Verplichtingen heeft iedereen, ik dus ook. Dat benauwd mij. Behoeftes worden een verplichting, als je niet aan de behoefte voldoet. Ik heb veel verplichtingen, of bij nader inzien minder verplichtingen, maar die mij wel veel energie en tijd kosten om ze uit te voeren.
Een voorbeeld daarvan is huiswerk maken. Het is verplicht door de school, voor je eigen bestwil. Zo leer je de stof beter, leer je het vervullen van je verplichtingen te plannen en daarmee raak je voorbereid voor de maatschappij, die in feite is opgebouwd uit verplichtingen tegenover elkaar. Je kan ook zeggen dat het afspraken zijn die je met elkaar maakt, maar die brengen ook verplichtingen met zich mee; je moet ze tenslotte nakomen.
Huiswerk maak ik vaak niet. Dit vind ik vervelend, want op deze manier leer ik de bovenstaande doelen niet. wel moet ik zeggen dat niet alle doelen even relevant voor mij zijn. De stof onthoud ik sowieso wel goed, ik pak die altijd snel op. Zo is gebleken dat drie kwartier leren op de dag zelf van een toets scheikunde goed is voor een 8,9 en een 7,1 voor Grieks.
Waar ik me meer zorgen om maak, is het niet leren plannen. Doordat ik geen huiswerk maak en daarom ook weinig in de gaten houd qua school, kom ik vaak veel te laat achter belangrijke zaken, zoals het feit dat ik een presentatie moet houden. Of ik maak wel huiswerk, maar ik begin veel later wegens gebrek aan motivatie om te beginnen. Dit levert uiteindelijk veel stress op.
Je kamer opruimen is een behoefte. Een opgeruimde kamer is nou eenmaal veel praktischer. Zo hoef je geen eindeloze zoektochten te ondernemen naar een bepaald voorwerp, heb je een opgeruimd gevoel in je hoofd en is de meeste afleiding opgeborgen.
Als je niet aan deze behoefte voldoet, en blijft verzaken, wordt je kamer één grote bende. Zoektochten moeten worden ondernomen, in je hoofd is het ook een bende en afleiding lonkt jou overal toe.
In een wat treurigere bui zou mijn onopgeruimde kamer bij mij een gevoel van lichte paniek veroorzaken. ‘Als ik mijn kamer niet eens kan opruimen, hoe zal ik dan ooit mijn zaken op een rijtje hebben als ik grotere verantwoordelijkheden heb?’
In een depressieve bui, zou ik naar de stapel ongevouwen kleding met een aantal halfvolle tassen ertussendoor en hier en daar een knutselproject eruit stekend kijken en hierin de voorbode van de vernietiging van de maatschappij zien. ‘Als iedereen in de maatschappij zijn verplichtingen verzaakt, wat voor een enorme troep zou dat worden!’
Als mijn depressieve bui aan de opklarende kant is, zie ik hierin ook een lichtpuntje: gelukkig doen mensen dit lang niet allemaal.
Ik verwacht niet dat ik blijvend mijn verplichtingen zal verzaken. Verplichtingen zoals hockeytrainingen en wedstrijden vervul ik vaak. Tenzij omstandigheden mij daartoe dwingen, ben ik aanwezig bij elke training en wedstrijd. Huiswerk maken en mijn kamer opruimen doe ik pas als het echt niet anders kan. Dit brengt mij bij een andere gedachte die opgeschreven dient te worden: ik leg mijzelf verplichtingen op.
Zoals je in de vorige alinea kon lezen, GP, leg ik mijzelf verplichtingen op. Ik leg mijzelf teveel verplichtingen op. Ik heb daardoor verwachtingen van mijzelf die ik niet waar kan maken. Hoewel ik dit weet, ga ik daarmee door. Hoewel ik weet dat ik mijn doel, en dus mijn verplichting -zeker als het op huiswerk maken aankomt-, niet kan halen, ben ik teleurgesteld als het niet gelukt is. Ik houd mijzelf voor de gek. Ik speel een spelletje met mezelf, waarbij ik vaak verlies.
Mijn tegenstander is sterk, ik wacht op de tijd van victorie.
Nieuwe batterijen in mijn horloge.