Het Classicisme is de muziekperiode die loopt van 1750 tot 1830.
De muziek uit het Classicisme kenmerkt zich door het streven naar de volmaakte, evenwichtige schoonheid. Volmaakt van vorm, volmaakt van zuivere muzikale ideeën. Door het zoeken naar die volmaaktheid was het nodig veel zaken te beredeneren. In het Classicisme wordt het verstand dus gecombineerd met het gevoelselement. Andere belangrijke kenmerken zijn het gebruik van overgangsdynamiek en het versnellen en vertragen van het tempo.
De instrumentale vormen worden uitgebreid en de orkestrale technieken opgevoerd. Er ontstaan nieuwe muziekvormen, zoals de symfonie, het strijkkwartet, sonates voor solo-instrumenten en piano, en concerto's voor blazers en orkest. Orkestinstrumenten worden gelijkwaardig gebruikt en melodieën worden verdeeld over alle instrumenten(groepen) van het orkest.
Eén van de belangrijkste klassieke componisten is Ludwig van Beethoven. Ludwig van Beethoven (16 december 1770 – 26 maart 1827) was een Duitse componist, musicus, virtuoos en dirigent. Hij bracht het classicisme tot voltooiing en leidde de romantiek in. Hij wordt onder de invloedrijkste componisten gerekend.
Volgend muziekstuk behoort tot het classicisme: Beethoven heeft al vrij snel aan het begin van zijn carrière een destijds beroemd gedicht van Schiller, de "Ode an die Freude" (Lofdicht aan de vreugde), als lied voor zang en piano gecomponeerd in 1794. In de negende symfonie werd dit gedicht opnieuw uitgewerkt in een groot muzikaal dramatisch werk, als finale in 1823.
Bronnen: http://muziekgeschiedenis.nl https://nl.wikipedia.org