Tom Heyman is celebrating the release of his album “24th Street Blues.” And while the release is exciting, the guitarist said going back on
A veteran musician who has toured and played guitar for artists like Alejandro Escovedo, Chuck Prophet and John Doe, Tom Heyman is celebrating the release of his album “24th Street Blues.” And while the release is exciting, the guitarist said going back on the road is something he’s really looking forward to. “When I was younger, touring sometimes resembled a party that you never had to clean up after,” Heyman said from his San Francisco home. “The first time I went to Europe, we had a driver/road manager, and it was a revelation to be rolling down the road and drinking before and after the gig, not having to worry about who was sober enough to drive. When I got older and stopped drinking, touring became much more about trying to get enough sleep, eat right and to really try and connect with the audience in a meaningful way.”
Dan Stuart, Tom Heyman, Fernando - Live, Proeflokaal België, Almelo
Strijk Dan Stuart niet tegen de haren in, want dan heb je een kwaaie aan hem. Dat enkele mensen vanavond in het Almelose Proeflokaal België het wagen om door het optreden van zijn voorprogramma Fernando heen te praten, maakt hem duivels, en dat laat hij dan ook onomwonden weten. 'Jullie zitten de hele dag op jullie schermpjes te turen in plaats van met elkaar in gesprek te gaan, en als er dan iemand die helemaal uit Portland komt voor jullie staat te zingen, menen jullie die schade in te moeten halen. Dat is tamelijk respectloos', bijt hij de boosdoeners toe.
En Dan heeft natuurlijk gelijk; Fernando's muziek verdient het om gehoord te worden. Zijn eind vorig jaar verschenen zevende album Leave the Radio on is een prachtige, rijk gearrangeerde rockplaat met invloeden uit psychedelica, altcountry en powerpop. Maar ook in de 'uitgeklede' versie, zichzelf enkel begeleidend op de akoestische gitaar, blijven Fernando’s liedjes fier overeind, iets wat mede te de danken is aan zijn prachtig indringende, lichthese soulstem. Met name The Dogs en Kingdom Come, beide van het nieuwe album, zijn songs van buitenaardse schoonheid die dwingen om ademloos te luisteren. Volgende maand is Fernando opnieuw in Nederland, dan in het voorprogramma van Richmond Fontaine. Daarna zou het toch tijd moeten zijn dat hij zelf als headliner het podium mag betreden.
Na de dus meer dan terechte tirade van Dan Stuart betreedt Tom Heyman het podium, en nu is het inderdaad een stuk stiller. Meegekomen als muzikale begeleider voor Stuart krijgt Heyman de ruimte om zichzelf ook als singer/songwriter neer te zetten, en dat is geheel terecht. Zijn verhalende liedjes bedienen zich van een traditioneler country/folk-idioom, maar mede aan de hand van zijn inventieve gitaarspel weet hij zijn publiek probleemloos mee te sleuren naar de donkerder kanten van de Amerikaanse samenleving.
Maar het publiek is natuurlijk gekomen voor Dan Stuart. In de jaren ’80 genoot hij enige bekendheid als voorman van het uit Tucson afkomstige Green On Red, een band die in het toenmalige alternatieve muzieklandschap opviel met een broeierige mix van psychedelica, postpunk en country. Na het uiteenvallen van de band in 1991 was het op een enkele soloplaat na behoorlijk lang stil. Een echtscheiding in 2010, de daaruit voortkomende geestelijke ineenstorting en zijn vlucht voor al die ellende van New York naar Mexico leverden genoeg inspiratie om de liedjesschrijver in hem te doen ontwaken.
Drie jaar geleden verscheen het duistere verslag van die periode in de vorm van de sterke liedjesplaat The Deliverance of Marlowe Billings. Maar daarmee was de koek nog niet op, vorige maand volgde Marlowe's Revenge, een album dat zo mogelijk nog donkerder, haatdragender en sardonisch van toon is, zowel tekstueel als muzikaal. Het elementaire, modderig rauwe rockgeluid op die plaat wordt geleverd door de jonge honden van Twin Tones, een uit Mexico-City afkomstige garage/surfband waarvan Stuart zich als mentor opstelt. Hoe graag hij het ook zou willen, financieel is het niet mogelijk die band mee te nemen naar Europa. Maar ook met enkel de begeleiding van een virtuoze Tom Heyman weet hij een broeierige en beklemmende sfeer neer te zetten, waaraan het publiek zich met graagte overgeeft.
Dan sneert en dreigt het ene moment als vanouds, waarbij Heyman zijn gitaar laat razen alsof er een complete rockband op het podium staat. Op andere ogenblikken tilt het duo de betekenis van het woord verstilling naar nieuwe hoogten. En op die momenten waagt ook werkelijk niemand in het volle proeflokaal het om zelfs maar voorzichtig te hoesten.
Bouwde Stuart tijdens tournees de afgelopen jaren nog zwaar op zijn Green On Red-materiaal, nu moeten de liefhebbers van het oude werk tot ruim halverwege de set wachten op een klank van herkenning, maar de gitaarriff van That's what dreams are made for doet op dat moment wel haast een huivering door de zaal gaan. Het dertig jaar oude Rock 'n roll disease krijgt een actueel en urgente lading met een couplet over de kinderen van Aleppo (Kids in the street, being blown out their shoes, they want their ipads, and their wifi too, but they won't shave their beards of, just for me and you). Maar toch blijven het de nieuwe songs die het meeste indruk maken. Met het schrijnende Why I ever married you of de bittere wraakzucht uit The whores above grijpt Stuart zijn publiek bij de lurven om ze niet meer los te laten. Af en toe is er even de bevrijding, als er meegezongen kan worden met Dead flowers van the Rolling Stones bijvoorbeeld, al is ook dit een lied dat thematisch prima past binnen Stuart's eigen recente oeuvre. Nostalgisch en teder is daarentegen de herinnering aan Muhammed Ali (’not Cassius Clay') in Ali's last fight.
Tegen het einde van de set betreedt Fernando opnieuw het podium om z'n vocale bijdrage te leveren. Het slotakkoord wordt gevormd door een ultiem vertraagde versie van Time ain’t nothing, in de Green on Red-jaren nog een vrolijke countrystomper. 'Maybe get a house someday, find a wife raise a family, that don't mean you have to die', schreef de jonge Dan Stuart destijds haast naïef. Met de kennis van nu, en schijnbaar nog steeds worstelend met de demonen van zijn gestrande huwelijk, blijft de vraag in hoeverre die jeugdige naïviteit is omgeslagen in cynisme.
Stuart is wars van traditionele rock 'n roll conventies, zo geeft hij aan dat proeflokaal België niet op een toegift hoeft te rekenen. Maar het Almelose publiek,niet verwend met een overdaad aan artiesten van deze statuur in hun stad, laat dat niet over z’n kant gaan. En dus pakt het drietal na aanhoudend applaus alsnog de gitaren op (voor het eerst deze tour) voor een uitgelaten versie van Cheap Wine, toch nog weer Green on Red-klassieker.
Ooit werd Green on Red door critici een grote toekomst voorspeld, maar de band ging uiteindelijk ten gronde aan niet uitgekomen verwachtingen en interne strubbelingen, gevoed door een overmaat aan drank en drugs. Met deze come-back lijkt Dan Stuart zijn eigenzinnige, grillige pad te kiezen, niet gehinderd door enige commerciële ambitie. Een publiekstrekker zal hij dan ook niet zo makkelijk meer worden, maar een solide cultstatus lijkt haast per optreden meer gestalte te krijgen. Het Almelose publiek heeft daar dankbaar getuige van mogen zijn.