Vintage Comic - Superhelden Parade #01 (1983)
Juniorpress (Dutch)
seen from New Zealand
seen from United States

seen from Philippines
seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States

seen from Switzerland

seen from Netherlands

seen from Sweden
seen from Türkiye

seen from Singapore
seen from United States

seen from Japan
seen from Japan
seen from Belgium

seen from United States
seen from China
seen from United States
seen from United States

seen from Argentina
Vintage Comic - Superhelden Parade #01 (1983)
Juniorpress (Dutch)
Vintage Comic - De X-Mannen #047 (Dutch)
Juniorpress
Vintage Comic - Fantastic Four #018 (1981) (Dutch)
Juniorpress
Gimmick comic covers uit de jaren 90
In de jaren 90 mocht een comiccover al eens wat meer doen dan gewoon mooi zijn. Ze blonken, glansden, vouwden open of kregen zelfs een hologram. Ook bij Juniorpress doken die opvallende gimmick covers op. Vandaag zijn ze vooral heerlijk nostalgisch 👉
De jaren 90 wilden blinken
De gimmick cover past perfect bij de sfeer van comics in de jaren 90. Alles mocht groter, drukker en opvallender. Dat zag je in de tekenstijl, in de kostuums, in de covers en dus ook in de manier waarop comics werden verkocht.
Marvel en DC brachten regelmatig nummers uit die eruit moesten springen in het rek. Soms ging het om een jubileumnummer. Soms om een eerste nummer van een nieuwe reeks. Soms gewoon om een belangrijk hoofdstuk in een lopend verhaal. De cover moest duidelijk maken: dit nummer is speciaal.
Dat lukte ook. Wie als kind of tiener in de jaren 90 in de winkel stond, kon moeilijk naast zo’n glimmende cover kijken. Je nam die comic vast, draaide hem wat in het licht en plots voelde dat nummer toch net iets bijzonderder dan de rest.
Ook Juniorpress deed mee
Die Amerikaanse trend waaide ook over naar de Nederlandstalige comics. Juniorpress nam bij een aantal Marvel-uitgaven de speciale covers mee over. Daardoor kregen ook Nederlandse en Vlaamse lezers plots comics in handen die er wat luxueuzer uitzagen dan de gewone maandelijkse uitgaven.
Dat past mooi bij de evolutie die Juniorpress in die periode doormaakte. De vroege Juniorpress-comics stonden bekend om hun wat groezelige papier en doffere kleuren. Dat had zeker zijn charme. Maar in de jaren 90 veranderde de Amerikaanse comicproductie. Er werd steeds vaker met computerinkleuring gewerkt. Die nieuwe kleuren kwamen beter tot hun recht op gladder en zwaarder papier.
Ook bij Juniorpress zie je die overgang. De comics begonnen er verzorgder en moderner uit te zien. De gimmick covers horen dus niet alleen bij een commerciële hype. Ze horen ook bij een periode waarin comics visueel veranderden. Alles werd glanzender, scherper en spectaculairder.
Wat is een gimmick cover?
Een gimmick cover is eigenlijk niets meer dan een cover met een extraatje. Iets waardoor het nummer meer opvalt dan een gewone comic.
Een paar typische voorbeelden uit de jaren 90:
Foil embossed cover Bij de foil embossed covers krijg je eigenlijk twee gimmicks tegelijk. De cover blinkt door het gebruik van folie en heeft ook reliëf: vaak op het logo, de titel of een deel van de tekening. Daardoor voelt de comic meteen wat luxueuzer aan.
Hologram cover Een cover met een holografische plaat. Marvel gebruikte hologrammen graag bij jubileumnummers of belangrijke uitgaven. Ook Juniorpress nam daar enkele voorbeelden van over. Denk maar aan het bekende setje van 4 ter gelegenheid van 30 jaar Spiderman uit 1993.
Foldout cover Een uitklapbare cover. Misschien minder spectaculair dan een hologram of blinkende folie, maar als lezer voelde het wel als iets extra’s. Je sloeg de cover open en kreeg plots een bredere illustratie. Vaak was dat ideaal voor groepsshots, grote actiescènes of covers die een verhaal extra dramatisch wilden inzetten. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk X-Mannen Special 1, waarbij de 5 variant covers van de Amerikaanse X-Men 1 tot één geheel werden samengevoegd.
Die-cut cover Een cover met een uitgesneden vorm. Dat zag je vooral bij Amerikaanse uitgaven, maar met Superman 100 kregen we er bij Baldakijn toch ook ééntje in het Nederlands.
Waren ze echt zeldzaam?
Dat is misschien het grappige aan veel gimmick covers. Ze zagen eruit als collector’s items, maar waren dat lang niet altijd. In de Verenigde Staten verschenen sommige speciale covers in enorme oplages. De markt was toen zo sterk gericht op verzamelaars dat veel mensen meerdere exemplaren kochten. Eén om te lezen. Eén om te bewaren. En soms nog een paar extra “voor later”. Alleen bleek later dat net heel veel mensen dat deden. Daardoor werden veel van die speciale nummers helemaal niet zo schaars als gehoopt.
Voor de Nederlandstalige uitgaven ligt dat iets anders. De oplages waren hier natuurlijk kleiner dan in Amerika. Toch betekent dat niet dat de gimmick cover die hier verschenen vandaag zeldzaam of duur zijn.
Mooi, fout en heerlijk nostalgisch
Gimmick covers zijn een beetje fout. Ze zijn commercieel. Ze zijn soms overdreven. En ze horen bij een periode waarin de comicmarkt zichzelf wat voorbijliep.
Maar ze zijn natuurlijk ook gewoon leuk. Ze brengen meteen een bepaald gevoel terug. Het met beperkt zakgeld in de winkel moeten kiezen uit verschillende comics. En dan plots zo’n nummer dat er net wat harder uitsprong dan de rest.
En geef toe: soms mag een comic gewoon eens blinken.
Van Nightcrawler tot Harlekein: vertalen bij Juniorpress
Wie in de jaren 80 en 90 opgroeide met Juniorpress, las Spider-Man, de X-Mannen, De Vergelders of Wolverine vaak niet als vertaling. Je las ze gewoon als strips. De stemmen klonken vanzelfsprekend. De grappen werkten. De actie had vaart. En meestal stond je er niet bij stil dat achter elk tekstballonnetje een vertaler zat die moest kiezen, schrappen, schuiven en soms stevig improviseren 👉
Een kleine redactie met veel werk
Juniorpress was geen grote uitgeverij. Achter al die reeksen zat een kleine redactie met minder dan tien vaste medewerkers en een groep freelancers. Ans Loos bepaalde als hoofdredacteur mee het uitgavenbeleid. Jan de Rooij deed de tekstredactie. Daarnaast waren er nog medewerkers die de administratie, redactie en praktische productie mee draaiende hielden.
De redactie van Juniorpress in 2000 (foto: Stripnieuws)
De vertalers stonden daar niet los van. Ze vertaalden niet alleen tekstballonnen. Ze werkten ook mee aan redactionele pagina’s, beantwoordden lezersbrieven en dachten soms mee over het uitgavenbeleid. Daardoor kregen de boekjes een eigen stem. Niet alleen in de verhalen zelf, maar ook in de brievenrubrieken, de redactionele stukjes en de kleine opmerkingen tussen de reeksen door.
Dat verklaart mee waarom Juniorpress voor veel lezers zo vertrouwd aanvoelde. Het was geen anonieme fabriek. Je voelde dat er mensen achter zaten die zelf iets hadden met die strips.
Van professionele vertalers naar trouwe fans
In de beginjaren werkte Juniorpress vooral met professionele vertalers. De bekendste naam blijft zonder twijfel Ger Apeldoorn, ook bekend als Gé Apeldé. Zijn vertalingen van de X-Mannen kregen een heel eigen toon. Soms scherp. Soms droog. Vaak met precies genoeg humor om de Amerikaanse bombast naar iets te trekken dat in het Nederlands werkte.
Ook Joost Timp en Siebe Snoeren waren vaste namen bij Juniorpress. Bij Baldakijn, de imprint waaronder onder meer Batman verscheen, vertaalde Michel Nadorp. Die kennen veel striplezers vooral als tekenaar van Donald Duck, maar hij werkte dus ook aan Nederlandstalige DC-comics.
Later veranderde die aanpak. Juniorpress ging op zoek naar nieuw bloed. Ger Apeldoorn kwam met het idee om geen klassieke professionele vertalers te benaderen, maar echte fans. Ans Loos keek vervolgens naar ingezonden brieven en selecteerde daaruit mensen die duidelijk taalgevoel hadden. Dat maakt van de brievenrubriek dus niet alleen een communitykanaal, maar ook een soort talentenvijver. Zo kwamen onder meer Olav Beemer, Peter de Bruin en Tom Groot in beeld.
Bij Peter de Bruin begon het letterlijk met lezersbrieven. In de vroege jaren 80 schreef hij regelmatig naar Juniorpress. Zijn eerste brief verscheen zelfs op de allereerste brievenpagina van Peter Parker, de Spektaculaire Spider-Man. Later zag hij op de Stripdagen in Breda tot zijn eigen verbazing zijn naam hangen aan de stand van Juniorpress. Ans Loos was op zoek naar nieuwe medewerkers. Zijn brieven waren opgevallen. Niet veel later kreeg hij de vraag om een proefvertaling te maken.
Dat verhaal zegt veel over Juniorpress. De afstand tussen uitgeverij en lezer was klein. Een trouwe fan kon uiteindelijk zelf meewerken aan de strips die hij vroeger las. Zo was Olav Beemer nog maar zeventien toen hij door Ans Loos werd benaderd. Hij ging na schooltijd met de trein naar Naarden voor een gesprek, zo vertalde hij in een interview met Stripnieuws.
Vertalen met papier, potlood en diskette
Vandaag klinkt vertalen vooral als digitaal werk. Je krijgt bestanden, typt in een programma en stuurt alles online door. Bij Juniorpress ging dat lange tijd anders.
Peter de Bruin beschrijft in een interview met De Getekende Reep hoe hij bij zijn eerste opdrachten een volledige vertaling eerst op papier uitschreef. Daarna typte hij die over in WordPerfect. Vervolgens stuurde hij een diskette naar Naarden, samen met de originele comics. In die comics had hij alle pagina’s en tekstballonnen genummerd. Zo wist de redactie precies welke Nederlandse tekst bij welke ballon hoorde.
Dat klinkt omslachtig, maar het was toen gewoon de manier van werken. Elke pagina moest kloppen. Elke ballon moest terug te vinden zijn. En elk stukje tekst moest passen binnen de ruimte die de tekenaar oorspronkelijk had voorzien.
Daar zat meteen een van de grote moeilijkheden. Engels is vaak compacter dan Nederlands. Een korte Amerikaanse zin kon in het Nederlands plots veel langer worden. De vertaler moest dus niet alleen goed vertalen, maar ook ruimtebewust schrijven. Een tekstballon is geen romanbladzijde.
Af en toe ging het mis
Bij zo’n arbeidsintensief proces kon er natuurlijk iets fout lopen. Een van de bekendste voorbeelden is de Howard the Duck filmspecial, waarin per ongeluk een pagina in het Fins terechtkwam. Dat soort fouten zijn achteraf grappige curiosa. Voor de uitgeverij zelf waren ze vermoedelijk vooral pijnlijk.
Maar net zulke foutjes maken de geschiedenis van Juniorpress ook tastbaar. Ze tonen hoe fysiek en handmatig het productieproces nog was. Comics vertalen was geen kwestie van één bestand openen en alles netjes exporteren. Het was knipwerk, tikwerk, nummerwerk, overleg en controle.
👉 Lees meer over drukfouten, coverchaos en noodoplossingen bij Juniorpress
Geen letterlijke vertaling, maar een leesbare strip
Een goede comicvertaling is zelden letterlijk. Amerikaanse comics zitten vol woordspelingen, bijnamen, straattaal, culturele verwijzingen en dramatische oneliners. Zet je die één-op-één om, dan krijg je vaak houterige tekst. Te braaf, vreemd of gewoon onbegrijpelijk.
De kunst zat dus in het vinden van een Nederlandse zin die hetzelfde effect had. De grap moest werken. Voor sommigen is het achteraf melig, maar eigenlijk is het allemaal best leuk gevonden. Een mooi voorbeeld is volgende vertaling in een nummer van de Verbijsterende Hulk door Joost Timp. Leuk detail is dat Timp ook echt de zanger was van de groep Bloem.
Ger Apeldoorn stond bekend om een vrije, vlotte aanpak. Hij keek sterk naar de scène en naar het ritme van het verhaal. Niet slaafs ballon per ballon, maar vanuit het geheel. Wat moet deze scène doen? Hoe klinkt dit personage? Welke Nederlandse tekst houdt dezelfde vaart?
Peter de Bruin werkte naar eigen zeggen dichter bij de oorspronkelijke tekst. Maar ook bij hem bleef natuurlijk Nederlands belangrijk. De vertaling moest achteraf opnieuw gelezen kunnen worden als een gewoon verhaal. Niet als Engelse tekst met Nederlandse woorden eroverheen.
Dat is misschien de beste omschrijving van een geslaagde Juniorpress-vertaling: je merkte ze niet op. Als kind las je gewoon verder. Je dacht niet na over taalkeuzes. Je wilde weten hoe Spider-Man uit de problemen zou raken.
Namen vertalen of niet?
Bij oudere Nederlandse comicuitgaven werden namen soms vrij hard vertaald. Bij Classics of HIP Comics kon dat heel ver gaan. Juniorpress was daar meestal voorzichtiger in. De meeste helden en schurken behielden hun Amerikaanse naam.
Toch gebeurde het soms wel. Bij De Vergelders doken namen op als Haviksoog, Staalman en de Rode Feeks. Dat klinkt vandaag wat ongewoon, maar het past wel bij een periode waarin uitgevers nog zochten naar een evenwicht tussen herkenbaarheid en begrijpelijkheid.
De mooiste uitzondering blijft voor veel lezers Harlekein. Ger Apeldoorn vertaalde Nightcrawler niet letterlijk, maar koos voor een naam die vreemd, speels en sierlijk klonk. En ja: met ei.
Dat soort keuzes tonen hoe creatief het vertaalwerk kon zijn. Een naam is meer dan een label. Ze bepaalt mee hoe een personage voelt. Nightcrawler klinkt mysterieus en wat dreigend. Harlekein klinkt beweeglijk, theatraal en vreemd. Voor Kurt Wagner was dat helemaal geen slechte vondst.
Puzzelen met pagina’s
Het vertaalwerk stopte niet altijd bij de tekst. Amerikaanse comics pasten niet zomaar één-op-één in de Nederlandse uitgaven. Juniorpress werkte met vaste formaten, vaste paginatellingen en een prijs die betaalbaar moest blijven. Daardoor moest er soms worden gepuzzeld: verhalen werden over nummers verdeeld, reeksen werden gecombineerd, back-ups moesten op de juiste plek komen... En soms paste het simpelweg niet. Dan moest er een pagina sneuvelen.
Dat klinkt vandaag bijna heiligschennis. Toch was het vaak een praktische keuze. De comics moesten op tijd verschijnen, betaalbaar blijven en passen binnen het productiemodel van Juniorpress. Als er dan een pagina weg moest, keek men naar wat het minst schade deed. Een splashpage. Een herhalende actiescène. Een pagina die voor de grote lijn minder cruciaal was.
Het meest extreme voorbeeld hiervan is waarschijnlijk New Mutants 19, waarin Ger Apeldoorn probeerde een tiental Amerikaanse nummers samen te vatten op 20 pagina's om zo een grote inhaalslag te doen.
Meer dan alleen vertalen
De vertalers deden bovendien meer dan teksten omzetten. Ze schreven redactionele pagina’s, beantwoordden fanmail en dachten mee over het uitgavenbeleid. Olav Beemer zat later zelfs één dag per week op de redactie om de steeds ingewikkeldere planning mee op te volgen. Dat was nodig, want Juniorpress werkte met coproducties en kreeg te maken met reeksen die almaar sterker door elkaar liepen. Vooral bij X-Mannen en Spiderman werd het door de vele crossovers steeds belangrijker om de continuïteit goed te bewaken.
De stem van een generatie
Juniorpress was voor veel Nederlandstalige lezers de eerste echte kennismaking met Amerikaanse comics. Daardoor blijven die vertalingen hangen. Niet alleen uit nostalgie, maar ook omdat ze voor een hele generatie bepaalden hoe Marvel en DC in het Nederlands klonken. Voor veel lezers was het niet “X-Men in vertaling”. Het was gewoon de X-Mannen.
Baldakijn Boeken: het DC-gezicht van Juniorpress
Er zijn van die namen die bijna uit het collectieve stripgeheugen verdwenen zijn, maar die ooit een opvallend grote rol speelden. Baldakijn Boeken is zo’n naam. Wie in de jaren tachtig en negentig Nederlandstalige Batman- of Superman-strips kocht, zag die naam geregeld opduiken. Niet Juniorpress, maar Baldakijn. En dat is vreemd, want achter die naam ging net wél een belangrijk stuk van de uitgeefgeschiedenis van Juniorpress schuil. Baldakijn was jarenlang het gezicht van DC in het Nederlands, maar bleef tegelijk ook altijd een beetje mysterieus 👉
Niet zomaar een andere uitgever
Wie Baldakijn Boeken voor het eerst tegenkomt, zou kunnen denken dat het om een volledig aparte uitgever ging naast Juniorpress. In de praktijk lag dat anders. Baldakijn was net een sublabel van JP waaronder de DC-verhalen verschenen. Juniorpress was dus wel degelijk de grote motor achter die uitgaven, maar gebruikte voor DC een andere naam op de cover. De reden daarvoor was vrij eenvoudig: Juniorpress mocht in die tijd van Marvel geen uitgaven van de grote concurrent uitbrengen. Vandaar dus deze creatieve oplossing.
Een naam met een oudere geschiedenis
Wat het extra verwarrend maakt, is dat de naam Baldakijn niet pas in de jaren tachtig plots opdook. De naam bestond al eerder en werd gebruikt voor heel andere publicaties, zoals pockets, oorlogsstrips en westernreeksen.
Dat roept meteen een interessante vraag op. Was er een directe link tussen die oudere Baldakijn-uitgaven en de latere DC-comics? Of werd gewoon een bestaande naam opnieuw van stal gehaald? Een sluitend antwoord is niet eenvoudig te vinden. Wat wel vaststaat, is dat in 1984 de 'oude' pulpuitgaven (op enkele uitzonderingen na) stopten en Baldakijn vanaf dan werd ingezet als DC-label.
De aarzelende start van Batman
Als één reeks duidelijk maakt hoe Baldakijn werkte, dan is het wel Batman. Die reeks begon tweemaandelijks in 1984 en liep in die eerste fase tot eind 1985. Dat klinkt op papier als een degelijke start, maar daarna viel de gewone reeks stil. In 1986 verscheen er geen nieuw regulier nummer meer.
Dat is opvallend, want achteraf lijkt het bijna vanzelfsprekend dat Batman altijd een succesnummer moest zijn geweest. In werkelijkheid verliep die opstart dus behoorlijk stroef. Men leek nog te zoeken naar het juiste ritme en misschien ook naar het juiste publiek.
Toch zat er in die pauze al een belangrijk signaal. In 1986 verscheen namelijk wel Batman: De terugkeer van de Dark Knight. Dat was geen gewone tussendoortje want het was natuurlijk de Nederlandse versie van Frank Millers invloedrijke miniserie. Terwijl de reguliere reeks stilviel, werd dus net zo’n prestigieuze uitgave wél uitgebracht. Dat zegt veel over de ambities die men met Batman had, ook al was de gewone lijn op dat moment nog niet stabiel.
Jaar Een en Twee en dan pas echt op gang
In 1987 pikte Baldakijn de draad weer op met nummer 13 en 14, waarin Batman: Jaar Een werd gepubliceerd. Een jaar later volgden nummer 15 en 16 met Jaar Twee. Dat zijn vandaag bekende titels, maar toen waren het vooral nieuwe pogingen om de reeks weer in beweging te krijgen.
Pas vanaf 1989 begon Batman bij Baldakijn echt als een volwaardige doorlopende reeks te voelen met nummer 17 (mijn allereerste comic 🤩) En dat is moeilijk los te zien van de eerste Batman-film van Tim Burton. Die film gaf het personage ook hier een enorme commerciële boost. Vanaf dat moment kwam er duidelijk meer vaart in de Nederlandse uitgaven.
1989 was dan ook een echt kanteljaar. Niet alleen liep de gewone reeks vanaf dan veel consistenter verder, er kwamen ook meteen allerlei extra uitgaven bij. Dat jaar verscheen de Batman Filmspecial, startte de reeks Batman Special (die later ook de Legends of the Dark Knight zou opnemen, naast tal van bijzondere uitgaven zoals Batman/Dracula en Batman vs Predator) en kwam ook The Killing Joke in het Nederlands uit. Plots was Batman niet langer een aarzelende titel in het fonds, maar een merk waar Baldakijn volop op inzette.
Superman als vaste waarde
Batman was niet de enige pijler van Baldakijn. Ook Superman kreeg er een belangrijke plaats. Die reeks kende zelfs een langere en stabielere looptijd dan Batman en groeide uit tot meer dan honderd nummers. Deze reeks omvat dan ook heel wat hoogtepunten, zoals de legendarische John Byrne run en het Doomsday verhaal.
Opvallend en uniek voor Nederlandstalige comics zijn trouwens de "0-nummers" voor de zowel de Batman- als Supermanreeks. Handige introductienummers die de geschiedenis van het personage uit de doeken deden. Dit waren als kind lang mijn favoriete strips 😍
Daarnaast verschenen ook Superman Special, Superman Extra (met een verderzetting van de Europese Supermanverhalen die eerder door Ehapa werden uitgebracht) en Superman & Batman Special.
Nog een bijzonderheid was 'Superman in Europa' uit 1990. Dit verhaal, 'Superman og Fredsbomben’ (Superman en de Vredesbom), verscheen in 1990 in Denemarken bij Semic Press naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van Superman. Baldakijn zorgde voor de Nederlandstalige versie.
Ook plaats voor andere DC-titels
Baldakijn beperkte zich bovendien niet tot alleen Batman en Superman. Al van bij de start in 1984 kregen ook meer niche-titels als Sgt. Rock en House of Mystery een plek. Een jaar later volgden dan weer New Teen Titans en Atari Force. Net als de V miniserie in 1987.
Eerder had ik het al als 1989 als belangrijk jaar voor Baldakijn en een echt kantelpunt. Dat viel naast al het Batman-materiaal toen ook op door Thriller Magazine, een bundeling van verschillende meer volwassen DC-titels zoals Green Arrow en Question maar ook luxe-uitgaven als Black Orchid (in hardcover) en het 6-delige Watchmen op groot formaat.
Vooral die laatste twee zijn interessant. Het toont dat Baldakijn niet alleen een vehikel was voor de meest evidente superheldentitels, maar af en toe ook ruimte bood aan meer aparte of ambitieuzere uitgaven. Baldakijn was klein in vergelijking met de totale Juniorpress-machine, maar het was tegelijk breder en interessanter dan je op het eerste gezicht zou denken.
Het einde
Eind 1996 was het voorbij voor Baldakijn. De lopende reeksen van Batman en Superman hadden het erg moeilijk. Mede door de grote crossovers in beide reeksen die moeilijk volledig uit te geven waren. Maar zeker ook door de interesse van het publiek die intussen meer was verschoven naar de comics van Image die dan ook uitkwamen bij Juniorpress. Opvallend: de reeks Batman Special hield het nog enkele deeltjes vol, maar dan wel onder de Juniorpress vlag en niet langer als uitgave van Baldakijn Boeken.
Waarom Baldakijn is blijven hangen
Voor veel lezers had Baldakijn iets eigens. Marvel hoorde bij Juniorpress. DC hoorde bij Baldakijn. Alleen al dat verschil in naam gaf die strips een andere uitstraling. Alsof het om een net iets aparte hoek van het comicaanbod ging. Iets donkerder, iets serieuzer, of gewoon iets minder vanzelfsprekend.
En precies daarom blijft die naam zo boeiend. Baldakijn is meer dan een oud logo op vergeelde strips. Het staat voor een periode waarin de Nederlandstalige comicmarkt nog volop in beweging was. Een periode waarin men soms aarzelde, soms improviseerde, maar tegelijk ook iets bijzonders opbouwde. En ergens maakt dat Baldakijn vandaag misschien nog net iets interessanter dan een strak en perfect uitgewerkt uitgeefplan ooit had kunnen doen.
Checklist
Atari Force, 1-10, (1985-1986)
Batman, 0-77, (1984-1996)
Batman Filmspecial, 1-4, (1989-1997)
Batman Magazine, 1-25, (1994-1995)
Batman Special, 1-28, (1989-1997)
Batman: Killing Joke, (1989)
Batman: Terugkeer van de Dark Knight, 1-4, (1986)
Black Orchid, 1-3, (1989-1990)
House of Mystery Special, 1-4, (1984-1985)
Limited Serie, 12 en 15 (1990) - overige delen in de reeks zijn van Juniorpress
New Teen Titans, 1-20, (1985-1988)
Sgt. Rock Oorlogspocket, 1-2, (1989)
Sgt. Rock Special, 1-4, (1984-1985)
Superman, 0-118, (1984-1996)
Superman en Batman Special, 1-13, (1984-1987)
Superman Extra, 1-3, (1984-1985)
Superman Special, 1-21, (1987-1991)
Superman in Europa (1990)
Thriller Magazine, 1-10, (1989-1990)
V, 1-3, (1987-1988)
Watchmen, 1-6, (1989)
Juniorpress: een begrip in Nederland en Vlaanderen
Iedereen in Vlaanderen en Nederland met ook maar een béétje interesse in comics kent ze wel: de uitgaven van Juniorpress. Meestal met het opvallende rode logo op de cover. De uitgeverij bracht van eind jaren ’70 tot midden jaren 2000 vertaalde superhelden comics op de markt. Voor velen was dit de eerste kennismaking met de wereld van Marvel en DC. Maar hoe verliep de werking op de redactie? Een blik achter de schermen 👉
Het begin
Om het verhaal van Juniorpress te begrijpen, moeten we eerst naar Centripress kijken. Die uitgeverij werd in 1973 opgericht door Rob Spijkstra en specialiseerde zich vooral in schoolagenda’s en boeken. In 1979 besloot Centripress zich ook aan vertaalde Amerikaanse comics te wagen. Daarvoor werd een aparte dochteruitgeverij opgericht: Juniorpress.
De eerste superheldenuitgave was Spiderman contra Hulk Special. Die aparte uitgave voelde nog wat als een test. Niet veel later volgde de echte start met lopende reeksen als Spektakulaire Spiderman, Fantastic Four, De Vergelders, De Verdedigers en De Verbijsterende Hulk.
Naast de Marvel-helden verschenen er ook andere reeksen. Denk aan Tarzan, John Carter en Laurel & Hardy. Juniorpress begon dus breder dan alleen superhelden. Maar het waren wel Spider-Man, de X-Mannen en later Wolverine die de uitgeverij haar bekendste gezicht zouden geven.
In 1985 werd Centripress, met Juniorpress erbij, verkocht aan Semic. Vanaf dan zouden sommige titels die eerder onder de Semic-vlag verschenen, naar Juniorpress doorschuiven. Denk bijvoorbeeld aan Woody Woodpecker of Prins Valiant.
Voor de DC-helden kwam er nog een aparte constructie. Marvel en DC wilden hun vertalingen niet onder dezelfde uitgeversnaam op de markt zien verschijnen. Daarom werd Baldakijn Boeken gebruikt voor reeksen als Batman en Superman. Voor de lezer voelde Baldakijn misschien als een aparte uitgeverij. Achter de schermen hoorde het gewoon bij dezelfde familie.
Ans Loos en de kleine redactie in Naarden
Een naam die onlosmakelijk met Juniorpress verbonden blijft, is Ans Loos. In zowat elke Juniorpress-comic kom je haar naam tegen in het colofon. Zij bepaalde als hoofdredacteur mee welke reeksen verschenen en hoe het aanbod werd opgebouwd.
Opvallend genoeg was Ans Loos bij de start geen grote comicfan. Ze leerde de superheldenwereld gaandeweg kennen door haar werk. Maar net dat maakte haar misschien ook sterk. Ze keek niet alleen als liefhebber, maar vooral als uitgever. Welke reeks kan lopen? Waar zit publiek voor? Hoe bouw je een aanbod op dat lezers maand na maand blijven volgen?
Eén van haar belangrijkste keuzes was om zo veel mogelijk doorlopende series uit te bouwen. Lezers moesten erop kunnen vertrouwen dat een reeks bleef lopen. Juniorpress wilde niet zomaar losse flodders uitbrengen, maar een herkenbaar pakket waar je als lezer in kon meegroeien.
👉 Lees meer over Ans Loos
De redactie zelf was klein. Minder dan tien vaste medewerkers werkten samen met verschillende freelancers. Ans Loos bepaalde mee het uitgavenbeleid. Jan de Rooij deed de tekstredactie. Minggus Lopulalan hield zich bezig met de administratie. Namen als Marina Zurel, Sjoerd Harte, Martine Sherrell en Walter Steur doken achter de schermen op bij de redactionele werking.
🎬 Kijktip: Olav Beemer neemt je in één van zijn Weeklydose vlogs terug mee naar de locatie
Het bekende adres was Zwarteweg 6 in Naarden. Voor veel lezers voelde dat bijna als een magische plek. Daar kwamen de boekjes vandaan. Daar stuurde je brieven naartoe. Daar zat de redactie die maand na maand bepaalde welke helden in het Nederlands zouden verschijnen.
Daarnaast was er ook nog een adres in Bussum. Daar zat het magazijn met de klantenservice. Ook dat was typisch Juniorpress: het ging niet alleen om nieuwe nummers in de winkel, maar ook om nabestellingen, abonnementen en contact met lezers.
De vertalers: meer dan tekstballonnen vullen
Achter de Nederlandse stemmen van al die helden zat een kleine groep vertalers. In de beginjaren werkte Juniorpress vooral met professionele vertalers. De bekendste naam blijft zonder twijfel Ger Apeldoorn, ook bekend als Gé Apeldé. Zijn werk op de X-Mannen gaf die reeks een heel eigen toon. Droog, scherp en vaak net los genoeg om de Amerikaanse bombast in het Nederlands te laten werken.
Conversatie tussen Ans Loos en vertaler Peter de Bruin over de voorbereiding van het Maximum Carnage verhaal
Later veranderde de aanpak. Ans Loos keek niet alleen meer naar professionele vertalers, maar ook naar trouwe lezers. Mensen die vaak schreven, veel kennis hadden en duidelijk goed met taal overweg konden. Zo kwamen onder meer Olav Beemer, Peter de Bruin en Tom Groot in beeld.
👉 Lees meer over de vertalers en het vertaalproces bij Juniorpress
Community vóór het internet
Een groot deel van het succes van Juniorpress zat niet alleen in de strips zelf. Het zat ook in alles eromheen.
Juniorpress deed relatief weinig aan klassieke promotie. Toch bouwde de uitgeverij iets op dat vandaag vanzelfsprekend klinkt, maar toen veel zeldzamer was: een community. Via brievenrubrieken, redactionele pagina’s, Supertips, abonnementen, klantenservice en de jaarlijkse Stripdagen kregen lezers het gevoel dat ze deel uitmaakten van iets groters.
Rubrieken als Superhelden Post, Marvel Post, Webnieuws, StripXperts, F-F-Fanmail en Vergelders Verzamelen waren voor veel lezers minstens even belangrijk als de verhalen zelf. Je las niet alleen wat de redactie te zeggen had. Je zag ook namen van andere lezers terugkomen. Na een tijdje voelden sommige vaste briefschrijvers bijna vertrouwd aan.
In een tijd zonder sociale media, fora of WhatsAppgroepen was dat bijzonder. Je ontdekte via die rubrieken dat er nog andere mensen waren die dezelfde helden lazen. Je kon reageren. Je kon vragen stellen. Soms kreeg je antwoord. En heel af en toe verscheen je brief zelfs gedrukt in een comic.
Jan De Rooij bij de stand van Juniorpress op de Stripdagen (foto's: Stripnieuws 82)
Ook de aanwezigheid van Juniorpress en Baldakijn op de Stripdagen versterkte dat gevoel. Daar kon je de mensen achter de boekjes ontmoeten. Voor sommige lezers werd Juniorpress daardoor meer dan een logo. Het werd een plek. Een club. Een gedeelde herinnering.
Die communitywerking verklaart ook waarom de uitgeverij vandaag nog altijd zo warm wordt herinnerd. Juniorpress verkocht strips, maar gaf lezers ook het gevoel dat ze ergens bij hoorden.
Originele Juniorpress winkeltasjes
De hoogdagen: steeds meer reeksen
Vanaf het midden van de jaren 80 begon Juniorpress echt op kruissnelheid te komen. Het aantal reeksen groeide snel. Spider-Man kreeg meerdere titels. De X-Mannen werden steeds belangrijker. Ook De Vergelders, Fantastic Four, Hulk, Wolverine en Punisher vonden hun publiek.
Peter de Bruin vertelde in een interview met De Getekende Reep dat je de gloriejaren van Juniorpress ongeveer kan vastpinnen op de periode 1985-1995. Dat klinkt logisch. In die jaren had Juniorpress een sterk aanbod, een herkenbare redactie, veel zichtbaarheid in winkels en een groeiende groep trouwe lezers. The sky leek dan ook wel the limit met steeds meer titels en miniseries als Infinity Gauntlet en zelfs het gebruik van gimmick covers.
Belangrijk is wel dat Juniorpress meer was dan Marvel-superhelden. De uitgeverij bracht ook reeksen uit die gebaseerd waren op populaire tekenfilms en kinderseries. Denk aan Transformers, G.I. Joe, Popeye, Woody Woodpecker en de Rose Panter. Onder superheldenfans werd daar misschien wat lacherig over gedaan, maar commercieel waren zulke reeksen erg belangrijk.
Net die mix maakte Juniorpress sterk. Er was plaats voor jonge lezers, voor superheldenfans en voor verzamelaars die steeds dieper in Marvel doken. De comics lagen bovendien lange tijd gewoon in de winkelrekken. Je vond ze bij de dagbladhandel, in supermarkten en op plekken waar kinderen en tieners toevallig langskwamen. Dat hielp enorm.
Juniorpress was dan ook goed in die distributie. Oplettende lezers is vast opgevallen dat veel reeksen vanaf 1990 een dubbele nummering kregen. Naast het reeksnummer van de serie zelf, kwam er nog een serie 'bovenop'. Zo was er Marvel Heroes (met Punisher, Wolverine en Conan), de Special Serie (met Spiderman Special, Fantastic Four en Vergelders) maar ook Satteliet (met G.I.Joe en Transformers) en de Humor Serie (met oa. Rose Panter). Die extra reeksvermelding had vooral een praktische functie. Niet voor de lezer, maar voor de distributie en de winkels. Comics lagen doorgaans maar één maand in de rekken. Zodra het volgende nummer verscheen, ging het vorige retour. Bij reeksen die maar om de drie maanden verschenen, werd dat lastiger. Zo’n nummer zou dan in theorie drie maanden blijven liggen. Door verschillende reeksen onder één doorlopende subtitel te plaatsen, zoals Marvel Heroes 5 voor Punisher en een maand later Marvel Heroes 6 voor Wolverine, werd het voor winkeliers duidelijk welk nummer uit de schappen moest.
Van krantenpapier naar glanzend papier
Wie oude Juniorpress-comics vastneemt, voelt meteen het verschil met latere nummers. De vroege uitgaven werden gedrukt op ruw, dof papier. Vaak wordt dat omschreven als krantenpapier. De kleuren waren wat flets. De druk was niet altijd even strak. Maar voor veel lezers hoort net dat bij de charme. Het groezelige gevoel van de oude nummers hoorde voor veel lezers bij de Juniorpress-beleving. Alleen al die geur. Je weet wel.
In de jaren 90 veranderde het product. Juniorpress stapte over naar zwaarder en gladder papier. Dat had vooral te maken met de evolutie van de Amerikaanse comics zelf. De inkleuring werd steeds vaker digitaal. De kleuren werden feller en complexer.
Ook inhoudelijk werd alles anders in de jaren 90: visueler, harder, glanzender en spectaculairder. Tekenaars werden supersterren. Nieuwe uitgevers wilden het anders doen. Image Comics werd het symbool van die periode. Ook Juniorpress sprong na enige tijd mee op die trein.
Voor veel lezers voelden die Image-reeksen moderner en volwassener. Het was geen toeval dat ze al snel de koplopers werden binnen het Image-aanbod van Juniorpress, ten nadele van klassiekers als Vergelders en Fantastic Four. Ook opvallend is dat op die Image-series het Juniorpress-logo steeds werd weggelaten. Alsof de uitgever zich schaamde om de eigen naam. En ja, Ger Apeldoorn haalde zelf ook al wel eens aan dat Juniorpress misschien een beetje een ongelukkige naam was omdat het nogal kinderlijk klinkt. Maar toch.
Het begin van het einde
Vanaf eind jaren 90 ging het minder. Daar was niet één simpele oorzaak voor. Het was een combinatie van factoren.
De eerste generatie lezers werd ouder. Sommigen stopten met comics. Anderen stapten over op Amerikaanse uitgaven. Nieuwe jonge lezers hadden intussen veel meer concurrentie voor hun zakgeld. Videogames, internet en andere vormen van entertainment trokken aan dezelfde aandacht.
Ook de zichtbaarheid in de winkels nam af. Waar Juniorpress-comics vroeger makkelijk te vinden waren in dagbladhandels en supermarkten, werd dat steeds minder vanzelfsprekend, ondermeer door het monopolie van AKO, dat bepaalt welke bladen er allemaal in de tijdschriftrekken terecht kwamen. En als een maandelijkse comic minder zichtbaar is, wordt het ook moeilijker om nieuwe lezers te vinden.
Inhoudelijk werd het probleem groter door de complexiteit van de Amerikaanse reeksen. Crossovers liepen door verschillende titels. Verhaallijnen werden langer. Niet alles kon in het Nederlands verschijnen. Daardoor werd het moeilijker om een samenhangend pakket aan te bieden.
Daar kwam nog het financiële plaatje bij. Marvel had het zelf moeilijk en verhoogde de licentiekosten. Ans Loos wist begin jaren 2000 nog een akkoord te redden, maar de situatie bleef wankel. Eind 2006 kwam dan het nieuws dat de Marvel-rechten voor Nederland naar Z-Press gingen. Die had een hoger bod gedaan. Voor Juniorpress was dat de mokerslag.
In 2007 verscheen het laatste nummer van Spiderman bij Juniorpress. Daarmee eindigde bijna drie decennia Nederlandstalige comicgeschiedenis.
De erfenis van Juniorpress
Na Juniorpress probeerde Z-Press de Marvel-licentie voort te zetten. Maar de markt was veranderd. De maandelijkse, doorlopende Nederlandstalige comic had het moeilijk gekregen. Latere uitgevers zouden meer succes boeken met afgeronde verhalen in softcover of hardcover, vaak gericht op een ouder publiek.
Toch blijft Juniorpress uniek. Niet alleen door het enorme aantal uitgaven, maar vooral door de rol die de uitgeverij speelde. Voor veel lezers was Juniorpress de eerste kennismaking met Amerikaanse comics. Niet via dure imports of gespecialiseerde winkels, maar gewoon via dunne boekjes in het Nederlands.
De Superhelden schoolagenda's van Juniorpress
't Is weer voorbij, die mooie zomer. Het is te zeggen, de schoolvakantie tenminste. Maandag 2 september trekken tienduizenden kinderen en tieners weer naar de klas. Eind jaren '80 gebeurde dat uiteraard ook, maar toen was er wel iets om die gebeurtenis nét iets leuker te maken: de 'Superhelden Agenda' van Juniorpress 😍👉
Geen toeval
Het was geen toeval dat Juniorpress zich als uitgever van vertaalde comics ook aan schoolagenda's ging wagen. Zoals je ook al in mijn ‘dossier Semic Press’ kon lezen, is Juniorpress ontstaan uit de Nederlandse tak van de Zweedse uitgever Semic. In 1985 nam het bedrijf ook Centripress over, een uitgeverij die in 1973 was opgericht door Rob Spijkstra. En wat was naast boeken en (vanaf 1979) comics nóg een specialiteit van Centripress? Juist ja: schoolagenda’s.
5 edities
Aan de start van schooljaar 1987-1988 verscheen de eerste editie van de Superhelden Agenda. Juniorpress liet niets aan het toeval over en plaatste op zowat al hun comics reclame voor de agenda. Jammer genoeg werden die wel enkel in Nederland uitgebracht. In België waren de agenda's nauwelijks te vinden. Ik heb zelf nog maar vrij recent 3 van de 5 edities kunnen vinden... 😢
Leuks
Nochtans zijn deze uitgaven best de moeite. Naast de obligate pure schoolagenda functies zitten de boeken ook vol met leuke pin-up pagina's, tekeningen en een aantal korte stripverhalen. Tussen al dat materiaal zitten wel enkele pareltjes. Wat dacht je van een Captain America verhaal door niemand minder dan Norm Breyfogle? Of de echt wel zeer coole Todd McFarlane cover van editie 90-91?
Spiderman in Amsterdam
Het hoogtepunt is waarschijnlijk wel de exclusieve cover door Sal Buscema voor editie 89-90. Daarop zien we Spiderman slingeren boven de Amsterdamse grachten. Het contact tussen de redactie van Juniorpress met Ans Loos en Sal Buscema was opperbest. Na een eerder bezoek aan de Juniorpress stand op een stripbeurs ging Buscema ook akkoord met het maken van deze cover.
'Spiderman in Amsterdam' beperkte zich trouwens niet tot enkel die cover. Joost Timp schreef er een verhaal rond dat werd geïllustreerd door verschillende (toen nog) amateurtekenaars zoals Steven De Rie. Een mooi initiatief dat navolging kreeg in editie 90-91.



