Zijn melancholische lach deed me smelten. Hij merkte me niet op in deze massa, gelukkig. Hij vertelde zijn vrienden op een monotone manier ons verleden, zodat enkel ik - moest ik het horen - ervan zou kunnen genieten. Ik wilde bijna op hem aflopen, omdat hij dit zo verwoed vertelde. Net op tijd kwam de bedeesde ik weer naar boven. Ik was halfweg. Schierlijk verdween ik weer in de massa. Je zette dreinerig en cynisch ons gecensureerde verhaal voort. Ik wilde dit niet horen. Dubieus zocht ik een uitweg in de massa.
Dit was wat ik aangericht had.
Mijn afwezigheid leek van veraf nogal frappant, want de massa verspreidde zich zwijgzaam over het plein.
Hij stond nu alleen en draaide zich om. Hij keek me aan met zijn intrigerende blik, lang en doordringend.
Ik liep weg.
Enkel zijn blik volgde me.
Monotoon: met weinig afwisseling, daardoor nogal saai
Verwoed: fel, zeer enthousiast
Bedeesd: bang om iets te zeggen, onzeker tov anderen
Schierlijk: spoedig, vlug, plotseling
Dreinerig: zeurderig, jankerig
Cynisch: bitter, spottend, niet gelovend in het goede
Censureren: dingen die verboden zijn weglaten
Dubieus: twijfelachtig
Frappant: treffend, sprekend, opvallend