Post van Jante Wortel - deel 3
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Vandaag de laatste tekst uit het drieluik van Jante Wortel. FEEST Wanneer ik precies in slaap gevallen ben weet ik niet. Ik werd wakker van het geluid van iets dat op de grond viel, en toen ik mijn ogen opendeed zag ik mijn beeldscherm in scherven op de stoep liggen. Even dacht ik aan Marcus, daarna keek ik naar het huis aan de overkant waar nu geen licht meer brandde. Wel waren de gordijnen nog open. Het raam was lichtelijk beslagen vanbinnen, zoals de ramen van de trein beslaan als het geregend heeft omdat iedereen warme lucht uitblaast. Ik liet mijn telefoon op de tegels liggen. Ik stak over, tussen de geparkeerde auto’s door en stapte over het tuinhekje dat zo laag was dat ik me afvroeg waar het voor diende. Links van de voordeur stonden twee containers. Tegen de zijkant zag ik een rij flessen staan. Lege wijnflessen. Eén ervan was gebroken, de bodem lag eruit, vermoedelijk omdat hij te hard en te onzorgvuldig was neergezet. Nu ik vlakbij het raam stond kon ik goed naar binnen kijken. De kamer zag er nog net zo uit als vanaf de overkant, maar toch was het alsof het nu echter was, realistischer. Ik probeerde met mijn hand over de beslagen ruit te vegen, maar het hielp niet. Het enige wat achterbleef op mijn vingers was een laagje grijs vuil, dat plakte als ik in mijn handen wreef. Op de bank bewoog iets. Ik ging op mijn tenen staan en herkende haar meteen. Ze lag met haar jas over zich heen getrokken, haar vlecht hing over het kussen en bungelde tot vlak boven het vloerkleed. Verder lagen er nog een paar anderen in de kamer. Ik kon de gezichten niet goed zien, maar hun lichamen hadden dezelfde vormen die ik een paar uur geleden voor het raam had zien dansen. Zware lijven, met ledematen die hevig heen en weer bewogen, net niet op de maat van de muziek. Nadat ik een paar minuten voor het raam had gestaan klopte ik op het glas. Ik hoopte dat er iemand wakker zou worden, maar dat gebeurde niet. Er gebeurde niets. Ik klopte niet nog een keer. Ik liep terug naar de overkant, langs mijn telefoon in duizend stukjes, het muurtje waar ik had gezeten. Aan het einde van de straat kwam een auto aanrijden die door de stilte zoveel geluid maakte dat ik even niets anders meer hoorde. De auto reed voorbij. Ik liep verder zonder om te kijken, en vroeg me af wanneer de eerstvolgende trein zou gaan. Jante Wortel schrijft proza en poëzie. Ze begon tweeënhalf jaar geleden met de opleiding Creative Writing. In 2015 won ze de landelijke finale van Kunstbende in de categorie Taal. Sindsdien droeg ze voor bij o.a. het Wintertuinfestival, Mooie Woorden, Frontaal, Dichters in de Prinsentuin en Literaire Hemel.








