Vanavond nam neef Joost mij mee naar The Hobbit 3. Hij had de voorgaande twee delen ook al gezien, en de hele Lord of the Rings-trilogie. Ik niet, films waar het om andere werelden draait dan de onze vind ik moeilijk te verteren.
Dat trof, want het eerste kwartier keek ik naar een duel tussen een man met een baard en een foutloos Engels sprekende draak die een dorp in de hens blies. De baard versloeg de draak met een goedgemikt schot, de pijl van zijn boog boorde zich door een kwetsbaar stukje draak. Dorp gered: een tot dusver zeer overzichtelijk verhaal.
De rest van de film draaide om een grot waar een enorme berg met goud lag. En een lichtgevende steen, die doctor Watson had gestolen. Enkele volkeren uit de regio hadden het gemunt op die berg met geld en de starre koning van de grot vond dat een goede reden om oorlog te voeren, ondanks dat de drakendoder met baard verwoede pogingen deed om die starre koning over te halen.
De volgende morgen stuurde Koen Verweij zijn zwaarbewapende elfen naar de grot met het geld en toen verwerd de film een onoverzichtelijke mêlee van wapengekletter, baarden, helmen, elfen, orks en iemand die op Perkamentus leek.
Uiteindelijke viel de hoofdork in een wak, waren de meeste mensen veilig en stond doctor Watson een vreemde thuiskomst te wachten: zijn inboedel werd geveild omdat hij dood was, maar hij was nog niet dood en dat werd bewezen door een handtekening.
Neef Joost blij, ik blij. Topfilm.