Wezenlijk rijker
Wat wij nu metafysisch hebben gedemonstreerd, is dat de mens telkens weer leert van de experimenten die hij verricht. Hij kan er nooit dommer van worden. Zo kan hij leren dat hij ten onrechte heeft gedacht dat iets juist was. Wanneer hij een onjuiste veronderstelling verwerpt, dan besteedt hij zijn waardevolle tijd niet verder aan onvruchtbare en tijdverslindende hypothesen. Iemand die aldus tijd overhoudt voor effectievere methoden van onderzoek is wezenlijk rijker geworden. Naar aanleiding van experimenten komen wij ten aanzien van het metafysische fenomeen intellect, dat wij aanduiden met kennis van zaken tot de conclusie dat wij steeds wanneer wij onze intellectuele kennis van zaken beproeven en toepassen door de herordening van energetische interacties — of als massa, of als straling, of als vrije energie — altijd weer meer te weten komen. Onze kennis van zaken kan slechts toenemen.
















