This one is pretty self explanatory...I would have also accepted Zelo from B.A.P Go head Junmoney! #kpopwtfawards #wtf #wtf2015 #kpop #theoneshots #SUHO #junmyeon #junmoney #exo #exok #exom #kpop #kpop2015 #funnykpop #kpopfunnymoments

seen from Canada

seen from United States
seen from China
seen from United States
seen from China

seen from Türkiye

seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
seen from Indonesia
seen from United States

seen from Canada
seen from United States

seen from United States
seen from Canada

seen from Mexico
seen from United States
seen from United States

seen from United Kingdom
This one is pretty self explanatory...I would have also accepted Zelo from B.A.P Go head Junmoney! #kpopwtfawards #wtf #wtf2015 #kpop #theoneshots #SUHO #junmyeon #junmoney #exo #exok #exom #kpop #kpop2015 #funnykpop #kpopfunnymoments
Bezoekers van het Wintertuinfestival 2015: een groepsfoto - door Marieke Polderdijk
Poserend in vijf achter elkaar opgestelde rijen: Rij één: De meisjes in rokjes met knotjes Op de grond liggen de meisjes van begin twintig in rokjes met hun lange haar bovenop hun hoofd in knotjes. De meisjes liggen op hun linker- of rechterzij, en ondersteunen met één hand hun hoofd met knotje. Sommige meisjes hebben één voet, met daaraan een schoen van het merk Clarks of Nike, plat neergezet op de grond. Dit zijn meisjes die durven, aangezien deze positie om een goede positionering van hun rokje vraagt. De meisjes zeggen te hopen op iets meer zelfverzekerdheid en vrije tijd in hun leven. Rij twee: De jongens met baarden In de tweede rij staan de jongens van begin twintig tot begin dertig met getrimde baarden en half lang tot lang krullend haar. Ze hebben hun armen over elkaar geslagen, of één hand nonchalant half in de zak van hun skinny jeans gestoken. In de andere hand houden de jongens een biertje vast. Sommige jongens zijn de vriendjes van een meisje in een rokje met knotje, sommigen zijn in een groepje van twee of drie jongens met baarden gekomen. Verschillende jongens halen hoop uit kleine dingen, zoals een kop perfect gezette filterkoffie. Anderen hopen op meer tijd om te slapen. Rij drie: De vrouwen met een opvallend brilmontuur De derde rij bevat de vrouwen van eind dertig tot eind veertig, met een opvallend brilmontuur en een kort geknipt kapsel. Veel vrouwen dragen een jurk, rok, panty, laarzen met hak en lippenstift in dezelfde kleur als hun opvallende brilmontuur. De kleur rood komt vaak voor. Veel vrouwen zijn gekomen met vriendinnen en hun mannelijke partners. Deze mannen dragen veelal overhemden met een vrolijk gekleurde opdruk. Zij ontbreken op de groepsfoto, omdat ze tijdens het festival hun vrouwen zijn kwijt geraakt toen ze voor hen een zoete witte wijn gingen halen bij de bar. De vrouwen met opvallend brilmontuur lachen, en sommigen trekken zelfs een enigszins gekke bek. Ze zien hoop als een trage, opwaartse kracht. De vrouwen beschrijven spontaniteit, de liefde en hun kinderen als hoopvol. Rij vier: De schrijvers en redacteuren Rij vier bestaat uit de schrijvers en redacteuren, die in een net pak met overhemd en veterschoenen naast elkaar staan. Sommige schrijvers en redacteuren hebben hun armen over elkaars schouders geslagen. In één hand houden ze een gin tonic of een whiskey, verkregen uit een backstage ruimte. In de andere hand houden ze hun smartphone. De schrijvers en redacteuren zijn tijdens het festival vooral bezig geweest met het knuffelen of op de schouders slaan van andere schrijvers en redacteuren, die zij kennen uit hun literaire werkveld. De schrijvers en redacteuren halen hun hoop uit de jongere generatie schrijvers en redacteuren onder hen. Rij vijf: De ouderen in beige of zwart Helemaal bovenaan, in rij vijf, verenigen de ouderen van eind vijftig tot eind zestig zich. De mannen en vrouwen hebben kort, grijs haar en zijn in het zwart of beige gekleed. Sommigen hebben een wandelstok bij zich en houden een glas rode wijn of port vast. De vrouwen dragen een leren schoudertas waarin ook de spullen van hun mannen zitten. Sommige ouderen helpen anderen bij het omdoen van hun festivalbandje. De ouderen genieten met volle teugen, en vinden de gedachte dat er elke dag nog iets nieuws kan gebeuren, hoopvol. De ouderen halen hun hoop uit mooie literatuur. Creative Writing studente Marieke Polderdijk bezoekt geregeld Wintertuins producties en schrijft hierover op het blog.
Wintertuinfestival: Wintertuin biedt hoop in Doornroosje
Op zaterdagavond 28 november was het een en al literair spektakel in poptempel Doornroosje. Ilse Renkens en Dorien Pool namen een kijkje. Ilse Renkens was aanwezig bij de programma’s in de rode zaal:
Bas Heijne opende het programma in de Rode Zaal met een lezing over festivalthema ‘hoop’. “Wat kan kunst uitrichten in de wereld?” Vlak na de aanslagen in Parijs speelde pianist Davide Martello John Lennon’s klassieker Imagine voor de deuren van theater Bataclan. “Natuurlijk was dit een mooie en hoopgevende geste in tijden van collectieve vrees, maar, zo leerde verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rouseau ons, kunst functioneert soms slechts als ‘versiering’. Het kan onze gevoelens afleiden van de werkelijkheid, waardoor wij nalaten iets aan die werkelijkheid te doen.” Toch hebben kunst en literatuur volgens Heijne zeker ‘nut’ en een intrinsieke waarde welke niet in cijfers zou moeten worden uitgedrukt. Ondanks dat het lezen van literatuur ons niet per se tot betere mensen maakt, geeft het vorm aan de hoop en brengt het empathie bij. Het stelt mensen in staat contact te maken met mensen die heel anders zijn dan zijzelf. Lennon’s gedroomde toekomstbeeld van een wereld zonder staten en religie zou daarom niet het doel moeten zijn. Werk liever aan een wereld waarin verscheidenheid in leefwijze niet alleen geaccepteerd, maar zelfs gevierd wordt.
Na dit betoog betreedt Toon Tellegen het podium. Pianist Albert van Veenendaal en gitariste Corrie van Binsbergen zorgen voor een prachtige muzikale omlijsting van Tellegens gesproken voordracht. Met de uitspraak: “Ik wil niet wanhopen, wat er ook gebeurt,” begint Tellegen een wonderlijke voordracht, waarin gesproken wordt over toestanden die onhoudbaar zijn en nóg onhoudbaarder worden, over mensen die een spel spelen van vernedering, mensen die hun leven voor of achter zich hebben, mensen van wie de uiterste houdbaarheidsdatum is aangebroken, mensen die kleurloos dood gaan en mensen die denken dat zij vrij zijn. Net wanneer je het niet meer verwacht, weet Tellegen zijn voordracht toch nog een positieve wending te geven. Eindigend met (wat anders!) het weerbericht, voorspelt hij een hoopvolle toekomst. Het zou immers zomaar kunnen dat de zon zich morgen door de wolken boort. Niet alleen dat, maar: “U zult morgen gelukkig zijn en misschien wel altijd blijven.”
Rodaan Al Galidi is eveneens hoopvol gestemd. De van oorsprong Irakees heeft zichzelf de Nederlandse taal aangeleerd en neemt in zijn gedichten de Nederlander volop op de hak. Veelzeggend is de tip die hij kreeg toen hij eenmaal begon te dichten in het Nederlands: “Hou het kort.” Deze tip, die hij ter harte heeft genomen, lijkt echter tegenstrijdig met het beeld dat Al Galidi van ons heeft als een altijd vergaderend volk. Ook de stad waarin hij woont, Zwolle, moet eraan geloven. In het gedicht Daarom ben ik in Zwolle stelt hij: “Daar komt alles een kwarteeuw later.”
Anders dan anders is de voordracht van Nyk de Vries. Zichzelf begeleidend met een elektronische beat, laat De Vries zich meevoeren door de steeds dwingender wordende beat. Het fragment dat hij voordraagt is afkomstig uit zijn nieuwe roman Renger en betreft een discussie tussen een vader en zoon die almaar feller van toon wordt. Terwijl de vader de mensen met argwaan beziet, vraagt de zoon zich af hoe de vader zijn leven kan laten vergallen door angst en wantrouwen? De vader kan niet anders dan de zoon gelijk te geven wanneer deze stelt dat het uiteindelijk niet uitmaakt of de mensen het goed of slecht met hem voorhebben.
Tommy Wieringa leidt zijn voordracht in met een triest bericht. Zijn moeder is de afgelopen nacht overleden. Zijn nieuwste publicatie, Honorair Kozak, heeft hij opgedragen aan de vrouw die, zo vertelt Wieringa, terug komt in alles wat hij doet en hem “de smaak voor de wereld heeft bijgebracht.” Vanavond draagt hij een column voor waarin zijn moeder, omschreven als een kleurrijk figuur getooid in turquoise sjaals en met kettingen van edelsteen om haar hals (“u heeft het beeld”), een prominente rol speelt. Deze heeft hij al eens eerder voorgedragen, maar, zo redeneert Wieringa: “Rob de Nijs doet ook altijd hetzelfde, dan mag ik het ook.” Een tweede column vertelt over een liefde die hem bedroog, waarna Wieringa zijn nederlaag en het bedrog “in zijn geheel moest overzien.” De laatste column over het kuuroord Baden is er een waarin niets gebeurt, maar die, aldus Wieringa, juíst daarom een goede column is.
Net als Wieringa heeft ook Kader Abdolah in zijn leven veel van de wereld gezien. Lang geleden, zo vertelt Abdolah, kwam hij vanuit Iran als asielzoeker naar Nederland, waarna hij het zowaar (“hoe is het mogelijk”) schopte tot gepubliceerd schrijver. De weg was lang en zwaar, maar, zo wil hij het publiek meegeven: “Hoe dieper je valt, hoe dieper je bij goud terecht komt.” De vraag of kunst iets kan uitrichten in de wereld, weet Abdolah bevestigend te beantwoorden. Dankzij de Nederlandse taal en literatuur heeft hij een nieuwe identiteit gekregen. Ook stelt hij dat mensen niet moeten vrezen voor nieuwkomers, zij kunnen de samenleving verrijken. Kader Abdolah is daarvan slechts een van de vele bewijzen.
De toch al geslaagde avond, die het publiek ongetwijfeld een en ander inzicht heeft bijgebracht en daarmee aantoont dat kunst en literatuur wel degelijk iets kunnen uitrichten in de wereld, wordt ten slotte feestelijk afgesloten met het muzikale spektakel Dichters en Drags.
Dorien Pool was aanwezig in de Paarse zaal:
In de Paarse Zaal wordt niets als vanzelfsprekend beschouwd. De gasten van vanavond denken niet graag in hokjes. Zo vraagt Simone van Saarloos zich af of monogamie nu echt de meest ideale levensinrichting is. En Qader Shafiq vluchtte ruim twintig jaar geleden uit Afghanistan naar Nederland. Ben je na al die jaren dan nog steeds een vluchteling? Het levert een avond op vol interessante gesprekken, over leven buiten de kaders. Of zoals Henk van Straten het mooi verwoordt: “Je moet gewoon je leven leven, niet steeds dat ene proberen te zijn”.
De eerste gasten zijn Simone van Saarloos en Saskia de Coster. Ze gaan in gesprek met Jasper Henderson over het thema engagement. Beiden schrijven columns die ingaan op de actualiteit. Een schrijver is geëngageerd als die verschillende stemmen laat horen, aldus Simone. Saskia vindt het belangrijk tegenstellingen op te zoeken in haar werk. Ook vindt ze het belangrijk om haar plek te kennen: “Op dit moment is mijn engagement om geen columns te schrijven”. Ze vindt het nu beter om de experts aan het woord te laten, want je hoeft als columnist niet steeds maar overal je mening over te geven. Het tweede deel van het gesprek gaat over Simone’s veelbesproken essay Het monogame drama. Simone schreef hiermee een pleidooi voor een bredere kijk op de liefde. De samenleving is te veel ingesteld op heterostellen, en dat vindt Simone een kwalijke zaak. De monogame liefde bevragen is natuurlijk een gevoelige kwestie, en zowel Saskia als Jasper stellen hier kritische vragen over. Hierdoor ontstaat een geanimeerd gesprek met ruimte voor diverse invalshoeken.
Qader Shafiq vluchtte ruim twintig jaar geleden uit Afghanistan naar Nederland. Hij beschouwt zichzelf als Nederlander – behalve voor zijn moeder, voor haar is hij altijd Afghaan – en spreekt ook vloeiend Nederlands. Hij vertelt aan Frank Tazelaar over de reis naar Kabul die hij samen met Arnon Grunberg maakte. Qader vertelt dat hij geworteld is in Nederland, maar dat hij door anderen nog wel als vluchteling wordt gezien. Frank vraagt hem hoe hij het vindt om 'professioneel vluchteling' te zijn. Qader ziet het als zijn roeping om op te komen voor de vluchteling. “Wij Nederlanders zijn verantwoordelijk voor de vluchtelingen die hier komen”, vindt Qader. Hij pleit dan ook voor acceptatie. Mooie woorden in deze tijden van onrust.
Eve Hopkins gaat in gesprek met Susanne te Braak en Quirijn Lokker over het fenomeen dragqueens en dragkings. Quirijn presenteert later op de avond de flamboyante eindshow Dichters & Drags. Susanne te Braak is nu te gast als Dan, haar dragking-alterego. Zij zal tijdens Dichters & Drags voor de muziek zorgen als DJ Hizzle. Eve heeft met haar tafelgasten een open gesprek over wat het betekent om drag te zijn. Quirijn weet als antropoloog het fenomeen te duiden. Hij legt uit dat drag een uitdaging is van gendernormen, doordat een dragqueen het vrouwelijke gender uitvergroot. Quirijn benadrukt dat je met drag kunt aantonen dat gender een performance is. Niet alleen op het podium, maar ook in het dagelijkse leven. Dan vertelt dat zij (of moet ik 'hij' zeggen?) het heerlijk vindt om vrouw te zijn en af en toe te kunnen transformeren naar een man. Een dragking zijn voelt voor haar als een bevrijding.
Van dragkings en -queens stappen we over naar literatuur. Henk van Straten heeft een nieuwe roman geschreven en praat daarover met wintertuinredacteur Kim van Kaam. De roman Bidden en vallen gaat over de scheuren die kunnen ontstaan in het verhaal dat je over jezelf vertelt. Kim heeft een paar mooie fragmenten voor Henk uitgekozen, waarin goed duidelijk wordt waar zijn roman over gaat. Het is volgens Henk niet noodzakelijk om een doel na te streven, om trouw te blijven aan het verhaal dat je over jezelf vertelt: “Je moet gewoon je leven leven, niet steeds dat ene proberen te zijn”. Hiermee past zijn roman prachtig in de thematiek van de avond.
De avond in de Paarse Zaal eindigt met muziek. De Antwerpse Tourist LeMC – door velen de 'Vlaamse Typhoon' genoemd – zingt en rapt verhalen met een flinke dosis engagement. Als je eenmaal gewend bent aan het Vlaams hoor je de prachtige teksten. Hij vertelt bijvoorbeeld over gemixte huwelijken, en hoe de liefde de culturele verschillen overstijgt (wat zou Simone van Saarloos hiervan vinden?). Zoals de hele avond al gaat over idealen, over het denken buiten de kaders, zo valt ook zijn muziek niet in een hokje te plaatsen. Hij maakt een aangename mix van Vlaamse liederen en hiphop.
Wintertuinfestival: Avond van de grote beloftes
Op de vrijdagavond van het Wintertuinfestival vindt in het volledig uitverkochte Theater het Badhuis de Avond van de grote beloftes plaats: de chapbookpresentatie van vier jonge, getalenteerde schrijvers uit het agentschap van Wintertuin.
De gastheer is Jelko Arts, schrijver, oprichter van Boek op de Bank en eerste helft van schrijversduo Arts & Lentes, die ons verzekert dat deze avond de literatuur zal gaan veranderen. Voor de chapbookers aan de beurt zijn, gaat Jelko in gesprek met Frank Tazelaar, directeur van Wintertuin, die vol – terechte – trots praat over de jonge schrijvers: "Deze schrijvers hebben mijn wereldbeeld nu al veranderd. Zij hebben iets gezien dat een beperking in mij opheft. Het gaat hier namelijk om meer dan louter mooie kunst: deze schrijvers vergroten de wereld, en onze blik op de wereld."
De enige dichter van de vier, Wout Waanders, bijt het spits af. Hij meent dat poëzie ook een pretpark kan zijn, en bereikt dat door van zijn chapbook een pretpark te maken: Olifantopia. De inhoudsopgave is een plattegrond, de gedichten attracties. Zijn presentatie wordt begeleid door David Romanello, begenadigd saxofonist en dwarsfluitist. De combinatie gaat naadloos van subtiel en emotioneel over naar intens en opzwepend, en blijft altijd jazzy. De voordracht bouwt op naar de climax van een verborgen en fancy rooftop party, onder begeleiding van Fireball, en eindigt dan abrupt en ontwapenend: "Fancy, waar ben je? / Ik flip de burgers alsof ik het antwoord weet."
Lotte Lentes was in Brussel op het moment van de aanslag op het Joods Museum. Ze begon het nieuws over de jihadisten en Syriëgangers nauwlettend te volgen en werd, zo vertelt ze kalm, gefascineerd door de reis en keuzes die deze jongens maken, en het rotsvaste vertrouwen in de 'missie' dat zij, generatiegenoten van haar, hebben. Beelden van een verwoeste, uitgestorven stad worden begeleid door stemacteur Nick Livramento Silva, die voordraagt uit het chapbook van Lotte. De jongen, het stof verhaalt de actualiteiten vanuit een intrigerend en indringend standpunt: een jonge Syriëganger die zo graag een verschil wil maken, maar niet weet hoe.
Op het grote scherm verschijnen twee zachte kittens, nieuwsgierig en speels, als Juliet Gagnon uit haar Engelstalige chapbook begint voor te dragen. Het verhaal, 'Kittens', gaat over een achtergelaten zak met pasgeboren kittens, die de hoofdpersoon probeert te verzorgen maar uiteindelijk, door onmacht en wanhoop gedreven, doet wat zij het beste acht voor de zieke katjes. Juliets voordracht wordt gespiegeld door de subtiele muziek, die geleidelijk aanzwelt en dreigend wordt. Left is een bundel korte verhalen, waarin de breuk, het afscheid, vanuit verschillende invalshoeken wordt benaderd. De sobere omslag van het boekje komt treffend tot leven tijdens haar laatste voordracht, die heel knap op visuele wijze de inhoud van Left weergeeft.
De speakers gaan aan. ‘Forever young’ van Alphaville klinkt in de zaal. Een roze spot schijnt op het podium en zilverkleurige glitters dwarrelen naar beneden. Drie veertienjarige meisjes zoeken een voor een de spot op en kijken de zaal in. Dan komt Helena Hoogenkamp van achter het doek vandaan, gehuld in een prinsessenjurk. Helena’s chapbook Kleine zeemeermin, per ongeluk dood gaat over veertienjarige meisjes. Het is een coming of age over Sara, wiens klasgenoten lipgloss gebruiken en wiens vaders van vriendjes blozen als ze binnenkomt. “We wilden heel graag oud worden. Terwijl we dat ons hele leven al zouden zijn.” Helena vertelt over haar vriendinnen die ze had toen ze veertien was, over hun plannen en ambities. En over waar ze nu zijn. “Ik weet niet wat mijn vriendinnen op deze avond doen, maar ze zijn niet hier. Hoewel ik voor de zekerheid hun namen heb veranderd.”
Na afloop werd er geproost, gekocht, gesigneerd, gevierd en gedronken. En er werd gedanst! Team KTW – het meest literaire dj-collectief van Nederland, bestaande uit de drie ex-stadsdichters Daan Doesborgh, Dennis Gaens en Joost Oomen – zorgde voor knallende hitjes.
Meemaken? Op 15 december is er nog een presentatie, en wel in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam (meer info). Daarnaast signeren de schrijvers vandaag bij boekhandel Dekker v.d. Vegt (tussen 14.00 en 15.00u) en zijn ze vanavond te zien in de grote zaal van Doornroosje (tickets).
Kopen? Koop de chapbooks hier!
Wintertuinfestival: Jelko Arts
De Amerikaanse schrijfster A.M. Homes twitterde enkele jaren geleden: ‘Hoe kun je optimistisch zijn in een tijd die niet gekenmerkt wordt door optimisme?’ . Deze vraag vormt het uitgangspunt van het Wintertuinfestival eind november. Wekelijks vragen wij een gast van het festival te reageren op deze tweet en vooruit te blikken op vragen als: hoe staat het met engagement in de literatuur? Kan literatuur hoop bieden als antwoord op de cynische wereld waarin we leven? Jelko Arts geeft zijn visie op hoop, engagement en optimisme. Niet alleen met tekst, maar in één lange tekening.
Klik hier voor de strip!
Jelko presenteert vrijdag 27 november de Avond van de grote beloftes in het Badhuis, de presentatie van onze vier chapbookers dit jaar. De avond is uitverkocht maar wees niet getreurd: 15 december presenteren Juliet Gagnon, Helena Hogenkamp, Lotte Lentes en Wout Waanders hun chapbook in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam!
Wintertuinfestival: Gerjon Gijsbers over hoop
Tijdens het Wintertuinfestival presenteren we een speciale editie van Autoloze zondag geheel in het teken van de Amerikaanse schrijver John Fante. We vertonen de documentaire Against a Perfect Sky en presentatoren Hanneke Hendrix en Jaap Robben gaan met Jasper Henderson (een van de makers van de docu) en groot Fante-fan Henk van Straten in gesprek. Gerjon Gijsbers opent de middag met een voordracht, en reflecteert hier op het thema van het festival.
Wat een pest die mist
Op het gemeenschappelijke toilet van Huize Zerkzicht – ik woon in een oude pastorie met uitzicht op een begraafplaats – hangt een tegeltje van triplex, versierd met een Delfts blauw motiefje dat een woordspeling omarmt die weinig met wijsheid van doen heeft:
“Wat een pest die mist,” zei de pessimist. “Ach, trekt wel weer op,” zegt de optimist.
Als fel tegenstander van tegeltjes met dit soort flauwe teksten, deze kolderieke quatsch, word ik ongetwijfeld onmiddellijk verbannen naar en opgesloten in het kooitje voor de pessimisten, terwijl ik evengoed in staat ben er een positieve schwung aan te geven. Zo kan ik mij bijvoorbeeld voorstellen dat deze tegeltjesterreur mogelijk bevorderlijk en een movicolon®-besparend middel is voor mensen met constipatie, als ze tijdens een bezoek aan het toilet en na het zien van dit tegeltje verrast worden door een spontane aanval van diarree en zodoende verlost zijn van hun verstopping. In dat geval juich ik de productie van zulk een prullaria van harte toe.
Nog voordat ik een volzin had geschreven, kreeg ik het stempel een cynicus te zijn. Na het verschijnen van mijn eerste verhalen, werd dat stempel een stigma. Ik ben vaak een pessimist genoemd, een zwartkijker, een doemdenker of een fatalist. “Geniet jij wel eens ergens van?” werd mij meermaals gevraagd. “Waarom schrijf je zo somber?”, “Heb je dan geen hoop?” en “Wil je niet eens schrijven over vogels, bloemen en schoonheid?” Op dat laatste verzoek heb ik destijds serieus mijn best gedaan, maar de vogels werden dode mussen, de bloemen een bos verwelkte rozen en de schoonheid werd lelijk bevonden, dus heb ik de vertelling met mijn muis naar de digitale prullenbak gesleept. Het hoofdpersonage uit ‘Alles of niets’ – mijn debuut in een literair tijdschrift – verzucht aan het eind: “Ook al is er niets, alles komt goed.” Ik kan hier natuurlijk de getroebleerde en onbegrepen kunstenmaker uit gaan hangen, maar ik geloof niet dat ik de lezers die lachen louter associëren met levensvreugde en huilen alleen verbinden aan verdriet, nog iets te leren heb. Ik geloof in grijze gebieden.
“Hoe kun je optimistisch zijn in een tijd die niet gekenmerkt wordt door optimisme?” schijnt de Amerikaanse schrijfster A.M. Homes zich eens in een tweet afgevraagd te hebben. Volgens mij kan een tijd moeilijk gekenmerkt worden door optimisme, noch door pessimisme, en ik vind het zelfs wat pedant daarvan te spreken, wanneer je weet dat de tijd elders in de wereld, in een andere wereld, juist wel tot optimisme stemt en gevierd wordt met te lang gebakken zandtaartjes, door waanzinnigen die menen dat we heel aardig richting een eindtijd marcheren. Wij laten ons optimisme in de eerste plaats afhangen van die ander, zonder te kijken naar in welke mate we zelf debet zijn aan het ontbreken eraan. Wat kunnen we zelf doen? “Als we nou als land eens een keer besluiten om die deken van negativisme weg te trekken, met elkaar te besluiten om wél, die auto die we rijden is nu dertien, veertien jaar oud, we gaan eens een keer die nieuwe auto kopen, we zijn inmiddels uit het huis aan het groeien, want het aantal kinderen is toegenomen, we gaan nou eens een keer dat nieuwe huis kopen, we nemen dat klein beetje risico, we hebben dat vertrouwen!”
“Hoop, hoop?” zei ik eens tegen een lezer, gebruikmakend van mijn enige overlevingsmechanisme. “Ik spoel ’s ochtends een hoop door na een kop koffie en een sigaret.” “Als ik daadwerkelijk een pessimist was,” vroeg ik een andere keer, “had ik mezelf dan niet al lang opgehangen?” Hoop doet leven. Dat is een cliché. Ik hoop op het beste van alle werelden. Ik hoop op huppelende harten en handen op hoofden en honderdduizenden stemmen die “alles komt goed” fluisteren. Ik hoop dat ik nu nog een uurtje ongehinderd naar de graven in mijn achtertuin kan staren. Ik hoop dat ik door de mist de verlaten vlammetjes op het kerkhof kan zien. Daar geniet ik zo van. Ik ben namelijk een optimist pur sang.
Gerjon Gijsbers schrijft proza en leest iedere week een column voor bij AladnaFM. Zijn chapbook Aan gort, dat bij de Wintertuin verscheen, bestaat uit drie grote verhalen die tevens hoofdstukken zijn voor zijn nog niet voltooide eerste roman. In november 2015 presenteerde hij zijn bundeling columns Ik keek naar boven en had geen idee.
Kunstbende taal: het schrijfproces van Jante Wortel
Kunstbende is een landelijke wedstrijd voor jonge kunstenaars (13-18 jaar) in acht verschillende categorieën (onder meer dans, film en taal). Elke provincie heeft een eigen voorronde, waarna de regiowinnaars doorstromen naar de landelijke ontknoping. Jante Wortel, studente Creative Writing aan ArtEZ Arnhem, won dit jaar de finale Taal, en daarmee een voordracht op het Wintertuinfestival en een coachingstraject van Ellen Deckwitz. Het winnende verhaal, ‘Duinwandelaars’, is op De Optimist te lezen. In deze post vertelt ze meer over haar opleiding en haar schrijfproces.
Bij Creative Writing krijg je soms opdrachten als: kies één van deze drie foto’s en schrijf er een verhaal bij. Duizend woorden, zondagavond inleveren, tot de volgende keer. In het eerste jaar begon ik altijd te zweten als docenten zulke dingen zeiden. Dan werd er in de klas nog gevraagd of het niet over een bepaald onderwerp moest gaan, hoeveel personages je mocht gebruiken en of er bijvoorbeeld niet verplicht een kat zonder poten in voor moest komen. De eerste anderhalf jaar dat ik de opleiding deed vond ik het belangrijk om van docenten houvast te krijgen. Als ik bij een opdracht mocht doen wat ik wilde, wist ik meestal spontaan niet meer wat ik moest schrijven, of hoe. Bij de opdracht waar ik Duinwandelaars voor schreef veranderde dat. Ik begon – verrassend genoeg - met een foto van een duinlandschap als uitgangspunt, maar wat ik wilde schrijven, of waarover, dat wist ik nog niet. Ik begon gewoon met de eerste zin die in me opkwam en schreef onder druk van een wekker net zo lang door tot het af was, zonder het terug te lezen. Daarvoor verliep mijn schrijfproces meestal zo: ik had een idee, opende een word-bestand, schreef een paar regels, liep vast en stopte. Bij Duinwandelaars moest ik van mezelf doorschrijven, met als gevolg dat het schrijven zelf een soort experiment werd. Ik had geen idee wie de personages waren of wat ze wilden, maar door dat niet van tevoren te bedenken kwam ik er tijdens het schrijven achter. Dat maakte dat het verhaal geen invuloefening werd. Als het schrijven zelf alleen maar uittypen is, dan hoeft het van mij niet meer zo nodig. Helaas werkt het niet altijd zo, maar mijn ideale schrijfproces zou zijn: met niks beginnen en zonder tussendoor te huilen of extreem veel kauwgum te eten een meesterwerk produceren. Maar daar werk ik nog aan.
Jante Wortel (1996) schrijft proza en poëzie. Ze begon twee jaar geleden met de opleiding Creative Writing, schrijft het liefst als het donker is en drinkt haar koffie met twee zoetjes. Op dit moment is haar favoriete plek om te schrijven een logeerbed dat uit niet meer dan een matras bestaat. Meer van Jante vind je hier.