en de nar die zich aan de dingen was gaan hechten, onthechtte zich
dus verscheurde hij zichzelf en wierp alle flarden weg
de nar die zich verscheurd had en had weggeworpen, raakte
gehecht aan de mensen, dus hij verwierp zichzelf en maakte zich
los van hen en de nar die zich had loggemaakt en had verworpen
verbond zich met een reep licht die hij van een straal water griste
die van geen zoogdier hield en van geen vissen, virussen of volgens
trok zich in het donker terug en zo maakte de nar plaats
voor zon, maan en sterren, voor de dingen en dieren, en voor
de mensen schiep hij ruimte om zich narrig aan dat al te hechten