Met je auto, door de was straat.Heel af en toe ga ik met mijn auto door de was straat. Dat is voor heel veel mensen de gewoonste zaak van de wereld. Voor mij is het een uitje. Vroeger stond je op straat je auto te wassen, het liefst op zaterdag, dan deed iedereen het. Dat is nu ondenkbaar, wordt je gelijk opgepakt door de milieupolitie en achter de tralies gezet. Ik kan mij herinneren dat mijn vader zijn auto op de zaak waste, op de zaak bedoel ik, waar hij werkte, dan ging ik vrijwillig mee om te helpen, tenminste dat hoop ik. Mijn vader was altijd heel zuinig op zijn auto’s. Volgens mij begon hij zijn rij carriere met een Opel Olympia uit 1956. In de overlevering mocht je er niet eens naar wijzen. Mijn eerste auto was van mijn opa, een Daf 44 met schuifdak. Daarna een citroën GS. Deze auto heb ik één keer gewassen, dat was alleen maar, opdat ik op de motorkap leesbaar kon schrijven dat ze 250.000 km had gelopen. Mijn Citroën DS uit 1972 daar en tegen was ik heel vaaken daarna gaat ze in de was. Ik heb haar in den beginne een keer door de wasstraat gedaan, ze lekte door de kieren en ramen. Nooit meer gedaan, dus lekker met de hand. Ik vind een gewone auto, een vervoermiddel om van A naar B te rijden en als je er water en olie in gooit, is dat voldoende. Als mijn A-B tje een beurt krijgt, vinden ze hem er niet uit zien en meestal krijg ik hem dan gewassen terug. Van de week bij de wasstraat aangekomen, stond er een lange rij. Dat is voor mij een teken om weer door te rijden. Niet deze keer!, ik was vastbesloten om vandaag met de auto te douchen. Het begint bij het bord hoe je gewassen wil worden, voor 7.50, 10.00 of 15 euro. Het duurste dan maar doen?, wordt je onderkant ook gewassen en in de was gezet Na 10 minuten vol verwachting ben ik aan de beurt. Je ziet van die filmpjes op FB, dat ze zogenaamd vergeten de raampjes dicht te doen. Volgens mij doen ze het erom. Heb wel even voor de zekerheid rondom gekeken, je weet maar nooit. Lekker ingesopt door de boys en hup de geul in met je band en in z’n vrij. Warm water, borstels en van die heen en weer zwiepende lappen vloerbedekking over je auto, heerlijk. Ik heb een haaienvin op de auto. De antennes van vroeger, moest je in schuiven, anders had je een kromme, good ol’ days. Dan aan het einde wordt je droog gemaakt of gebakken. Het is maar hoe je het bekijkt met die vuurvaste stenen. Na de favonius, hangt er een rond lichtje dat aftelt wanneer je de straat mag verlaten. Je rijdt de bocht om en in de spiegel kijkend hoe mooi je auto glimt. Zelf glimlach je ook. Nu nog de auto uitzuigen. Ik heb een stationwagen, dus de gehele achterbak duurt effen. Er zitten altijd van die vervelende, irritante kleine stukjes tussen de bekleding. Na een half uur vind ik het wel welletjes. Is klaar zo!. De rest komt nog wel. Opgewekt, landelijk en toeristisch naar huis gereden. Gelijktijdig als ik de oprit oprij, komt mijn ega naar buiten, ze roept en wijst; leuk hoor die race strepen langs de spatborden.