel aardig, maar dit is toneel!” De theatermaker wilde naar eigen zeggen ‘in zijn buik geschopt worden’: dat het pijn doet, maar dat hij tenminste het gevoel kreeg dat hij leeft. Regieassistent Tessa knikte instemmend mee.
De ervaren Monique (Ira) begreep daar niets van. Ze gaf al haar energie en perste bevend alle emotionele scènes uit haar lijf. De jonge Henke (Maren), die alles wilde doen om beter en bekender te worden, maakte zich vooral druk om Dic’s harde kritiek. Nietsvermoedend stemde ze er dan ook direct mee in om na het repetitieproces met de groep, nog even alleen met de regisseur achter te blijven voor een privélesje. “Jij wil dit ook, Henke,” fluisterde Dic, terwijl hij steeds verder naar haar toe leunde. Aan de houding van Henke af te lezen, was dit juist totaal niet wat ze wilde. Toch? Het licht ging uit. Wat is er gebeurd? Was dit oprechte behulpzaamheid van de theatermaker of ging hij te ver en was dit een typisch gevalletje ‘#metoo’?
Beginnend actrice Henke was niet de enige speler die regisseur Dic in een ongemakkelijke positie duwde. Hij liet regelmatig en zonder subtiliteit merken dat hij Barnaby niet ‘mannelijk’ genoeg vond om zijn rol als Vlado met overtuiging neer te zetten. Deze emotionele marteling werd de homoseksuele acteur te veel. Barnaby brak en Henke probeerde hem gerust te stellen. Ze wilde vaker met hem oefenen, maar toen Monique hier achter kwam, voelde de oudere actrice zich buitengesloten en zette de aanval in.
Op het moment dat al deze gevoeligheden de bom bijna deden barsten op het toneel, sprong – de eerst nog zo onzichtbare – regieassistent Tessa spontaan in de spotlights om haar punt te maken. Waarom zag Dic niet wat ze allemaal voor hem deed? Waarom luisterde hij niet naar haar waardevolle opmerkingen? Tessa kon haar frustraties niet langer bedwingen en brandde haar baas met een bijtende speech helemaal de grond in. Inmiddels wist de regieassistent namelijk precies hoe het zat: Dic gebruikte zijn zogezegd ‘rauwe’ manier van regisseren als dekmantel voor zijn agressiviteit en seksuele drift. Elke speler deelde waarschijnlijk in gedachte Tessa’s mening, maar zij was degene die het daadwerkelijk durfde uit te spreken.
Was het terecht dat Tessa op zo’n heftige manier het achterste van haar tong liet zien? Of was dat niet respectvol en had ze als een mak lammetje in de oncomfortabele schaduw van de regisseur moeten blijven? In alle situaties die tijdens de voorstelling plaatsvonden, werd het publiek vrij genoeg gelaten om een eigen betekenis aan de (machts)verhoudingen te kunnen geven. Doordat je de gedragsmotieven van de spelers op verschillende manieren kon interpreteren, kon je oprecht vanuit je eigen gevoel beslissen ‘aan welke kant’ je stond: die van de ene speler of de andere, die van de regisseur of de assistent, die van de man of van de vrouw. Waar ga jij eigenlijk eerder van uit: het positieve of het negatieve in de mens?











