Werkvormen
Verdieping Stappenplan Hulp
V E R D I E P I N G
Didactische werkvormen geven een goede reflectie van de gedragingen van de docent. De belangrijkste vraag die hierbij gesteld wordt, is of de docent zelf de regie in handen wil hebben of dat de leerlingen zelf actief gaan leren. Hieronder komen een aantal voorbeelden van de didactische werkvormen die er zijn en waar welke werkvorm geschikt voor is.
Instructievorm Deze vorm is door de docent gestuurd en de focus ligt vooral op de leerstof. Deze werkvorm is vooral geschikt voor het doorgeven van informatie of als introductie op een nieuw onderwerp.
Interactievorm De leerlingen delen met elkaar hun kennis, ervaringen of vragen die ze hebben over het onderwerp. Deze werkvorm is geschikt om leerlingen te leren hoe ze kunnen overleggen, actief te laten luisteren, een mening te vormen, de leerstof te verwerken of zich open te laten stellen voor een ander.
Opdrachtvorm De docent deelt taken uit aan de leerlingen en daarna gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag. Het gaat hier voornamelijk om het proces van de leerlingen. De leerlingen leren bij deze vorm om samen te werken, informatie op te zoeken, te verwerken en te presenteren.
Samenwerkvorm Bij deze vorm werken de leerlingen samen aan een gezamenlijk doel. De groep kan bijvoorbeeld ingedeeld worden op basis van interesse of niveau.
Spelvorm Met deze vorm wordt de leertheorie toegepast door middel van een spel.
S T A P P E N P L A N
o Bedenk welk type werkvorm het beste past bij de leerstof en de leerdoelen o Bepaal minimaal één passende werkvorm bij de leerstof o Let op of de werkvorm kan i.c.m. de groepsgrootte, de tijd en de middelen die nodig zijn o Verwerk de werkvorm in het lesplan
H U L P
Instructievormen Instructievormen zijn vooral geschikt voor: • Het doorgeven van basale kennis of de uitleg van moeilijke onderwerpen, in korte tijd aan grote groepen. • Het presenteren van een inleiding of verhaal, zodat de interesse wordt gewekt. • Het samenvatten van veel leerstof. • Het geven van richtlijnen voor taken.
Bij instructievormen is het van belang dat de leerkracht: • Aansluit bij de voorkennis. • De doelen en verwachtingen duidelijk maakt. • De instructie helder opbouwt en concrete voorbeelden geeft. • De uitleg afstemt op de interesse en het tempo van de kinderen. • Afwisselt met stemgebruik, gebaren en goed gebruikmaakt van hulpmiddelen.
Interactievormen Door interactievormen leren kinderen om: • Te overleggen. • Vragen te stellen • Te luisteren naar anderen. • Hun mening te verwoorden.
Opdrachtvormen Opdrachtvormen zijn werkvormen die de leerlingen zoveel mogelijk zelfstandig uitvoeren. Bij deze werkvorm leren de leerlingen verbanden te leggen tussen basiskennis en de context. Het proces is belangrijk. Een goede opdracht geeft structuur, maar geeft wel ruimte voor een eigen planning en werkwijze.
De opdrachtvormen zijn in drie groepen te verdelen: • Werkvormen die gericht zijn op studeren of onderzoeken. Bijvoorbeeld: o Verzamelen van informatie, uit een krant, archief, interview. o Verkennen. o Experimenten. • Werkvormen die gericht zijn op weergeven. Bijvoorbeeld: o Berichten; informatie geordend doorgeven. o Voordragen. o Uiteenzetten. • Werkvormen gericht op zelfstandig werken. Bijvoorbeeld: o Uitvoeren van een handeling. o Ontwerpen. o Maken van een werkstuk: een essay, een maquette, enz.
Samenwerkingsvormen en Coöperatief leren Samenwerkend leren staat de laatste jaren in de belangstelling. Waarom? • Samenwerken is een belangrijke vaardigheid in de maatschappij. • Samenwerkend leren leidt tot beter leren en een betere transfer naar nieuwe situaties. • Samenwerkend leren heeft een positief effect op de onderlinge verhoudingen in een klas, het welbevinden, de eigenwaarde en de sociale ondersteuning. • Samenwerkend leren heeft een goede invloed op de motivatie: de zelfefficiëntie, de leerdoel oriëntatie en de intrinsieke motivatie. Simpel gezegd: ze gaan gerichter aan het werk. • Samenwerkend leren biedt ruimte voor het ontwikkelen van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
Bij samenwerkend leren ligt het accent op de volgende vaardigheden: • Goed en actief luisteren. • Uitleg geven. • Elkaar helpen. • Elkaar vragen stellen. • Samen beslissingen nemen. • Respect voor de ander. • Conflicten oplossen. • Iedereen erbij betrekken en verantwoordelijk maken. • Met en van elkaar leren door gestructureerd samenwerken.
Samenwerkend leren is geen synoniem van werken in groepen. Bij echt samenwerkend leren is sprake van: • Face-to-face interactie. • Positieve onderlinge afhankelijkheid. • Individuele aanspreekbaarheid. • Samenwerkingsvaardigheden. • Groepsprocessen.
Spelvormen Er zijn verschillende soorten spelvormen: • Leerspelen. • Gestructureerde discussievormen. • Rollenspelen. • Dramatische werkvormen. • Simulaties.












