Post van Martijn van Koolwijk - deel 3
In deze rubriek lees je de posts van een getalenteerde schrijver. Deze week het derde en laatste deel in het drieluik van schrijver Martijn van Koolwijk, over het overlijden van zijn broertje. Deel 2 lees je hier.
Na de uitvaart staan we met zijn allen in Café de Barron. We hebben de koffie en cake bij het uitvaartcentrum overgeslagen. Een twintigjarige die sterft, eer je niet met koffie en cake. Het café is speciaal voor ons eerder open gegaan. Uit de speakers knalt Eminems album Relapse, de laatste cd die Jeroen ooit kocht. “Here comes the rain and thunder now. Nowhere to run, to run to now. I’ve disappeared, don’t wonder how, looking for me? I’m underground” schreeuwt de rapper terwijl wij ons bier drinken, in de regen sigaretten roken en verhalen over Jeroen ophalen. Het is bizar hoeveel mensen er zijn die ik nooit eerder heb gezien. Mensen die ik na vandaag, als er ooit iets is, altijd kan bellen.
Om vier uur opent de kroeg ook voor reguliere gasten. Buiten is de zon gaan schijnen. Met een grote groep vrienden van zowel Jeroen als van mij vertrekken we in een bonte, aangeschoten stoet richting de Rijn. Onderweg halen we bier en chips om het leven dat er was te vieren. Zijn vrienden hebben onder de brug graffiti gespoten. Het is een indrukwekkend gezicht: het hoofd van mijn broertje in driekleurige zeefdrukstijl op een muur. Uitkijkend over de plek waar hij enkele dagen eerder onder water vocht voor zijn leven. Een oudere man met dun wit haar en een klein vuilnisbakhondje houdt halt. “Is dat voor die jongen die hier verdronken is?” vraagt hij. Ik knik. “Erg hoor.” zegt de man. “Ik zie hier zo vaak mensen zwemmen als ik Bartje uitlaat. Het is een wonder dat het zo vaak goed gaat.” Hij groet mij en ik neem een slok uit mijn blikje. De zoveelste slok die ik de afgelopen week heb genomen. Ik word er zelfs niet meer dronken van.
In de jaren die volgen, ben ik uit Arnhem verhuisd, maar nog steeds bezoek ik iedere tweede juli de Rijn. Elk jaar is het weer een verrassing wie er nog meer zullen zijn om Jeroen te herdenken. Soms hangen er bij mijn aankomst al bloemen om de paal op de krib waar hij als laatste stond. De man met het hondje heb ik er de afgelopen twee jaar niet meer gezien. De graffiti is door de gemeente verwijderd. Onderaan de John Frostbrug is inmiddels een stadsstrand inclusief zwemplas aangelegd. Mijn verdronken broertje herdenk ik sinds dit jaar tussen de rosé slurpende ArtEZ-studenten, gezinnen uit de naastgelegen wijk Malburgen en Poolse seizoenarbeiders. Jeroen is dood, maar het leven gaat verder. Bijna alles verandert en dat is vreemd genoeg oké.
Martijn van Koolwijk schrijft korte verhalen en maakt deel uit van het muzikale gelegenheidsduo De Goden van KAN. Daarnaast is hij huiscolumnist van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Ergens begin 2016 hoopt hij zijn bundeling columns Alleen als er brand is, sukkel in eigen beheer uit te geven.











