'nude women wrestling,' bronze with medium brown natural patina and traces of dark lacquer; leonhard kern, german c. mid 1600s.
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from Maldives
seen from Vietnam
seen from United States
seen from China
seen from Switzerland
seen from Greece
seen from United States
seen from Canada
seen from United States
seen from Singapore

seen from Australia
seen from Argentina
seen from Australia
seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States

seen from South Africa
'nude women wrestling,' bronze with medium brown natural patina and traces of dark lacquer; leonhard kern, german c. mid 1600s.
Leonhard Kern (1588-1662) Three Women, ca. 1640 Ivory, 8.8 cm x 11.6 cm x 27 cm
Leonhard Kern (1588-1662) The Three Graces
Attributed to Leonhard Kern (1588-1662) Saturn devouring his children, ca. 1625-1630 (detail) ivory, height 27.2cm / 10 5/8 in
Leonhard Kern (1588–1662) Adam and Eve after the expulsion from Paradise Ivory, height 31.5 cm
Wat? Muttergottes im Erker (2e helft 15e eeuw) (met detail), Pingsdorfer Muttergottes (ca. 1170), Muttergottes mit der Traube (ca. 1480) (met detail), Christus in der Rast (ca. 1480), Beweinung Christi (1625-1630) door Leonhard Kern, Der kleinen Pinsel (Menschensuppe) (1993-2002) (met details) door Michael Kalmbach en Susanne Walter, Adam und Eva (ca. 1923) door Adalbert Trillhaase en Heiliger Georg (1912) door August Macke
Waar? Museum Kolumba, Keulen
Wanneer? 10 augustus 2025
Op 20 maart 2019 bezocht ik Museum Kolumba, het kunstmuseum van het Aartsbisdom Keulen. Ik was toen niet onverdeeld positief over dat bezoek. Ik heb het toen in dit dagboek niet gehad over de kunstwerken. Wat ik schreef was onder meer:
“Ik ga het hebben over suppoosten, véél suppoosten. In elke zaal minstens één suppoost. Niet heel erg druk bezette suppoosten: vaak zijn ze met meer dan het aantal bezoekers. Kortom: suppoosten die niets beters te doen hebben dan iedere bezoeker die zich het museum in waagt bij elke stap te volgen en op de vingers te kijken. Mij leidde het enorm af van de kunst die ik had kunnen zien. […] Het museum maakt meer indruk door het leger bewakers dan door de kunst die deze aartsbisschoppelijke toezichthouders zo intensief bewaken. Jammer! De kunst was vast de moeite waard geweest.”
Vandaag ga ik in de herkansing, of beter: vandaag geef ik het museum de kans zich te herkansen. Ook nu weer staat er in elke zaal een suppoost. Mijn geluk is dat er nu, in het hoogseizoen, aanzienlijk meer bezoekers rondlopen. De overdadig aanwezige kunstbewakers moeten hun aandacht over wat meer mensen verdelen, waardoor het bezoek iets ontspannener aanvoelt.
In tegenstelling tot na mijn vorige bezoek ga ik het nu wel over de kunst in het museum hebben, want die is zeker de moeite waard. Interessant is dat oude en hedendaagse kunst door elkaar hangen. Daardoor kun je het ene moment een middeleeuws Madonnabeeld tegenkomen en het volgende een ingenieuze knikkerbaan.
Ik begin mijn verhaal maar in de Middeleeuwen. Al snel kom ik bij een schilderij van Maria met Kind in een erker. Ramen bieden uitzicht op een landschap met een nabijgelegen stad. Het Christuskind speelt met een rozenkrans, die hij om zijn hals heeft. Opmerkelijk is de vlieg die rechts onderin zit. Deze verwijst naar een anekdote over de schilder Giotto. Die had een vlieg op een van zijn schilderijen zo levensecht geschilderd dat zijn leraar Cimabue hem vroeg het insect te verjagen.
In een andere zaal van het museum staan meerdere beelden van Maria en Kind. Bij dit soort beelden speelt altijd de kwestie van de goddelijke en menselijke aard van Jezus. Tot de twaalfde eeuw lag de nadruk op Zijn goddelijke majesteit. Maria zat in een statische houding en was vooral Jezus’ troon. Een voorbeeld hiervan is de Pingsdorfer Muttergottes. In de twaalfde eeuw verschoof de aandacht naar het menszijn van Jezus. Maria werd nu meer gezien als middelares tussen de gelovigen en haar zoon. De beelden veranderen, zoals Muttergottes mit der Traube laat zien. Maria richt zich liefdevol tot haar Kind. Het Kind Jezus wordt aanzienlijk levendiger afgebeeld. Beiden glimlachen.
De scène waarbij Jezus op Golgotha zijn kruisiging afwacht is niet ontleend aan de Bijbel. Het beeld van de eenzame, naakte en vertwijfelde Christus is eerder voortgekomen uit de behoefte om zich mediterend in het lijden van Christus te verdiepen. Niettemin, of misschien wel daarom, is het een indrukwekkend beeld.
De Beweinung Christi is een albasten reliëf van kunstenaar Leonhard Kern (1588-1662). Na terugkeer van een reis naar Italië maakte hij een aantal van dergelijke reliëfs met religieuze voorstellingen. De differentiatie van het oppervlak en het uitwerken van contrasten (man/vrouw, vooraanzicht/profiel) was kenmerkend voor het werk van deze kunstenaar.
Een totaal ander kunstwerk dan we tot nu toe bespraken, is Der kleinen Pinsel. Het begon met een houten pop die kunstenaar Michael Kalmbach ontdekte op een vlooienmarkt. Zijn lichaam was opgebouwd uit losse delen. Kalmbach begon te experimenteren met de afzonderlijke lichaamsdelen. Aanvankelijk bleef hij dicht bij de originele vormen, maar hij week daar steeds verder vanaf. Al snel ontwikkelden zich figuren, waaronder één met korte broek en een lange neus die de naam ‘Kleine Pinsel’ kreeg. In de loop der jaren ontwikkelde het project zich tot een installatie met meer dan 130 delen. De kunstenaar maakte, samen met Susanne Walter, een gelijknamige animatiefilm. Als bezoeker treed je een sprookjesachtige wereld binnen, die je het gevoel geeft er deel van uit te maken.
Adalbert Trillhaase (1858-1936) was autodidact en begon pas op latere leeftijd te schilderen. Hij schilderde veel Bijbelse figuren, zoals hier Adam en Eva, in een heel eigen stijl. Zijn oeuvre bestaat uit ongeveer 75 schilderijen en 250 tekeningen.
Gisteren bezocht ik in Bonn een tentoonstelling met veel werk van August Macke. Als laatste kunstwerk in museum Kolumba vind ik opnieuw een schilderij van deze kunstenaar. In het werk zijn invloeden van verschillende kunststromingen te herkennen (zoals orfisme en futurisme). Het werk heeft een zekere naïeve stijl die ook doet denken aan Russische iconen.
Wat? Taartborden (ca. 1930), Erker met meubilair door A. Damon et Colin met glas door Marc Delon (ca. 1899), Wandkleed Aanbidding der Koningen, ontworpen door William Morris en Edward Burne-Jones (1888), Water-maan-Guanyin (15e eeuw, anoniem), Adam en Eva na de verdrijving uit het paradijs (1645/50) door Leonhard Kern en Allegorische representatie van de zondeval, dood en opstanding (ca. 1750 anoniem).
Waar? Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg
Wanneer? 5 maart 2024
Het Museum für Kunst und Gewerbe toont een grote variatie aan voorwerpen. Er is een afdeling met oude muziekinstrumenten. Er zijn meubelen uit verschillende stijlperioden, onder meer heel fraaie uit de Art Deco. Ook zijn er voorwerpen uit verschillende religies: Christendom, Jodendom, Islam, Shinto en Boedhhisme. En dan heb ik nog maar een deel opgenoemd. Het was me, eerlijk gezegd, niet helemaal duidelijk welk deel van het museum de vast collectie toonde en wat tijdelijke tentoonstellingen waren. De bij de ingang verstrekte plattegrond bracht daarin niet echt helderheid.
Uit de veelheid aan voorwerpen, pik ik er een aantal uit die mij in het bijzonder opvielen of die ik heel fraai vond.
Een van de eerste zalen die ik bezocht, had een wand met daarop twintig taartborden, sommige met heel mooie art deco-motieven. Maar het gaat mij nu even niet om al die afzonderlijke borden, hoe fraai ze ook zijn. De wand als geheel illustreert de spreuk ‘Het geheel is meer dan de som der delen’. De twintig borden, netjes in vijf rijen van vier geordend, vormen samen een oogstrelend geheel. Ik aarzel om er het etiket ‘kunstwerk’ op te plakken, maar stiekem doe ik het toch!
Een andere zaal bevat onder meer een prachtige art nouveau erker met meubilair en een wandtapijt, uitgevoerd door de beroemde Arts and Crafts-werkplaats van Morris & Co. William Morris zelf ontwierp de planten; de figuren zijn een ontwerp van Edward Burne-Jones, een kunstenaar die nauw verbonden was met de Pre-Raphaelite Brotherhood.
Guanyin, de Bodhisattva van Mededogen zit op een rots in het paradijs van Potalaka. Volgens de traditie staart ze naar de maan die weerspiegeld wordt in het water aan haar voeten. In haar kroon zien we een afbeelding van Boeddha Amithaba, waarmee Guanyin in het boeddhistische pantheon is verbonden. Boeddha’s streven naar verlichting, om zo de wereld te ontstijgen. Bodhisattva’s zijn, net als boeddha’s, verlicht maar kiezen ervoor op aarde te blijven en mensen te helpen op hun pad naar verlossing. Jezuïtische missionarissen zagen in de in China populaire Guanyin overeenkomsten met de Madonna.
Adam en Eva zijn, in het beeld van Leonhard Kern, zojuist verdreven uit het paradijs. Zich volledig van hun naaktheid bewust en vol schuldbesef, treden ze met angstige gezichten hun nieuwe leven tegemoet. Het thema van de zondeval komt terug in een nogal bizarre sculptuur uit de achttiende eeuw: een allegorische representatie van de zondeval, dood en opstanding. Een menselijke figuur, een skelet en een slang zijn in dit beeld op merkwaardige wijze met elkaar verknoopt.
Toegegeven: het bovenstaande is een allegaartje en dat is dit museum ook een beetje. Maar dan wel een allegaartje van een buitengewoon hoog niveau.
laws of cannibalism/ anthropofagia
1.
Perguntei a um homem o que era o Direito. Ele me respondeu que era a garantia do exercício da possibilidade. Esse homem chama-se Galli Mathias. Comi-o. (Oswald de Andrade, Manifesto Antropófago).
2.
In der letzten Woche im März, genauer gesagt am 27.3. ab 12.00 werden Ricardo Spindola und ich einen kleinen Workshop am MPI in Frankfurt veranstalten. Wir beschäftigen uns mit dem Recht der Anthropofagie. Wer Interesse an einer Teilnahme hat, möge sich melden. Der Workshop dient dem Einstieg ins Thema und der Entwicklung einer multidisziplinären Forschungsgruppe dazu. Beim ersten Treffen geht es oberflächlich zu, aus Tiefe. Beim ersten Treffen lesen wir das anthropofagische Manifest von Oswald de Andrade und geben Möglichkeiten zu Impulsen und Kommentaren. Ricardo und ich machen ein niedrigschwelliges Angebot, damit das Tabu, das ohnehin abschreckt, nicht alles verhindert.