Ik heb je nooit gekend. Je was er zonder dat die zwarte plek in mij er iets van wist, een wolk van tegenstrijdigheden die we heden noemen en vergeten. Toch sprak een stem mij ergens tegen, fluisterde een leugen die niemand nog kon loochenen of ze verzon waarheden terwijl ik dacht dat jij bestond. Zo vulde je mijn dagen et de schaduw van de uren, en zonder woorden zong je in mijn open mond. Ik zat gehurkt te wahcten tot je me zou herkennen, maar je keek niet terug. Je staarde naar verdwenen beelden die je de kost gaf met gesloten ogen die ik niet meer vergat.










