Telefoon
De telefoon gaat. Het is Sandra. Er gaat een golf van woede door me heen. Zij heeft gewerkt toen ik gesepareerd was. Ik mocht toen even luchten in het speciale rookhok. Zij stond met haar collega met gesloten armen tegen de muur. Ik had mijn blauwe jurk aan, alsof ik een misdadiger was. Nu ben ik vrij en lig ik thuis in bed. Ze vertelt dat de verpleegkundige van de psychiatrische intensieve thuiszorg vandaag niet kan komen. Ze vraagt of er vervanging nodig is. ”Nee hoor”, antwoord ik snel. Ik ben blij dat ze “mijn” verpleegkundige nu niet is.













