
seen from Malaysia

seen from United States

seen from Malaysia
seen from Japan

seen from Serbia
seen from United States
seen from United States

seen from Germany

seen from France
seen from United States
seen from China
seen from Türkiye
seen from United Kingdom

seen from China
seen from Serbia
seen from United States

seen from United States
seen from Germany
seen from Norway
seen from United States
#tomica no.68 #postvan https://www.instagram.com/p/BpzSUudgt8d/?utm_source=ig_tumblr_share&igshid=1veiyzyy4823u
Post van Marjolein Takman - deel 3
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Ditmaal is Marjolein Takman aan de beurt, een van de schrijvers in het agentschap van Wintertuin. Deze week sluit Marjolein haar columnreeks op de Nederlandse politiek af. De tweede column lees je hier.
Ok Akkoord - ‘Was it worth it?’
Het zal niemand ontgaan zijn - of misschien ook wel, want er was niet zoveel aan - maar vorige week dinsdag was het Prinsjesdag. Ik luisterde naar de koning via de radio. Dat vind ik bij dit soort gelegenheden prettiger dan tv kijken. Het geeft me het gevoel dat ik naar het verslag van een voetbalwedstrijd aan het luisteren ben. Hier komen ze. Dit is de opstelling. De spanning is voelbaar. Wisten jullie dat Erica Terpstra het eerste vrouwelijke kamerlid was dat een hoed droeg naar de ceremonie? We zijn er klaar voor.
Het is redelijk breed uitgemeten in de media dat deze Prinsjesdag een formaliteit was. Deels is dat ook waar. Maar het is niet zo dat het aanstaande kabinet helemaal niks te maken heeft met de door het demissionair kabinet opgestelde begroting. Volgens de Tweede Kamer zelf zijn de formerende partijen betrokken geweest bij het opstellen van deze begroting. Ze gaan er waarschijnlijk dus wel wat mee doen.
Dat schijnt wat mij betreft een wat ander licht op alles wat er na het voorlezen van de troonrede gebeurt op de radio. De verslaggevers wisselen elkaar af. Elk nieuw fragment begint met de vraag: ‘Waar sta jij? Hoe is het daar?’ Iemand interviewt een Amerikaans echtpaar dat uren buiten heeft gestaan om een glimp op te vangen van onze koning en koningin. ‘Was it worth it?’ ‘It was worth it.’ Aan meerdere mensen langs de kant wordt gevraagd “wat ze ervan vonden”. Niemand geeft een positief antwoord. ‘Ik vind het niks.’ ‘Waarom dan?’ Het gemiddelde antwoord komt neer op: ‘Nou, ze doen alsof het goed gaat maar met heel veel mensen gaat het helemaal niet goed.’
Daarna wordt er overgeschakeld naar een studio waar twee mannen die het compleet met elkaar oneens zijn in discussie gaan. De ene is van de FNV. Wie de ander is, weet ik niet meer. De ene is boos en wil verandering, de ander zegt dat we vooruit moeten en dat we niet terug moeten willen naar een situatie van vroeger. Na een halfuur boze mannenstemmen waar degene die het gesprek leidt nauwelijks tussen weet te komen zet ik de radio uit.
Soms schrik ik van mezelf als ik terugkijk op dit soort dingen. Ik vind politieke verslaggeving namelijk ontzettend vermakelijk. Het is zo suf, zo kleingeestig. Het zijn allemaal types. Elke keer als Mark Rutte een statement maakt als er iets ernstigs is gebeurd, denk ik: mijn benedenbuurman zou dit overtuigender kunnen brengen. Ik heb die man nog nooit gesproken, maar zo ziet hij er gewoon uit. Mijn benedenbuurman zou waarschijnlijk alleen wat minder goed zijn in een paar andere dingen, zoals het land besturen.
Alles wat ik wil weten, kan ik opzoeken. Maar ik sta er liever niet te lang bij stil dat die mensen het land besturen, dat er in die begroting daadwerkelijk dingen stonden die belangrijk zijn, dat Mark Rutte niet mijn buurman is en dat het echt een overbodige luxe is om op Prinsjesdag aan toeristen te vragen of dit het allemaal waard was.
Marjolein Takman schrijft voornamelijk proza. Ze houdt van het vertellen van verhalen, en doet dat dan ook regelmatig op diverse podia. Ze studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ met de novelle Krimpgebieden. Daarnaast schreef ze columns voor onder andere Tirade en Expreszo, en verschenen haar verhalen op Tijdschrift Ei en De Optimist. In mei 2018 zal haar chapbook verschijnen bij De Nieuwe Oost.
Post van Marjolein Takman - deel 2
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Ditmaal is Marjolein Takman aan de beurt, een van de schrijvers in het agentschap van Wintertuin. De komende weken reageert Marjolein met een columnreeks op de Nederlandse politiek. De eerste column lees je hier.
Ok Akkoord - Formatie-ijs
Op 21 maart 2017 deed mijn vader een voorspelling in onze familie-whatsappgroep. De formatie zou lang gaan duren; na het reces zou er een kabinet komen van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Hij daagde de rest van het gezin uit tot het doen van voorspellingen. De winnaar moet getrakteerd worden op ijs van Frattelli – dat is een ijszaak in Oosterbeek.
Ik ben dol op weddenschappen, ik verlies ze alleen altijd. Ik gokte op wat op dat moment het meest voor de hand liggende alternatief was, namelijk een kabinet met GroenLinks in de plaats van de ChristenUnie. En aangezien de onderhandelingen met die samenstelling begonnen, leek het me logisch dat ze er dan ook wel voor de zomer uit zouden zijn.
Op het moment dat ik dit schrijf, is er al 183 dagen geen kabinet. Dat is geen record. In 1977 deed het aanstaande kabinet van Van Agt er 208 dagen over, ook inclusief zomervakantie. In dat proces werden vijf informateurs versleten, die soms opereerden als duo. Wat precies het verschil is tussen een formateur en een informateur heb ik nooit helemaal begrepen. Gelukkig bestaat er de website kabinetsformatie2017.nl, en daar staat een schema waaruit ik heb opgemaakt dat een informateur alleen de onderhandelingen tussen de mogelijke coalitiepartijen leidt, en een formateur ministers en staatssecretarissen benoemt. Momenteel zitten ze dus nog in die informatiefase. Al is er morgen een akkoord, er moeten ook nog ministers benoemd worden. Dat record uit 1977 gaat dus hoogstwaarschijnlijk verbroken worden. We maken het mee. We zijn erbij.
Overigens blijkt kabinetsformatie2017.nl een officiële pagina van de Rijksoverheid te zijn. Ik dacht dat het een uit de hand gelopen hobbyproject was. Er staat formatienieuws vanaf 2003 op. Ik neem aan dat bij elke nieuwe formatieperiode de url wordt aangepast. Dat lijkt me onhandig, en ik begrijp dan ook niet waarom die site niet gewoon kabinetsformatie.nl heet. Die domeinnaam is geclaimd door iemand uit Leiden, maar als je de Overheid bent kun je daar vast wel wat aan doen. In ieder geval biedt het je wel de gelegenheid om nog even terug te kijken op de formatie van 2003, wat tot Balkenende II leidde. Het motto van die regering was: “'Meedoen, Meer Werk, Minder Regels”.
Terugkijken op formatieprocessen geeft het iets ontzettend knulligs. Ik heb mijn vader gevraagd of hij zich de recordformatie van 1977 nog herinnert, en hij zei dat dit na maanden onderhandelen uiteindelijk door een etentje tussen Van Agt en Wiegel (die premier en vice-premier zouden worden) in een stroomversnelling kwam. Ze mochten elkaar graag, dat hielp. Zo simpel kan het kennelijk zijn. Ik zie uit naar het motto van deze regering, zodat we het collectief belachelijk kunnen maken. Ik vraag me af of die onderhandelaars het nog gezellig hebben met elkaar, of ze niet gefrustreerd zijn na zoveel gepraat, of ze die ongetwijfeld muffe kamer waar ze elke dag in zitten niet zat zijn. Ik vraag me ook af of die ijszaak in Oosterbeek in oktober nog wel open is.
Marjolein Takman schrijft voornamelijk proza. Ze houdt van het vertellen van verhalen, en doet dat dan ook regelmatig op diverse podia. Ze studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ met de novelle Krimpgebieden. Daarnaast schreef ze columns voor onder andere Tirade en Expreszo, en verschenen haar verhalen op Tijdschrift Ei en De Optimist. In mei 2018 zal haar chapbook verschijnen bij De Nieuwe Oost.
Post van Marjolein Takman - deel 1
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Ditmaal is Marjolein Takman aan de beurt, een van de schrijvers in het agentschap van Wintertuin. De komende drie weken reageert Marjolein met een columnreeks op de Nederlandse politiek.
Ok Akkoord - Demissionair
Er zijn woorden die ik vaker zou willen gebruiken: catastrofe, boekweit, eucalyptus. Het probleem met deze woorden is alleen dat er gewoon weinig gelegenheden zijn om ze te gebruiken. Ik eet nooit dingen met boekweit, ik weet eigenlijk niet echt wat het is.
Demissionair is ook zo’n woord. Zo zou ik soms graag willen opmerken dat de wereld demissionair is, of een wandeling. Een demissionaire wereld klinkt wat apocalyptisch – ook een woord dat ik graag gebruik dezer dagen – maar een demissionaire wandeling is volgens mij wel iets wat echt zou kunnen bestaan. Je gaat wandelen met een missie, bijvoorbeeld om een paard te aaien, en als dat gebeurd is ga je weer naar huis en is je missie geslaagd. Helaas kan het woord “demissionair” voor zover ik heb kunnen vinden alleen slaan op een kabinet.
Het kabinet is op het moment dat ik dit schrijf 174 dagen demissionair. Het moet toch een beetje voelen als de laatste schooldagen voor de vakantie, vooral voor de PvdA-ministers. Of misschien is het meer vergelijkbaar met een groepsproject dat tot je grote opluchting op zijn einde loopt terwijl er alweer een nieuw project staat te wachten, maar daar maak je je nog niet druk om omdat je weet dat je het kan uitstellen. Ik zou best graag willen weten waar het gevoel van deel uitmaken van een demissionair kabinet mee te vergelijken is. Ik heb het opgezocht op Google, maar daar vond ik niks.
Wat ik wel vond, is een lijst met 250 controversiële onderwerpen waarover het demissionaire kabinet zich niet meer gaat buigen. Die lijst staat gewoon op de site van de Tweede Kamer. Zelf noemen ze nog even wat voorbeelden, zoals het wetsvoorstel waarmee criminele Antilianen teruggestuurd kunnen worden (naar de Antillen, neem ik aan). In die lijst vertaalt dit zich als “1.34 044, Voorstel van wet van de leden Fritsma en De Graaf inzake de terugzending van criminele Nederlanders afkomstig uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten”. Ik heb voor de volledigheid gekeken of de betreffende Kamerleden wel herkozen zijn, want stel je voor ze dat niet zouden zijn. Dan heb je een wetsvoorstel gemaakt, maar zou het zomaar kunnen dat jij op het moment dat de wet door de Kamer komt, al een carrièreswitch naar postbezorger of directeur van KPN hebt ondergaan.
Nu is dit één van de meest concrete voorbeelden die in die lijst te vinden zijn. Voor de rest zitten er vooral dingen bij als “Brief regering – Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes – 8 juli 2016 Verzoek commissie stand van zaken ANBI’s en SBBI’s”. Ik weet niet echt waar hier naar gerefereerd wordt, maar een verzoek om een stand van zaken lijkt me nu niet per definitie iets controversieels. Wat het ook is, het is in ieder geval niet het probleem van het demissionaire kabinet.
Wat nou het interessante is, is dat die lijst ook nog gewijzigd kan worden als één of meerdere fracties ergens nog een wetsvoorstel hebben liggen dat ze wel echt controversieel genoeg vinden voor de lijst. Daar moet dan over gestemd worden. En als iedereen instemt, komt er een nieuwe lijst. Ik vraag me af of je een wijzigingsvoorstel van de controversiële lijst ook als controversieel kan bestempelen. En of ze daar dan ook over kunnen vergaderen, tot je een oneindige cirkelredenering van controverse krijgt. Dit is waarschijnlijk waarom ik niet in de politiek zit.
Marjolein Takman schrijft voornamelijk proza. Ze houdt van het vertellen van verhalen, en doet dat dan ook regelmatig op diverse podia. Ze studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ met de novelle Krimpgebieden. Daarnaast schreef ze columns voor onder andere Tirade en Expreszo, en verschenen haar verhalen op Tijdschrift Ei en De Optimist. In mei 2018 zal haar chapbook verschijnen bij De Nieuwe Oost.
Morris Minor post van. #postalmusuem #post #mail #royalmail #morrisminor #postvan #vehicle #postalservice #sundayafternoon #letters #postdelivery (at The Postal Museum)
Post van Corinne Heyrman - deel 3
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Ditmaal is de beurt aan Corinne Heyrman. Corinne is een van de schrijvers in het agentschap van Wintertuin. Ze maakt theater en schrijft poëtische bedenkingen, die de komende weken over verzet gaan. Het tweede deel van dit drieluik lees je hier.
2010 Drie minuten lang staart hij naar de lucht. “Ik geef je mijn koeien, mijn kippen, voeg daar mijn erf aan toe en nog steeds wil je niet met me trouwen?” vraagt hij met opgetrokken wenkbrauwen. We staan in de schaduw van een boom in Benin, West-Afrika, op het erf van zijn vader. “Nee,” antwoord ik, “sorry.” Hij barst in lachen uit. Ik probeer de jongen in mijn beste Frans uit te leggen dat wij, in het land waar ik vandaan kom, niet op zestienjarige leeftijd trouwen. En sowieso zelden nadat we iemand slechts een keer gezien hebben. Hij zou graag naar België komen. “Dat begrijp ik,” antwoord ik, “maar je zou ook hier kunnen blijven en de toestand van je land mee helpen veranderen.” Het is wat de ngo waarmee ik in Afrika ben zegt. Hij begint opnieuw te lachen. Ik zeg dat je niet zomaar kan vluchten voor iets wat niet gaat zoals je zou willen dat het gaat. We zwijgen en kijken uit over het erf van zijn vader. Op het erf lopen zijn 23 broers en zussen, drie moeders, en het vee rond. Zijn vader komt naar ons toe. Hij vertelt dat hij al zijn kinderen, op advies van de ngo, naar school gestuurd heeft. Daardoor zal hij nu arm, maar later heel rijk zijn, zegt hij. Zijn dorpsgenoten verklaren hem voor gek, hun kinderen helpen steevast mee op het erf of op de markt in de verkoop, zegt de vader, maar hij is een man van de vernieuwing. Daarop lacht hij de weinige tanden die hij heeft bloot. De jongen vraagt me nog eens ten huwelijk. De chauffeur van ons busje claxonneert. Ik wens de jongen veel succes met zijn vee. Ik meen het oprecht, maar het klinkt niet zo. Ik krijg een colafles cadeau.
2012 Ik hou me goed vast aan een spijl in de bus. De mensen rondom me plakken tegen me aan. Ze zijn gekleed in het rood of in het groen en praten uitgelaten en luid. De bus maakt een scherpe bocht en we buigen allemaal zo goed mogelijk met de beweging mee. Een groene man valt op een rode, zittende vrouw. Hij excuseert zich en raapt de kartonnen bordjes die tijdens zijn val op de grond terechtgekomen zijn op. Al deze mensen gaan naar de betoging. Ik ook. Ik ben er niet op gekleed en heb ook geen bordjes. De bus stopt en we dringen met z’n allen voor de uitgang. Vlaggen en bordjes prikken en porren in mijn zij. In het busstation kijk ik om me heen of ik mijn vrienden zie. We zouden van hieruit samen met de betoging mee lopen. Ik kijk op mijn telefoon, die niets meer doet omdat de batterij leeg is. Het busstation is afgeladen en ik schuif aan om naar de betoging te gaan. Gaandeweg wordt me duidelijk dat de rij waarin ik aanschuif de betoging is. Mensen roepen en de bordjes gaan omhoog. Een kind op de schouders van de man naast me kirt. Ik loop mee. Ik schreeuw niet. Wanneer we halverwege de af te leggen weg zijn, van het busstation tot aan de Groenplaats, sla ik linksaf. Ik heb nog veel schoolwerk te doen.
2016 Ik loop door Brussel, mijn schoenen tikken over zijn lege straten. Ondertussen herstelt een groep werkmannen de vliegtuighal. Middenin de hal staat een van hen bovenop een ladder en plakt zorgvuldig de panelen, die hij van zijn collega onderaan de ladder aangegeven krijgt, een voor een weer op het plafond. Hij puzzelt ze allemaal netjes in elkaar. In de hele hal staat een vijftal gelijksoortige duo’s. De beweging gaat geometrisch en alles gaat in een beheerst ritme. Een gezamenlijke ademhaling. De collega’s schudden elkaar stevig de hand wanneer het plafond hersteld is en ze bij de draaideuren afscheid nemen. Ik sla een hoek om. Dit is het beste wat ik kan doen, denk ik bij mezelf, blijven lopen over de lege straten onder het stille alarm van code rood. Ik ga tot aan de stadsrand, vind daar mijn geparkeerde auto. Op de weg naar huis sta ik in file op de Brusselse ring. Ik sta naast, voor en achter honderden mensen op gelijke afstand van elkaar. Stapvoets schuiven we aan, als een heel trage polonaise. Ik wil de volgende afslag nemen. Groot-Bijgaarden, lees ik. Daar moet ik niet zijn, dus haal ik diep adem, leun achterover in mijn stoel en blijf op mijn rijstrook. Ik zet de muziek luider. Ik ga mee.
Corinne Heyrman (1994) maakt theater en schrijft poëtische bedenkingen. In 2016 studeerde ze af aan de opleiding Woordkunst in Antwerpen met een beeldende collagevoorstelling met bewoners van de wijk Luchtbal. Ze vindt het belangrijk om als maker een verhouding aan te gaan met de maatschappij. Momenteel is ze leerkracht Woord aan de Academie van Ekeren, werkt ze voor Radio Begijnenstraat in de gevangenis van Antwerpen en schrijft ze aan de theatervoorstelling This Trumpet waarvoor ze met een trompet door Antwerpen trekt.
Post van Corinne Heyrman - deel 2
In deze rubriek lees je de posts van een van onze schrijvers. Ditmaal is de beurt aan Corinne Heyrman. Corinne is een van de schrijvers in het agentschap van Wintertuin. Ze maakt theater en schrijft poëtische bedenkingen, die de komende weken over verzet gaan. Het eerste deel van dit drieluik lees je hier.
2001 Al weken zeur ik erom en vandaag mag het. Ik sta in de badkamer in mijn oranje legging met daarop verschillende hondenrassen – teckels, labradors, maltezers, dalmatiërs, golden retrievers, cocker spaniëls – en als bovenstuk draag ik mijn roze T-shirt met een tijger in glitter erop. Mijn haren heb ik in een staart. Ik sta voor de spiegel. Mijn moeder staat achter me. Ze heeft beloofd niets te zeggen. Ze doet het toch. Of beter: ze schiet in de lach. Ik kijk nog eens in de spiegel. Ik draai me naar haar om. “Mama,” zeg ik, “zo is het helemaal goed, dit wordt het.” Ze zei dat het vandaag mocht, dus ga ik in de outfit naar beneden en wacht om naar school te gaan.
2003 Op televisie is een man met een hoofddoek. Mijn moeder zit naast me op de bank te kijken. De man ziet er moe uit, hij kan amper lopen. Ik vraag mijn moeder wie het is. “Saddam Hoessein,” antwoordt ze. Ze vertelt dat de Amerikanen hem gevangen hebben genomen omdat hij zijn land niet goed heeft geleid en sommige van de inwoners zelfs heeft vermoord. Ik vraag waarom. “Omdat hij denkt hij gelijk heeft,” antwoordt mijn moeder. “Maar dat is dus niet zo,” zeg ik. “Nee,” zegt mijn moeder. Ze pakt de afstandsbediening en zet de televisie op een ander kanaal. Vier mensen op een lange rode bank discussiëren met elkaar. “Dus het zijn de Amerikanen die gelijk hebben,” merk ik op. Mijn moeder loopt naar de keuken. “We gaan eten,” zegt ze, en ze zet broccolischotel op tafel.
“Gaan ze het hem dan zeggen?” vraag ik aan tafel. Mijn moeder kijkt op. “Gaan de Amerikanen het hem zeggen, dat hij geen gelijk heeft?” verduidelijk ik. “Ja,” zegt ze, “dat gaan ze zeker doen.” “En zal hij dan weer een betere leider zijn?” vraag ik. “Dat denk ik niet,” antwoordt mijn moeder. Ze schept nog wat van de schotel op haar bord. “Wat gaan ze er dan aan doen?” vraag ik. Ik voel een lichte misselijkheid opkomen. Mijn moeder ziet er moe uit en eet verder. Ik leg mijn bestek op mijn bord.
2008 Voor een schoolopdracht moet ik mijn lievelingsberoep voorstellen. We moeten allemaal een powerpoint maken met als eerste slide ‘Later word ik’ en dan het beroep dat je zou willen hebben. Ik sta voor de klas, achter me is de slide te zien waarop staat: Later word ik politica. Mijn leraar grinnikt. Ik presenteer mijn programmapunten. Ik heb speciaal een mantelpakje gekocht in de tweedehandswinkel en mijn bril opgezet. “Mijn partij staat voor gelijkheid, iedereen gelijk voor de wet,” zeg ik. Na de presentatie krijg ik een applaus.
Corinne Heyrman (1994) maakt theater en schrijft poëtische bedenkingen. In 2016 studeerde ze af aan de opleiding Woordkunst in Antwerpen met een beeldende collagevoorstelling met bewoners van de wijk Luchtbal. Ze vindt het belangrijk om als maker een verhouding aan te gaan met de maatschappij. Momenteel is ze leerkracht Woord aan de Academie van Ekeren, werkt ze voor Radio Begijnenstraat in de gevangenis van Antwerpen en schrijft ze aan de theatervoorstelling This Trumpet waarvoor ze met een trompet door Antwerpen trekt.