Festivaldonderdag: panelgesprek en college van Fresku
Op de tweede dag van het Wintertuinfestival werd de campus van de Radboud Universiteit overgenomen. 's Middags hield Jos Joosten een lezing en ging Frank Tazelaar met hem, writer in residence Nina Polak en ‘professioneel lezer’ Krista Jantowski in gesprek. ‘s Avonds gaf Fresku een college, en werd hij aan de hand van fragmenten uit zijn carrière door Dennis Gaens geïnterviewd. Vooraf droegen Joost Oomen en Helena Hoogenkamp voor. Programma gemist of herbeleven? Hieronder lees je de verslagen van onze correspondenten, Lars Meyer en Jozien Wijkhuijs. Foto’s van Schulte Schultz Fotografie.
Lezing en panelgesprek: Hoe bereiken we de vrije lezer?
Bestaat de vrije lezer nog wel? Of worden wij allemaal collectief aan het handje genomen door Big Data, algoritmes, die bepalen wat wij aan onze collectie toevoegen? De prangende vraag, die tevens het onderwerp is van het Wintertuinfestival, lijkt voor sprekers Jos Joosten, Nina Polak en Krista Jantowski, makkelijk te beantwoorden: Ja. Maar we hebben wel de hulp van anderen nodig.
De opkomst voor de lezing blijkt niet massaal. Politielinten voorkomen dat bezoekers zich als passieve studenten kunnen verstoppen op de achterste rijen. Een actieve houding is een vereiste voor het hoorcollege. Een combinatie van nieuwsgierige studenten en een handjevol toeschouwers schuifelen langzaam de collegezaal binnen. Voorin hangen, naast een aantal barkrukken, festivalposters die schril afsteken schril bij het vrijwel kleurloze universiteitsgebouw. Het blijft even rumoerig in de zaal, maar wanneer Joosten, vanachter zijn katheder, de eerste vragen stelt, worden we op een hoog tempo geïntroduceerd tot de gedachtes van The Bestseller Code en het werk van Yuri Lotman, wiens onderzoek in de vorige eeuw al de invloed van computers en data onderzocht in het literaire vak. Joosten blijft, ondanks zijn waarschuwing voor algoritmische romans, positief gestemd. 'Er bestaan geen succesformules, anders waren de schrijvers achter The Bestseller Code daar wel rijk mee geworden,' glimlacht hij. 'Desalniettemin,' zo drukt hij ons op het hart, 'zitten we allemaal in onze eigen literaire bubbel, met onze eigen hiërarchie van meningen die wij belangrijk achten. Iedereen laat zijn smaak aansturen door zijn persoonlijke algoritme: vrienden, magazines, familie, et cetera. Uiteindelijk willen we ons allemaal onderscheiden.'
De woorden van Joosten gonzen lang door in de antwoorden van de overige gasten. Allemaal zijn ze het erover eens dat de vrije lezer niet in gevaar verkeert, maar er wel naar methodes moet worden gezocht om de lezer te bereiken. Hoe is de vraag, gezien de analoge boekverkoop ieder jaar afneemt. Dat mensen in de boekbranche zich bedreigd voelen door bedrijven als Bol.com of Amazon, erkent Jantowski. 'Desalniettemin blijven mensen waarde hechten aan ontmoetingen,' vervolgt ze. 'Bij onze speciale avonden staat het boek dan ook altijd centraal. Wij doen het voor de reacties en verbindingen. De vraag is eerder: hoe bereiken wij de lezer? Zijn onze methodes nog wel van deze tijd? Er hangt iets romantisch over het verkopen van boeken, maar dat is het niet meer. Het assortiment overlapt teveel met elkaar. Wat WALTER biedt is niche, kleinschalig.'
Polak erkent dat haar uitgever dan ook geen kans voorbij laat gaan om haar eraan te herinneren dat dankzij het succes van 50 Shades haar boek in de winkel ligt. Ondanks dat haar smaak ook steeds specifieker, persoonlijker wordt, merkt ze op dat de vrije lezer, die het festival probeert te bereiken, een klein, marginaal, clubje snobs is. 'De massa wil namelijk gewoon lezen,' beargumenteert ze. 'Er is daar geen sprake van een hoge of lage cultuur. Kijk bijvoorbeeld naar fan-fiction, zie hoe actief die wereld is. Er is daar geen sprake van winst- of verdienmodellen, toch zijn er honderden mensen actief. Het is in de literatuur enkel de elite die op zoek gaan naar de grenzen. Is dit hele gesprek, vraagt ze, eigenlijk geen preaching to the choir?’
Voorzichtig knikt het panel, de boekwereld is inderdaad veranderd, en beweegt de markt wel genoeg mee? Is er niet sprake van een zogenaamde “Griet-op-den-Beeckisering” van de markt? Hebben de bestsellers niet de overhand? Joosten knikt, maar komt tot de slotsom dat het niet enkel kommer en kwel is in de boekenwereld. Hij neemt als voorbeeld uitgeverij Prometheus: 'Niet alleen is het maken van boeken goedkoper geworden, ook de productie gaat terug de bedrijven in. Niches zijn makkelijker te bereiken dan ooit, dit levert ook weer nieuwe mogelijkheden op.'
Joost Oomen en Helena Hoogenkamp dragen voor voorafgaand aan het gesprek met Fresku.
Fresku
Fresku komt naar het Wintertuinfestival om te delen, zegt hij. ‘Ik krijg heel vaak achteraf nog berichten met vragen, dat is zo zonde, want ik ben er nu. Vraag maar gewoon’. Voor een volle zaal zit hij ontspannen op een barkruk en complimenteert sommige bezoekers met dat ze een biertje hebben meegenomen de collegezaal in. Met een ‘proost’ en een slok van zijn water kan het college beginnen.
Aan de hand van fragmenten uit Fresku’s carrière bespreken interviewer Dennis Gaens en de rapper hoe hij is gekomen waar hij nu is. Te beginnen met deel van het nummer Brief aan Kees, een kritisch nummer, zowel naar de Nederlandse rapwereld als naar Fresku zelf. Het is gelijk al te zien dat hij het niet erg vindt om open te zijn naar het publiek. ‘Toen ik dit nummer schreef, woonde ik illegaal in iemands schuur, werkte ik in een fabriek en had ik last van stress omdat ik niet wist of ik een vast contract kreeg’, begint hij. ‘Na het werk, ’s nachts, maakte ik muziek. Ik had het gevoel dat ik drie keer zo hard werkte als de rest omdat ik altijd moe was.’ Toen het nummer werd opgepikt door de genoemde Kees (de Koning), begon zijn leven direct te veranderen, vertelt hij.
Maar de kritische noot in zijn nummers blijft, al zou je dat niet zeggen als je Fresku vanavond ziet zitten. Als Gaens hem ‘het geweten van de Nederlandse hiphop’ noemt, grijnst hij bescheiden en zegt: ‘nou, dan ben ik tenminste één keer zo genoemd’. Vervolgens steekt hij een vurig betoog af over het idee dat het glas halfvol of halfleeg zou zijn. ‘Iedereen hoort gewoon een vol glas te hebben.’
Naast die kritische, geëngageerde kant, blijkt uit de fragmenten en verhalen van Fresku dat hij ook veel dingen doet omdat hij ze gewoon vet vindt. Zoals zijn sketches met het typetje Gino Pietermaai, of de documentaire Fresku 2.0. ‘Ik hoop dat mensen zien dat al deze dingen bij mij horen. Voor mij is het allemaal ik.’ Ook zijn verhouding tot afkomst blijkt uit meerdere kanten te bestaan. ‘Op Curaçao moest ik mijn Nederlandse kant afzwakken en toen ik terugkwam in Nederland, was ik te Antilliaans. Toen ben ik gaan kijken wat ik leuk vind aan Nederlander zijn, en wat aan Antilliaan zijn. Zo heb ik bepaald wie ik ben.’ Hij grinnikt als Gaens opmerkt dat hij dus eigenlijk zijn leven bij elkaar samplet, zoals in zijn muziek. ‘Ja, misschien wel.’
Tussen neus en lippen door zegt Fresku veel dingen die het publiek mee naar huis kan nemen en aan de vragen, reacties en zelfs bedankjes voor bepaalde nummers uit het publiek te horen zal het dat ook doen. Wees jezelf, doe dingen omdat je ze vet vindt om te doen en leef met je antennes aan. Merk dingen op die je raken en doe daar iets mee. ‘Je hebt de kans om een journalist te zijn die niet objectief hoeft te zijn. Dat is toch heel mooi?’
In het kader van het Wintertuinfestival lanceert Wintertuin een digitaal festivalcentrum: een online platform met iedere week nieuwe themagerelateerde content in allerlei vormen. Informatie over het volledige festivalprogramma en de kaartverkoop kan worden gevonden bij de Festivalbalie.











