Odi et amo. Quare id faciam fortasse requiris? Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat je en heb je lief.
Waarom?
Dat weet ik niet,
maar toch doe ik het
en het maakt me kapot.
seen from Russia
seen from France
seen from Germany
seen from Yemen
seen from Saudi Arabia

seen from United States
seen from United States
seen from France

seen from United Kingdom

seen from Japan
seen from France
seen from France

seen from Pakistan

seen from United States
seen from Philippines

seen from Germany
seen from Singapore
seen from United States

seen from Japan
seen from United Kingdom
Odi et amo. Quare id faciam fortasse requiris? Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat je en heb je lief.
Waarom?
Dat weet ik niet,
maar toch doe ik het
en het maakt me kapot.
Wat een kwelling, geheugen dat wegkwijnt in versnelling.
De kwelling van het oud worden
“Proost, jongen”, zei Opa Bruinsmit en zette het glas Frans Hals jenever aan zijn mond en nam een nipje.
“Proost, 96 dat is al een hele leeftijd”, zei Steven, “U bent gezegend dat u zo oud mag worden.”
Opa Bruinsmit keek Steven zwjigend aan, nam nog een nipje van zijn jenever en bromde droevig: “Oud worden is een kwelling, Steven.”
Steven was even stil. Deze droevige uitspraak had hij niet verwacht. Opa Bruinsmit was nog altijd heel actief en leefde mee met alles wat er in Tuttelberg en de wereld gebeurde. Dus dit begreep Steven niet direct.
“Omdat het allemaal minder gaat door de ouderdom”, vroeg hij.
“Nee”, zuchtte Opa Bruinsmit, “dat hoort erbij en de aftakeling begint al op je dertigste, al merk je het pas echt vanaf je vijftigste. Dat is niet het probleem.”
Hij nam nog een npije.
“Nee, de kwelling van het oud worden is het alleen over blijven. Al je vrienden, al je oud collega’s, oud klasgenoten, allemaal gaan ze een voor een dood. Soms kom je er nog eens tegen op een begrafenis, maar dan ligt ie meestal in de kist.”
Hij staarde stil voor zich uit.
Steven nam een nipje uit zijn eigen glas en vulde het glas van Opa Bruinsmit nog eens aan.