Monastir, Tunisia
seen from China

seen from Türkiye

seen from Malaysia
seen from United States

seen from Malaysia

seen from United States
seen from Malaysia

seen from United Kingdom
seen from Germany

seen from United Kingdom
seen from Australia
seen from China
seen from United Kingdom
seen from Türkiye

seen from United Kingdom
seen from Netherlands
seen from Hong Kong SAR China
seen from United States
seen from Thailand

seen from United States
Monastir, Tunisia
Tunsia
_____________________________ LOVES_TUNISIA is very happy to present Photo of the day Congratulations! Photo by @busranurer ______________________________ Selected by @monaambenfredj _____________________________ ______________________________ #tunisia #tunesie #tunez #igerstunisia #igersdjerba #igerstunis #igersdjerba #livetunisia #igersousse #igerstn #idreamoftunisia #bestoftunisia #huntgramarabia #etunisie #tunis #sfax #sousse #kairouan #bizerte #sidibousaid #djerba #loves_morocco #ok_spain #total_travels #world_besttravel #world_vacations #travellingthroughtheworld #igworldclub_glogal #loves_tunisia_busranurer https://www.instagram.com/p/BujJnRlBl_q/?utm_source=ig_tumblr_share&igshid=1bhrjtbt26hu0
Vintage poster of Tunisia
#tunis #tunesien #tunisia #avenuehabibbourguiba #placedu14janvier2011 #tower #tunisi #tunesie #smile #niceguy #cuteguy #handsomeman (hier: Place 14 Janvier 2011)
1 juni. De val van Tunis: over de strijd tegen de Ottomanen en de strijd tussen Europeanen onderling
Op 1 juni 1535 toonde de Habsburgse keizer Karel V dat hij op dat moment één van de machtigste mannen op aarde was. Na een korte maar hevige strijd wist hij de Ottomaanse Turken te verdrijven uit Tunis, de stad die zij een jaar daarvoor hadden veroverd op een Spaanse vazal. Karel V en zijn opvolgers toonden zich in de 16e eeuw de grootste christelijke tegenstander van de islamitische sultan Suleyman I ‘De Prachtlievende’ en zijn erfgenamen. Maar indertijd zag lang niet iedereen deze strijd als een ‘botsing der beschavingen’, ook Willem van Oranje niet.
Karel V heerste over een waar wereldrijk. Als koning van Spanje heerste hij over de gebieden in Amerika, en in Europa heerste hij daarnaast ook over de Nederlanden, Oostenrijk en de Duitse staten, waar hij als keizer van het Heilig Roomse Rijk wettelijk gezien de baas was. In het oostelijke deel van zijn rijk kwam hij in aanraking met een nieuwe wereldmacht, de Ottomaanse Turken.
In 1453 hadden de Ottomanen Constantinopel veroverd, waarmee het Byzantijnse Rijk tot het verleden ging behoren. De Turken wisten daarna de Balkan grotendeels te onderwerpen. Dat bracht hen in conflict met de Habsburgers keizer, die als koningen van Spanje de westelijke Middellandse Zee beheersten, terwijl in het oosten de Turkse vloot dominant was. Op het land concurreerden de twee grootmachten over de koninkrijken die tussen de twee blokken in lagen, zoals Hongarije. In 1526 versloegen de Turken een verzameling Oost-Europese koninkrijken bij Mohács, waarmee ze op de drempel van Oostenrijk stonden. In 1529 belegerden ze zelfs Wenen.
In het Middellandse Zeegebied vonden er stevige confrontaties plaats op de verschillende eilanden in die zee. De Ottomanen veroverden Rhodos in 1522, kwamen in een maritiem conflict met de Genuezen en Venetianen terecht, en zouden later in de 16e eeuw Malta proberen te veroveren. Ook aan de Noord-Afrikaanse kust vonden belangrijke slagen plaats, zoals in Tunis op 1 juni 1535.
In augustus 1534 had de admiraal van de Turkse vloot, de legendarische Hayreddin Pasha “Barbarossa”, de heerser van Tunis uit het zadel gewipt. Deze was een bondgenoot van de Spanjaarden, en dus van Karel V. Barbarossa was door zijn sultan uit Algiers weggeroepen om in Constantinopel een oorlogsvloot te bouwen, de Italiaanse kust te bedreigen en Tunis te veroveren. Dat lukte zonder veel moeite. Met de verovering hadden de Ottomanen een strategische plek in handen gekregen: Tunis ligt aan het relatief smalle water dat Noord-Afrika scheidt van Sicilië en de doorgang markeert tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee.
De kust van Noord-Afrika ten westen van Tunis heette in de 16e eeuw ‘Barbarije’, wat niets met barbaren te maken heeft, maar een variant op ‘Berber’ is, het volk dat in het huidige Marokko en Algerije woonde. Langs de Barbarijse kust gingen de Turken vaak op rooftocht in naam van de sultan. Deze kapers of zeerovers vormden een groot probleem voor de zeevaart van landen als Frankrijk, Spanje en Engeland.
Karel V besloot er in 1535 iets aan te doen. Hij bouwde een nog grotere vloot dan Suleyman had laten bouwen, en stuurde die op pad om zijn vijand Suleyman de voet dwars te zetten.
De keizerlijke vloot telde 74 galjoenen, bemand met gevangen genomen roeiers uit Antwerpen, 30.000 soldaten, en twee van de grootste oorlogsbodems die op dat moment voeren op de wereldzeeën: de hypermoderne Santa Anna uit Malta, dat volgens sommigen het eerste gepantserde schip ter wereld was en een smederij aan boord had, en het enorme Portugese galjoen São João Baptista, bijgenaamd Botafogo, wat ‘Vuurspuwer’ betekent. Dit gloednieuwe galjoen had maar liefst 366 kanonnen aan boord. Karel V financierde deze campagne van het goud dat hij van conquistador Francisco Pizarro ontving uit Peru. Pizarro had Inca-koning Atahualpa gevangen genomen en een groot bedrag aan losgeld gekregen. Hij executeerde Atahualpa daarna overigens alsnog.
Het was de voorsteven van de Botafogo die op 1 juni de ketting van de haven van Tunis brak bij de aanval van de keizerlijke troepen, die werden beschermd door de vloot van de Genuezen. Daarop kon het beleg van La Goletta beginnen, de machtige burcht van de stad. Een bittere maar korte strijd brak los, die uiteindelijk resulteerde in de val van Tunis en een grote triomf voor de machtige keizer Karel V.
Dat ging echter wel te koste van de bevolking van de stad: bij de inname richtten de keizerlijke troepen een enorm bloedbad aan, waarbij 30.000 mensen werden gedood. De stank van de lijken rond La Goletta zou nog maandenlang onhoudbaar geweest zijn, een gruwelijke en belangrijke voetnoot bij een verhaal over een glorieuze overwinning: victorie zonden dood en verderf bestaat nauwelijks. De keizer ontvluchtte zelfs de stad vanwege de stank. In Tunis had de slachtpartij volgens de overlevering echt helse vormen aangenomen.
Dat betekende niet dat de keizer vol trots het nieuws van de verovering van de strategische plaats Tunis ging melden aan de leider van het christendom, de paus in Rome. Hij mocht er zelfs een triomftocht houden, zoals de keizers dat in de Oudheid hadden gedaan. Hij had namelijk de ongelovige Turken een gevoelige slag toegebracht.
Helaas voor de keizer en zijn opvolgers was de verovering van Tunis geen blijvende zaak. Admiraal Barbarossa had weten te ontkomen naar Algiers, en de Ottomanen zinden eigenlijk meteen al op wraak. Dat gebeurde dan ook later die eeuw: in 1574 werd Tunis weer door de Turken heroverd. Noord-Afrika zou daardoor, ondanks pogingen van de Spanjaarden, tot in de 19e eeuw onder islamitisch bestuur blijven. In 1830 kwamen de Fransen, die het protectoraat Algiers stichtten.
De Fransen waren in de tijd van Karel V eerder concurrenten dan vrienden van de keizer. De Fransen en Habsburgers vochten om de onofficiële titel de ware verdedigers van het geloof te zijn, en vochten om de hegemonie in West-Europa. Engeland was in de 16e eeuw nog niet de supermacht die het zou worden, en bovendien zorgde koning Henry VIII ervoor dat Engeland uit de katholieke groep werd gestoten door te scheiden van Catharina van Aragon, een tante van keizer Karel V.
Het kwam Frankrijk niet geheel slecht uit dat de keizer steeds maar in conflict kwam met de Turken. Waar de paus de oorlogen zat toe te juichen vanaf zijn heilige Stoel, zat de Franse koning zich te verkneukelen als hij hoorde dat de keizer in de problemen kwam tegen de Turken. Frankrijk en het Ottomaanse Rijk zagen elkaar zelfs als mogelijke bondgenoten, omdat ze in de keizer een gezamenlijke vijand hadden.
De nederlaag bij Tunis in 1535 zorgde ervoor dat de Turken nu werk gingen maken van een mogelijke alliantie, waar al gesprekken over waren gevoerd. Ze konden een Europese bondgenoot wel gebruiken. In 1534 al was de Franse diplomaat Jean de La Forêt naar het hof van de sultan gestuurd, waar hij bleef tot 1537. Ook in het voorgaande decennium hadden de Franse koning François I en Suleyman al een beleefde briefwisseling gehad. Na de Ottomaanse nederlaag was de tijd rijp voor een echte alliantie.
Die kwam er dan ook, tot verbijstering van de Europese rivalen van François, en met name van de paus. In 1536 maakten de Fransen en Turken afspraken over het toelaten van handelaren in elkaars havens, en Fransen kregen toestemming om in Turkije kerken te bouwen en de katholieke eredienst te houden. Ze maakte zelfs militaire afspraken, en probeerden enkele gezamenlijke campagnes op touw te zetten, zoals in Italië en Griekenland.
De militaire samenwerking was niet erg succesvol, omdat de partijen zich niet aan alle afspraken hielden, maar de impact van de alliantie was groot. De Fransen waren de eerste West-Europeanen die een alliantie met een islamitisch land sloten, het ‘godslasterlijke verbond van de Lelie en de Halve Maan’, of de ‘goddeloze alliantie’. Andere landen keurden de alliantie ten zeerste af, maar het Frans-Ottomaanse verbond hield lang stand: het sneuvelde pas toen Napoleon Egypte binnenviel in 1798. Het heeft daarmee een belangrijke positie in de geschiedenis van de betrekkingen tussen oost en west, en staat lijnrecht tegenover het idee dan christendom en islam al 1300 jaar met elkaar botsen.
Het is frappant dat het juist de Fransen waren die uiteindelijk tot vrij recent heersten over Algerije en Tunesië. Tunis werd zoals gezegd een Franse ‘kolonie’ in 1830: de Ottomanen waren geen grootmacht meer en Spanje was ook van het toneel verdwenen. De Fransen behielden de stad Tunis tot de jaren ’50, en Algerije werd pas in 1962 onafhankelijk, na een bloedige koloniale oorlog. De verovering door Karel V werd door de Franse koning niet met instemming begroet, omdat de keizer daarna de handen vrij zou hebben om zich op Frankrijk te richten. In de 18e en 19e eeuw waren de rollen omgedraaid.
Het is interessant om tot slot nog te wijzen op het feit dat onze eigen Vader des Vaderlands een rol heeft gespeeld in de herovering van Tunis door de Ottomanen in 1574. Net als de Fransen zagen Nederlandse edelen de Spaanse koning Filips II, zoon van Karel V, meer als de vijand dan de Ottomaanse Turken, omdat de Spanjaarden heersten over de Nederlanden. Willem van Oranje en de Franse koning Karel IX probeerden de steun van sultan Selim II te krijgen in de strijd tegen de Spanjaarden. De sultan bracht Willem van Oranje en Karel IX in contact met Spaanse opstandelingen en zeerovers uit Algiers.
Terwijl de Nederlanders de Spanjaarden bezig hielden, viel een Ottomaanse vloot Tunis aan met 75.000 man. De Spanjaarden konden er weinig tegenin brengen, en Tunis kwam voor enkele eeuwen onder Ottomaans bestuur. Aan Spaanse zijde vocht de schrijver Cervantes mee, die ook de beslissende zeeslag bij Lepanto meemaakte. Een nieuw bloedbad vond plaats. De inname van het stevige bolwerk La Goletta kostte dan wel een derde van de 75.000 Turken het leven, maar er beleven maar 300 christelijke verdedigers in leven, waaronder dus Cervantes.
De geniale auteur schreef in Don Quixote over beide veroveringen van Tunis, die van 1535 en die van 1574, en, hoewel hij christelijk was en bij de laatste aanwezig was, beschreef hij beide oorlogen even objectief: in beide gevallen was er volgens Cervantes sprake geweest van onvergeeflijk bloedvergieten.
Francois I en Suleyman I
Lachende Gothik. Paul Klee (1915).