Bloed
Zijn grootvader nam hem bij de schouder en leidde hem naar de tafel wat verderop. Hij nam twee glazen uit de kast, vulde ze aan de kraan en drukte er één in zijn rechterhand. Met zijn andere hand hield Arre vast aan een rugzak die enkele uren geleden naast hem op de achterbank lag. Binnenin staken een wegenkaart, enkele sigaretten die hij uit Flo’s mond had genomen en een polaroid. Die haalde hij deze ochtend plots te boven toen hij me vanaf de achterbank vroeg om te kijken. Hij had het toestel geheim willen houden tot zijn grootvader voor het eerst het jawoord gaf, maar vond het licht dat door de voorruit op mijn ogen viel veel te mooi om te laten gaan. Arre zag schoonheid in alles rond hem heen. Zelfs in de manier waarop Flo een sigaret even liet branden tussen zijn lippen voor hij ervan trok, alsof hij Arre de kans wilde geven hem dat plezier te ontnemen, al zou geen van beiden dat immer toegeven. “Mooi, hè?” zei Flo, terwijl hij zijn armen op de balustrade rustte. “Hoe er geen verschil lijkt te bestaan tussen hen.” Hij speelde met zijn aansteker. Het pak tabak bleef zitten in zijn zak. Hij rookte enkel als Arre bij hem stond. “Ze hebben hetzelfde gezicht. Dezelfde handen met dezelfde inktvlekken. Ze lachen diep en luid en als ze verhalen vertellen dwarrelt sneeuw in hun ogen. Ze dragen kleren die samen worden gehouden door oude draad, zelfs op hun eigen trouwdag, en beiden drinken liever op de dood dan op het leven. Ze lijken wel samen te horen. Ik zou er niet van opkijken mochten ze op dezelfde dag sterven.” Arre reikte in zijn rugzak en haalde er een langwerpig wit doosje uit. Op het doorzichtige deksel prijkten zeven kleine stickers. Er stonden telkens twee letters op gedrukt. Hij peuterde wat in het voorlaatste vakje, terwijl zijn grootvader een nieuwsgierige blik wierp op de inhoud van het doosje. “Ze vergelijken hun medicijnen met elkaar,” zei Flo. Het viel me pas op dat ook Karl een dergelijk doosje voor hem had staan. “Karl heeft enkel matte kleuren. Dof, grauw en wit. De pillen die Arre neemt zijn felgroen.” Flo’s linkerwijsvinger streek over de knoken van zijn rechterhand. “Daarom is hij jaloers. Arre verkoos zijn eerdere matgele. Hij houdt niet van felgekleurde medicijnen.” Arres vingers slopen stiekem naar het doosje van zijn grootvader. “ ‘Medicijnen hoeven geen kleur’ zegt hij steeds ik hem aanspoor eindelijk eens zijn pillen te pakken.” Flo draaide zich net op tijd om om waar te nemen hoe Arre van zijn stoel viel en al de pillen op tafel de lucht in schoten. Onmiddellijk zette Arre die dwaze glimlach op waar ik telkens zo verliefd op werd, om de bedrukte groeven in Karls voorhoofd mee op te lichten. Een bulderende lach klonk doorheen de kamer. “Dat zal je leren mijn medicijnen te stelen!” “Zie je wel," zei Flo. "Net hetzelfde.” Een kleine grijns tekende zich af rond zijn lippen.













