Ik dacht vroeger altijd dat bruidsparen hun cadeaus ingepakt op een tafel lieten staan, omdat ze met het handjes-schudden, "wat zie je er prachtig uit!" en de gelukwensen geen tijd hadden om de cadeaus uit te pakken en de gever vervolgens met opnieuw drie kussen te bedanken voor het prachtige cadeau. En mijn moeder vertelde al bij mijn eerste envelopje-met-geld dat het heel gebruikelijk was om de envelop pas open te maken als alle visite vertrokken was. En daarmee bedoelde ze dan ook vrij dwingend dat ik de envelop pas open mocht maken aan het eind van de avond. Iets wat ik moeilijk kon, ik wilde namelijk onmiddellijk weten wat (vooruit, hoeveel) erin zat.
Ik word gelukkig van cadeaus. Vanaf het moment dat iemand aankondigt dat hij of zij een cadeau voor me heeft, word ik gretig. Ik stel me voor dat ik het zorgvuldig ingepakte cadeau ontvang, me niet beheers en daarna met feestelijk enthousiasme het papier van het cadeau afruk. En dat ik dan onbeschrijflijk blij ben met hetgeen de gever voor mij heeft uitgezocht. Meestal is dit een mooie voorstelling van iets, wat in de praktijk bijna altijd anders uitpakt. Het zal mijn gretigheid wel zijn, die mij een ingepakte teleurstelling oplevert.
Ik herinner me talloze momenten van kleine of grote misgeslagen planken. Het cadeau in kwestie had ik al in mijn bezit (niet zo erg), was overbodig (al iets erger) of was ronduit lelijk of ongepast. En daar zit het probleem. Want hoe reageer je dan op de gever, die tegenover je staat met een gespannen blik en wacht op je reactie. Zolang het pakpapier nog om het cadeau zit, zolang je nog bezig bent met het uitpakken, zó lang kan je je aandacht nog op het cadeau in je handen. Maar zodra het pakpapier op de grond ligt, het cadeau in zijn volle glorie heeft onthult, dan wordt er een reactie van je verwacht. Een positieve reactie, het liefst. Een gespeelde positieve reactie desnoods. Er zijn cadeaus waar we slecht enthousiast op kunnen reageren. Omdat we niet enthousiast zijn. Maar het wordt wel van ons verwacht.
Waar is het fout gegaan? Ik vraag me wel eens af of vrienden me niet meer zo goed kennen, als gevolg van een toenemende vorm van afnemend contact. We noemen elkaar nog wel vrienden, maar in werkelijkheid hebben we elkaar al een jaar niet meer live gezien. Door de social media weten we heus wel wat de ander uitspookt. Whatsapp geeft aan hoe laat je online was, Facebook laat je nieuwste kapsel zien en Twitter geeft je laatste ergernis in 140 tekens weer. We zijn weer op de hoogte. Maar dat ik onlangs mijn keuken oranje accenten heb gegeven, en dat het cadeau, de rode fluitketel, daarom onooglijk staat te matchen op het gasfornuis, is het gevolg van niet-meer-kennen. Trouwens, ik kook mijn water al jarenlang in een waterkoker van de HEMA, dus wat moet ik met een fluitketel?
De reactie die de gever verwacht, komt, bij mij in ieder geval, lang niet altijd voort uit de emotie die ik werkelijk voel bij het gegevene. De gever verwacht vreugde of verbazing. Als hij anders verwacht, had hij een andere bedoeling. Ik wéét dat hij die emoties verwacht, maar ik voel iets anders. Ik word boos, omdat ik het gevoel heb dat de gever me niet begrijpt. Of verdrietig. Meestal voel ik echter teleurstelling. En teleurstelling is het ergste. Wie herinnert zich niet een vader of moeder die niet boos was, maar teleurgesteld? Dan had je écht iets ergs gedaan, iets dat besproken moest worden aan de keukentafel na het eten, met de deur dicht.
Ik probeer me uit dergelijke situaties te redden door de gespeelde blijdschap. "Ohhh," begin ik dan, waarop volgt: "Wat bijzonder!" Of, als het grappig bedoeld is: "Wat grappig!" Ik vrees echter dat mijn acteerkwaliteiten in deze situaties niet Oscarwaardig zijn, en dat de gever, die immers gefocust is op mijn reactie, hier onmiddellijk doorheen prikt.
Die gespeelde blijdschap is misschien wel de ergste reactie die je als gever terug kan krijgen. De ontvanger doet alsof hij het een mooi cadeau vindt, maar kan dat niet geloofwaardig overbrengen, dus je ziet dat het niet echt is. Een zeer geaccepteerde vorm van liegen: "Ohhh, wat bijzonder!" En de gever kan niet anders dan schaapachtig lachen. "Blij dat je het bijzonder vindt." Niemand zegt: "Ik zie aan je slecht geacteerde enthousiaste reactie dat het cadeau niet jouw smaak is. Bij het uitzoeken van het cadeau was ik ervan overtuigd dat je dit prachtig zou vinden, maar blijkbaar ken ik je niet goed genoeg."
Om terug te komen op de bruiloftscadeaus en de envelopjes: het heeft niet te maken met tijd en zéker niet met gebruikelijke reacties. Het heeft álles te maken met het voorkomen van gênante scènes, waarbij verwachting en teleurstelling de grootse rollen spelen.
Het is geen nieuw idee om verrassingen in de vorm van cadeaus een beetje te sturen. Natuurlijk kan de jarige elke uitgenodigde gast één boek van de verlanglijst vragen. Originele variaties op dat thema worden niet op prijs gesteld, en de boekenkast is na de verjaardag weer gevuld met de must-haves die niet geruild hoeven te worden. Heel efficiënt in meerdere opzichten, maar van een verrassing is in dit geval geen sprake. De vraag-gestuurde verrassing voor cadeaus heeft betrekking op lijsten: In de tijd dat mensen nog trouwden om hun uitzet bij elkaar te sparen, vervoegde je je tijdig naar de kookwinkel die de ceremoniemeester op de trouwkaart kenbaar had gemaakt om een bordje van het juiste servies te geven aan de kersverse echtelieden. De kookwinkel hield precies bij wie welk bordje had gekocht, dus van dubbele cadeaus was geen sprake (hoewel in het geval van een servies een aantal bordjes van hetzelfde formaat wel gewenst is, maar u snapt mijn punt). Het servies was bovendien vooraf uitgezocht door het bruidspaar, dus ook daar kon je je geen buil aan vallen.
Dit systeem lijkt me economisch gezien zeer succesvol: op de uitnodiging staat een cadeautip, deze tip leidt in een rechte lijn naar één specifieke winkel, de juffrouw van de kookwinkel pakt de lijst met verlangens en binnen vijf minuten heb je je budget omgezet in één of meer bordjes waar het bruidspaar onmogelijk teleurgesteld over kan zijn. De juffrouw streept de bordjes af en de volgende verre tante of achterneef kan beginnen aan de kop-met-schotels. De verrassing zit 'm dan natuurlijk in de vraag wie de soepkom gegeven heeft, maar als de juffrouw van de kookwinkel een beetje slim is, streept ze niet alleen de serviesdelen weg, maar noteert ze wie wat gekocht heeft. Dan kunnen de cadeaus netjes ingepakt op de cadeautafel blijven staan. Dat bespaart weer tijd bij het handjes-schudden en "wat zie je er prachtig uit!"
Onlangs hoorde ik dat speelgoedwinkels een zelfde soort lijst hanteren. De jarige kan online invullen wat hij of zij wil hebben, de moeders van de kinderfeestjevriendjes hoeven enkel de naam van de jarige te noemen bij de kassa, en binnen vijf minuten staan ze weer op straat met een cadeau dat beslist teleurstellingen voorkomt. Ook bij het in december veel gebruikte lootjestrekken-punt-nl wordt ons geadviseerd om ons verlanglijstje in te vullen. En natuurlijk het liefst met cadeaus van de partners van deze en vergelijkbare websites, waarvan de linkenlijst prominent in beeld staat. Met een beetje geluk worden de cadeaus tegen een luttel bedrag ook nog thuisbezorgd. Gever blij, ontvanger blij, webshop blij.
Is deze lijstjes-cultuur ontstaan omdat wij de teleurstelling langzaam maar zeker (bewust) willen laten uitsterven? Omdat we niet zo goed weten om te gaan met een emotie als teleurstelling? Het frustreert alleen maar, het is lastig, maakt ons boos, of bang. En het is vooral heel teleurstellend, zo'n teleurstelling.
In tegenstelling tot de basisemoties (blij, bang, bedroefd en boos) zou je kunnen zeggen dat teleurstelling een reactie is op iets dat jij zelf begonnen bent met een verwachting. Aangezien wij, mensen, kunnen denken, verbanden kunnen leggen en in staat zijn om te communiceren over onze behoeftes, is het logisch dat we elke dag talloze verwachtingen -bewust of onbewust- creëren. Door de jaren heen heb ik wel geleerd dat het niet zoveel zin heeft om ontzettend teleurgesteld te zijn als de post een half uur later komt, of als de Coca-cola uitverkocht blijkt. Niet dat ik onverschillig geworden ben, maar ik drink net zo lief tonic. En de rekeningen die de postbode vandaag, weliswaar later, uiteindelijk toch bezorgd, kunnen morgen ook wel betaald worden. Als Helga van Leur ons voor morgen een onbewolkte dag belooft, en het regent toch, is het vervelend dat ik nat haar krijg als ik naar het station fiets, maar ik zou niet durven beweren dat ik hevig teleurgesteld (in Helga van Leur én in de weergoden) op het station aankom.
Anders wordt het, wanneer ik morgen mijn parkfeestje vier: voordat ik de uitnodiging stuurde heb ik de Enkhuizer Almanak geraadpleegd, ik volg al de hele week het weerbericht (de vooruitzichten zijn opperbest!), mijn gasten hebben aangegeven te komen (mét cadeaus, och nee, nu moet ik ook nog mijn gretigheid bedwingen, terwijl ik al weet dat…), ik heb een systeem bedacht waardoor ik de kleedjes, de barbecue en al het eten en drinken in slechts twee keer rijden op de gewenste plek kan krijgen en mijn favoriete jurkje hangt gestreken aan de kast. Helga van Leur belooft me morgen een onbewolkte dag. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen, dit moet wel de mooiste dag van het jaar worden! En dan valt de regen. Teleurstelling, daarna onbegrip, ongeloof, woede, schaamte, noem het maar op, ik voel het allemaal. En het voelt niet fijn. Volgend jaar ensceneer ik mijn verjaardag aan de hand van een dichtgetimmerd draaiboek om verrassingen, en daarmee de teleurstelling, te voorkomen. En u zult begrijpen dat u dan uitgenodigd wordt om dit ergens binnen met mij te vieren. Waarschijnlijk stuur ik dan ook vooraf mijn verlanglijst door.
Pascal Mercier schrijft in Nachttrein naar Lissabon: "Iemand die werkelijk wil weten wie hij is, zou een kalme, fanatieke verzamelaar van teleurstellingen moeten zijn, en het op zoek gaan naar teleurstellende ervaringen zou voor hem een verslaving moeten zijn, de allesbepalende verslaving in zijn leven, want zo iemand zou met grote helderheid onder ogen zien dat de teleurstelling niet een brandend, verwoestend gif is maar een koele, verzachtende balsem die ons de ogen opent voor de ware contouren van onszelf." Ik dacht dat ik inmiddels aardig wist wie ik was, maar dit lezende zou ik mijn mening over mijzelf misschien moeten bijstellen. Een teleurstelling als koele, verzachtende balsem, wat een rust geeft dat! Maar wat leert het over mij? Ik zal op den duur kunnen aangeven wat mijn verwachtingen zijn. Ik zal er een waarde aan kunnen geven. En -daar gaat het natuurlijk om- waarom ze zo belangrijk voor me zijn. Ik geloof niet dat dit een dwingende oproep is om je te ontdoen van elke vorm van materialisme, integendeel, hoe meer teleurstellende cadeaus, hoe beter, blijkbaar. Daar leer ik van. Het citaat alleen al zou reden genoeg kunnen zijn voor een feestje.
Ik word gelukkig van cadeaus. En om heel eerlijk te zijn word ik niet per se gelukkig van het ding, van het boek dat ik al heb of van de fluitketel, maar ik word gelukkig van de verrassing. Lijstjes maken en versturen zou ik niet kunnen, ik zou het cadeau uitpakken met de achteloosheid van iemand die al weet wat hij krijgt. Ik zou oprecht bedanken voor het ding, maar ik zou er geen spannende emoties bij hebben. Geen enthousiasme, geen teleurstelling, geen verbazing. Wellicht een beetje tevredenheid, maar tevreden is zo vlak, zo saai, zo statisch. Ik weet wat ik krijg, ik krijg het, ik heb het. Bedankt.
Mercier vervolgt: "Iemand zou de hoop kunnen koesteren dat hij door zijn verwachtingen te reduceren werkelijker zou kunnen worden, dat hij zichzelf zou kunnen beperken tot een harde, betrouwbare kern van en daarmee immuun zou worden voor de pijn van de teleurstelling. Maar hoe zou het zijn om een leven te leiden dat zich verre houdt van grootse, onbescheiden verwachtingen, een leven waarin alleen nog banale verwachtingen bestaan, zoals de verwachting dat de bus komt?"
Ik houd mijn grootse verwachtingen, ik houd van de opwinding. In de verrassing zit méér. Er zit tijd in die iemand besteed heeft om iets voor mij uit te zoeken. Hij heeft zich een gedachte gevormd over iets dat bij mij zou kunnen passen. Hij heeft iets uitgezocht voor mij, omdat hij zelf onder de indruk was van het cadeau, hij had het zelf wel willen hebben. In verrassing zit spanning, zit wrijving, zit emotie. In de verrassing zit blijkbaar ook een potje verzachtende balsem die ervoor zorgt dat ik er zelf beter van wordt. En eigenlijk is dát dus het beste cadeau, daar kan ik iemand best oprecht en vol gemeende blijdschap voor bedanken.