Verdwenen landhuizen in Sassenheim
Als men vanaf de Sikkens de hoofdweg volgt, die steeds van naam veranderd (Rijkstraatweg, Hoofdstraat, dan komt men door Sassenheim.
Tussen de dorpen in ziet u landhuizen staan, soms direct langs de weg, soms wat verder van de weg af. Ik zal ze opnoemen: Koningshuys (ook genoemd: Ter Nieuwburgh, Sassigt), Huys ter Leede. Wat u niet meer ziet zijn de diverse andere landhuizen die langs deze voormalige hoofdverbinding tussen Leiden en Haarlem hebben gestaan.
Wiltrijk, Sassenheim, Hoofdstraat 55
Een voormalig landhuis dat we nu kennen als boerderij aan de Wiltrijklaan.
De boerderij dateert van vóór 1636 en hoort daarmee vermoedelijk tot de oudste boerderijen van ons dorp. De boerderij is ook gebruikt als kerk in de tijd van de reformatie.
In 1736 koopt de Heer Jan van Elsevier de boerderij die in bezit was van de zus van Willem Fabricius, Helena Wilhelmina Six, vrouwe van Laag Teylingen, nu Frank van Borsselaan 2.
De kopse kant ligt naar de straatzijde. Zoals elke boerderij die uit de 17de eeuw dateert, is de afstand tot de Hoofdstraat vrij groot.
Buitenplaats Ter Weegen
Was gelegen ongeveer tegenover de huidige Warmonderweg en de Wasbeeklaan
Andere benaming die gebruikt zijn: Clinkenberg (Klinkenberg), Beresteyn,
Reeds in 1370 is er een vermelding van drie grote graanschuren die van de abdij van Rijnsburg waren.
In 1631 werd op een openbare veiling een boerenhofstede met 20 morgen land verkocht door de pachter Pieter Jacobsz. Clinckenbergh (1548-1633), gelegen in het gebied Clinkenberg. De koper was Johan van Lanschot (1579-1651) uit Leiden, regent van het Catharina- en Ceciliagasthuis en weesmeester. Hij kocht het voor 20.000 gulden Hij liet deze boerderij snel vervangen door een buitenhuis met de naam Clinkenberg. Zijn zoon Wouter van Lanschot (1632-1717) erfde het buiten. Hij was burgemeester van Leiden, had uit twee huwelijken 17 kinderen. Hij verkocht uit zijn grote bezit (waarschijnlijk), de boerenhofstede Klinkenberg met 5 morgen, 300 roe land voor 2.050 gulden aan de toen zeer bekende kunstschilder Carel de Moor.
In 1718 werd Carel de Moor (1656-1738) de nieuwe eigenaar. Hij heeft het huis slechts vijf jaar in zijn bezit gehad, waarna hij zijn buiten voor Leevliet in Warmond verruilde.
Omstreeks 1724 kocht Mr. Frans Velters ( -1726) de buitenplaats voor 4.000 gulden. Hij liet de buitenplaats afbreken en op dezelfde plaats verrees een nieuwe landhuis dat door hem Ter Weegen werd genoemd. Na het overlijden van Frans bleef zijn weduwe op de buitenplaats wonen. Zij verkocht het landgoed in 1737 met omliggende grond en het Sterrebos aan de heer Herman Berewout (1693-1751) uit Amsterdam. Herman Berewout was koopman op West-Indië en handelaar in vermiljoen, zwavel, hars en olie. Hij vernoemde de buitenplaats deels naar zichzelf. Landgoed Beresteyn.
Jan Nicolaas Eys (1691-1758) uit Amsterdam werd op 20 november 1752 eigenaar van de buitenplaats. Na de heer Eys kwam het in 1758 in bezit van Paulus Pieman & Wijnand Meurs.
In 1762 ging het eigendom over naar Court Rosenboom, wiens zoon, mr. Jan Hendrik Rosenboom er woonde samen met zijn vrouw Francoise W.E. van der Noot de Gieler. In 1793 verkochten zij het gehele bezit aan Hendrik van Eyl Sluiter. Na het overlijden van diens vrouw werd het landgoed in 1798 verkocht aan Eduard Gustaaf Boode (1774-1837).
Zijn vader exploiteerde in Demerary (thans Frans Guyana) diverse plantages. Na het overlijden van zijn vader in 1796 erfde hij een miljoenenbezit aan overzeese plantages. Hij trouwde in 1796 met Lissa Anna Maria Debora Roseboom, de dochter van de voorlaatste eigenaar Jan Hendrik Roseboom. Na haar overlijden in 1798 trouwde hij in 1799 met de uit Demerary afkomstige Cathérina Bourda.
In 1812 besloot hij uit te wijken naar Engeland. De buitenplaats en de inboedel van het huis werden na zijn vertrek naar Engeland door de Fransen, op dat moment bezetters van Nederland, als vijandelijk bezit beschouwd, dientengevolge geconfisqueerd en in het openbaar verkocht.
De buitenplaats komt in handen van Cornelis Hofdijk. Hij woonde al vanaf 1812 op de buitenplaats en hij gaf zich uit voor een koopman. Hij kon zich echter niet handhaven en met zijn vrouw en negen kinderen vertrok hij al snel. Hij werd in 1815 gedwongen het huis te verkopen, waarna Jacob Adriaan baron Mulert tot de Leemcule (1778-1853) eigenaar werd.
In 1823 kwam het in bezit van Jan Hendrik Sieberg (1779-1835), onder wiens beheer de buitenplaats weer tot grote bloei kwam. Hij was al vanaf 1807 ook eigenaar van de buitenplaats Leerust in Warmond, gelegen naast het buiten Zorgvliet van zijn schoonouders.
Na het overlijden van Jan Hendrik Sieberg kwam de buitenplaats kort in bezit van jonkheer Adriaan Leonard van Heteren Gevers van Endegeest. Na hem volgde in 1840 Joan Christoph Rente Linsen (1782-1855), koopman te Amsterdam en zijn vrouw A.G. Voomberg. En vervolgens zijn neef Joan Christoph Samuel (1832-1883) als eigenaar.
Rond 1883 moet het huis zijn afgebroken, het bos gekapt, het terrein afgegraven en daarna tot bollengrond verkaveld.
Rusthoff
De volgende buitenplaats is Rusthoff. Dit is nu ongeveer de ingang van het park Rusthoff in de Hoofdstraat van Sassenheim
De eerste schriftelijke vermelding van ‘Rusthoff’ dateert van 1798. Jean Adam Charbon, een uit Zwitserland afkomstige, welgestelde koopman en fabrikant van textiel te Amsterdam werd toen als eigenaar genoemd. Het totale grondbezit besloeg destijds ongeveer 27 hectare met inbegrip van de gronden die een agrarische bestemming hadden. Het huis stond aan de Sassenheimse Hoofdstraat, ongeveer waar nu de hoofdingang van het park is. Er achter lag een park in landschappelijke stijl met vijver en boomgroepen en een bos tot aan de Rusthofflaan. Tegenover het huis lag aan de overzijde van de Hoofdstraat een overplaats, waarvan de vijver langs de Charbonstraat een restant is. Nadat de achterkleinzoon van Jean Adam Charbon in 1916 was overleden, kocht de gemeente Sassenheim huis en park. Het huis werd in 1923 afgebroken. Het park werd met behoud van de hoofdelementen zoals vijver met eiland, tot openbaar wandelgebied omgevormd.
De buitenplaats met een park en aanpalende gronden werd in 1791 gekocht door Jean Adam Charbon. Een uit Zwitserland afkomstige koopman en fabrikant van textiel te Amsterdam. Het totale grondbezit besloeg destijds 27 hectare.
Achter het huis lag een park in landschappelijke stijl met vijver en boomgroepen en een bos tot aan de Rusthofflaan. Tegenover het huis lag aan de overzijde van de Hoofdstraat een overplaats, waarvan de vijver langs de Charbonlaan een restant is.
In 1871 verwierf de gemeente van de familie Charbon een stuk grond ter grootte van 1700 m2 om er het toenmalige gemeentehuis te bouwen op de plek waar nu de herenmodehuis Melman is gevestigd. Nadat in 1916 de achterkleinzoon van Jean Adam Charbon was overleden kocht de gemeente Sassenheim huis en park voor 140.000 gulden. Het huis werd in 1923 afgebroken en het park werd tot openbaar wandelgebied omgevormd.
Park Rusthoff is een prachtig dorpspark, ontstaan vanuit een laat 18e. eeuwse buitenplaats. Je kunt er een leuke rondwandeling maken en de eendjes voeren in de vijver. Een unieke plek midden in het dorp Sassenheim.
Van de oorspronkelijke 27 hectare grootte buitenplaats rest nog 6 hectare. Tussen 1830 en 1850 werd het park in landschapsstijl aangelegd door de beroemde landschapsarchitect J.D. Zocher jr. Een grote groep vrijwilligers zorgt nu voor het onderhoud van het park.









