No title available
Cosimo Galluzzi
styofa doing anything
almost home
Peter Solarz

★
Xuebing Du
RMH
YOU ARE THE REASON
Lint Roller? I Barely Know Her
he wasn't even looking at me and he found me
Sade Olutola

ellievsbear
Not today Justin

Andulka
🪼

祝日 / Permanent Vacation
"I'm Dorothy Gale from Kansas"

Product Placement
d e v o n
seen from United States
seen from Japan
seen from Poland

seen from Malaysia

seen from Canada
seen from United States

seen from United States
seen from United Kingdom

seen from Malaysia

seen from United Kingdom
seen from Indonesia

seen from Malaysia
seen from Türkiye
seen from Türkiye

seen from China
seen from United States

seen from Malaysia
seen from United Kingdom
seen from United States
seen from Hong Kong SAR China
@testvm
Hoe Harnaam Kaur besloot zich niet druk meer te maken om haar baard
We spraken haar over het eindeloze gestaar op straat, bodyshaming en hoe ze af en toe nog best een stomp uit zou willen delen.
De Britse Harnaam Kaur reist met haar tour My body My rules door Europa om te vertellen hoe het is om een vrouw met een baard te zijn. En vooral hoe ze dat heeft kunnen accepteren na jarenlang gepest te zijn. We spraken haar over het eindeloze gestaar op straat, bodyshaming en zelfvertrouwen, de zelfmoordpogingen die ze heeft gedaan, en hoe ze af en toe nog best een stomp uit zou willen delen.
Broadly: Hé Harnaam. Vind je het gestaar naar je baard eigenlijk altijd irritant? Om eerlijk te zijn heb ik vanochtend expres mijn bril niet opgedaan, omdat ik bang was dat mijn ogen te veel af zouden dwalen. Harnaam Kaur: Als mensen naar me toekomen en oprecht vragen stellen, vind ik dat helemaal geen probleem. Dat ervaar ik ook niet als beledigend. Wat wel beledigend is, is wanneer mensen naar me staren, hun vrienden aantikken en dan beginnen te lachen. Het gepest en het bodyshamen gebeurt constant, maar mijn houding is door de jaren heen veranderd: ik ga anders met situaties om.
Hoe anders? Begrijp me niet verkeerd, ik word nog steeds kwaad. Mocht het ooit zover komen dat ik iemand een klap moet verkopen om mezelf te verdedigen, dan doe ik dat. Ik heb veel passie voor mijn werk, maar ik kan ook heel veel passie hebben voor mijn vuist in je gezicht. Dat ik een vrouw ben en in de schijnwerpers sta, betekent nog niet dat ik niet voor mezelf op zal komen.
Je werkte eerst als onderwijsassistent op een basisschool, nu ben je motivational speaker op events over bodyshaming. Vroeger werd ik altijd gepest en continu buitengesloten, ook op plekken waar ik werkte. Maar in 2014 werd ik benaderd door een journalist die tegen me zei: “Ik ben fan van je look en waar je voor staat, ik zou je graag interviewen.” Ik was op dat moment nog helemaal niet bezig als activist. Nadat het artikel werd gepubliceerd ging het viral.
Om eerlijk te zijn wist ik toen niet eens wat het betekende om viral te gaan, tot ik steeds meer berichten van mensen ontving die mijn verhaal hadden gelezen. Ik besefte dat mijn stem mensen kon helpen, dus besloot ik om door te gaan met waar ik mee bezig was en maar gewoon te zien waar het schip zou stranden.
Ken je meer vrouwen met zo’n grote baard? Hoe meer ik over de aandoening spreek die ik heb – PCOS [Poly Cysteus Ovarium Syndroom, red.] – hoe meer vrouwen met PCOS contact met me opnemen. Veel van hen zijn blij dat iemand het er in de mainstream media eindelijk over heeft. Ik had altijd het idee dat PCOS heel zeldzaam was, wat helemaal niet zo bleek te zijn: één op de vijf mensen heeft het, en ik zeg expres ‘mensen’ omdat transgender mannen er ook last van kunnen hebben. Zij worden vaak over het hoofd gezien.
In het verleden heb je pogingen gedaan om van je baard af te komen, totdat je besloot om geen fuck meer te geven. Hoe ging dat? Na jaren van pesten en bodyshamen was ik er gewoon helemaal klaar mee. Ik was een jaar of 15 en het ging heel slecht met me. Ik dacht aan zelfmoord en heb ook een paar zelfmoordpogingen gedaan.
TRANS is een jaarlijks magazine over genderidentiteit, gemaakt door transgender redacteuren en fotografen. Lees hieronder een artikel uit het tijdschrift, en kijk voor meer informatie over TRANS en waar je het kan kopen op transmagazine.nl.
Mijn allereerste herinnering is van toen ik twee jaar oud was. Ik lig in bed en ben ervan overtuigd dat er de komende nacht een piemel zal gaan groeien. Mijn oudere broers hebben er namelijk ook één, dus die van mij zal vast snel komen. Ook herinner ik me hoe ik iedere ochtend vol hoop de dekens van me af trok… Ik kijk nog eens goed. Helaas, er is geen piemel gegroeid. Misschien morgennacht?
Zo ben ik twintig jaar lang teleurgesteld wakker geworden. Op een gegeven moment was ik oud genoeg om te snappen dat je met een penis geboren moet worden. Maar tóch was ik elke avond een beetje hoopvol en elke ochtend een beetje teleurgesteld.
Tot die ene ochtend, 12 januari 2017, in een ziekenhuis in Belgrado, Servië. De dag ervoor was ik opgenomen voor het laatste deel van een tweedelige phalloplastiek: het maken van een penis bij transmannen. Die nacht was er, voor mijn gevoel, eindelijk een piemel ‘gegroeid’.
Het is moeilijk te omschrijven hoe gelukkig ik ermee ben. Na mezelf twintig jaar incompleet te hebben gevoeld, mezelf een freak en lelijk te hebben gevonden, is dat gevoel opeens weg. Mijn aversie tegen mijn vagina legde ik altijd uit door te zeggen dat het voelde alsof ik, in plaats van het mannelijk geslachtsdeel, een open wond tussen mijn benen had. En daar dan twee decennia mee moeten leven.
Ondanks de pijn na de operatie was ik ongelofelijk blij, vooral om de kleine dingen. Als ik mijn onderbroek aandoe zit er een bobbel. Ik kan plassen in het urinoir, krabben aan mijn ballen… allemaal ‘normale’ momenten waarbij mijn hart een sprongetje maakt.
Je zou verwachten dat ik na die phallo-operatie op een roze wolk leefde. Ik was toch ‘klaar’? De grootste droom die ik ooit heb gehad, was toch uitgekomen? Helaas voelde ik het tegenovergestelde: ik werd onvoorstelbaar depressief.
Net terug uit het Servische ziekenhuis, zat ik thuis te herstellen. Mijn hond logeerde bij mijn vriend, om mij wat rust te geven. Ik was alleen. Er kwam een diep verdriet los. Ik kon alleen nog maar huilen. Onophoudelijk huilen, totdat de tranen op waren en er een benauwd gepiep uit mijn keel kwam. Na een paar uur belde ik in paniek mijn vriend: hij moest direct met mijn hond naar me toe komen, want ik wist het niet meer, en stond niet meer voor mezelf in. Ik ben blij dat hij zijn telefoon opnam, want ik had me voorgenomen om me van de vierde verdieping naar beneden te laten vallen, als ik geen gehoor kreeg.
In de periode die volgde, kon mijn toenmalige vriend niet veel voor me betekenen. Eigenlijk kon niemand echt iets voor me doen. Ik was niet meer onder behandeling bij een psycholoog of psychiater, en zat eigenlijk alleen maar thuis met mijn hondje. Uiteindelijk ben ik zeven maanden lang bezig geweest met accepteren dat dit het lichaam is waar ik het de rest van mijn leven mee zal moeten doen. Hoe deze acceptatie precies gekomen is, weet ik eigenlijk niet goed. In ieder geval heb ik eindeloos voor mezelf herhaald dat ik toch niets meer kon veranderen nu. Met die woorden vond ik uiteindelijk een soort rust, denk ik.
Mijn hele jeugd was ik al ongelukkig. Alle psychologen, psychiaters en therapeuten die door de jaren heen zag, gooiden mijn depressie op mijn genderdysforie. Ik vertelde mezelf: nu ben ik ongelukkig, maar als ik zestien ben, mag ik mannelijke hormonen. Als ik achttien ben, krijg ik mijn borstoperatie. Er was altijd een volgende stap: een excuus om nú nog niet gelukkig te hoeven zijn, want na de volgende stap werd het automatisch een beetje beter.
Maar toen was de laatste stap gezet. Het werd niet meer automatisch beter. Opeens kwam de realisatie dat ‘dit het is’. Ik zal mijn verleden, de eerste veertien jaar van mijn leven als meisje, altijd met me meedragen. Ik kan geen erectie krijgen, ik kan geen sperma aanmaken, ik zal altijd iets moeten uitleggen aan nieuwe geliefden, kan geen kleine Chrisjes op de wereld zetten.
Ik moest dingen accepteren. Ik moest accepteren dat ik transgender ben, hoeveel ik ook lijk op een cisman. De negatieve aspecten aan het trans-zijn leren loslaten. En ik had daar veel eerder mee moeten beginnen. Als ik op mijn veertiende minder bezig was geweest met: ‘Hoe word ik zo overtuigend mogelijk een jongen?’, en meer met: ‘Hoe accepteer ik mijn lichaam?’, was die depressie na mijn operatie misschien nooit gekomen. Maar de psycholoog van de genderpoli die letterlijk tegen een onzekere transgender puber van vijftien zei: ‘Je zal nooit een echte man worden’, hielp mij niet de realiteit te aanvaarden. Ik verbleekte van woede en voelde me totaal onbegrepen. Inmiddels begrijp ik de boodschap die zij me wilde meegeven: ze wilde me behoeden voor de postoperatieve depressie die mij acht jaar later zou treffen. Dit gebeurt namelijk vaker, dat stak ik later op van andere transgenders online. Ik had die verhalen echter enorm onderschat. Het is een zware periode van verwerking van het besef, dat je ondanks een geslaagde transitie nog steeds geen ‘gewone man’ bent.
Als ik vijf jaar terug in de tijd kon gaan, zou ik alles precies hetzelfde doen. Spijt van mijn operaties heb ik absoluut niet. Voor mij was dit nodig om me compleet te voelen, en het gevoel te hebben dat het mijn éígen lichaam is waar ik in zit. Inmiddels gaat het beter met me, ik accepteer mijn lichaam steeds meer. Wat helpt is dat mensen niet aan me zien dat ik niet als jongen geboren ben: ik zit in de sauna zonder rare blikken te krijgen en deel het bed met andere mannen die niets doorhebben. Mijn partner vindt het geen probleem dat ik trans ben en mijn seksleven is prima. Ik begin te wennen aan het lichaam waarmee ik het de rest van mijn leven zal moeten doen.
Tijdens mijn transitie hield ik sterk vast aan een toekomstbeeld. Nu heb ik me erbij neergelegd dat ik transgender ben. Ik hoef dit niet van mezelf te ontkennen. Mijn lichaam past veel meer bij mijn genderidentiteit, maar ik realiseer me ook: nu ik mijn fysieke doel min of meer heb bereikt, kan ik nog steeds onvervulde wensen en verlangens blijven voelen. Ik heb aanvaard dat dit nu eenmaal bij het leven hoort.
Tegenwoordig houd ik vast aan de volgende gedachte: als ik het leven leid dat ik wil leiden, als ik achter mezelf sta, zullen de mooie momenten de overhand hebben.
Gaziantep has an district where the refugee population is dense. Syrians over there try to survive by making sandals, sneakers, loafers and pumps. One glance on this city will not grand you much, however as soon as you go through the iron doors, you will hear the rattling of sewing machines. Children no older than seven years are sewing inner soles or sticking labels in ladies shoes.
Het lijkt wel alsof zwarte vrouwen nooit kwaad mogen worden
Serena Williams en Cardi B werden om compleet verschillende redenen boos afgelopen week, maar de reacties op beide incidenten lieten eenzelfde soort vrouwenhaat zien.
We zien zo vaak mensen kwaad worden. De president van Amerika slingert (samen met miljoenen andere twitteraars) elke dag weer woedende berichten de wereld in, en door de hele Verenigde Staten zijn boze witte mannen hun Nikes aan het verbranden uit protest tegen de reclamecampagne met Colin Kaepernick. Het is normaal geworden om woede te uiten in deze tijd en in dit politieke klimaat — vooral voor witte mensen, en vooral voor mannen. Waarom lijkt het alsof iedereen maar kwaad mag worden in het openbaar, behalve zwarte vrouwen?
Na de discussies over Serena Williams’ frustratie bij de U.S. Open en de confrontatie tussen Cardi B en Nicki Minaj bij de New York Fashion Week, moest ik denken aan de manier waarop zwarte vrouwen vaak hun woede proberen in te houden, tot ze in situaties belanden waarin dat niet langer lukt. Zowel voor beroemde zwarte vrouwen als gewone stervelingen, zien we wat er gebeurt wanneer die last te veel wordt, en al onze frustraties er in één keer uit komen: met tranen, gevloek, geschreeuw, en ja, gooien met schoenen. Hoewel woede-uitbarstingen moeilijk te begrijpen zijn van buitenaf, wordt de woede van zwarte vrouwen vaak tot in detail bekritiseerd, geanalyseerd, gestereotypeerd, en behandeld alsof het tegelijkertijd uitzonderlijk en een teleurstelling is. Misschien is dat waarom we het allemaal proberen binnen te houden.
“Er wordt van vrouwen van kleur altijd verwacht dat ze zich inhouden,” schrijft Morgan Jerkins, de auteur van This Will Be My Undoing: Living at the Intersection of Black, Female, and Feminist in (White) America , in een e-mail aan Broadly. In haar boek beschrijft Jerkins hoe respectabiliteitspolitiek zwarte vrouwen dwingt om wit Amerika gerust te stellen. Volgens Jerkins wordt het vrouwen van kleur niet gegund om boosheid te uiten, of woede, of zelfs passie, door het repressieve verleden van het land. In een notendop: vrouwen van kleur mogen niet hetzelfde geweld vertonen als hen werd aangedaan.
“We moeten supergoed letten op onze toon en houding, want zodra we ons uitspreken worden we gezien als een bedreiging,” zegt Jerkins. “In veel gevallen wordt alleen al onze aanwezigheid gezien als bedreigend. Het is allemaal om witte mensen gerust te stellen. We zijn ons hyperbewust van ons gedrag.”
Wanneer zwarte vrouwen die in de schijnwerpers staan — die ook nog eens worden behandeld alsof ze alle zwarte vrouwen ter wereld representeren en zich daarom opperbest moeten gedragen — ervoor kiezen om zich niet langer hyperbewust te zijn van hun emoties, worden ze daarop afgerekend. Ze worden negatief bejegend, er wordt tegen ze geprotesteerd, en er wordt gepraat over wat deze glimps van woede beroemde zwarte vrouwen zal kosten aan sponsordeals, kansen, en respect.
De tenniswereld stond afgelopen week op z’n kop na de verhitte wedstrijd tussen Serena Williams en de twintigjarige nieuwkomer Naomi Osaka op zaterdag. Tijdens de wedstrijd beschuldigde Williams de scheidsrechter Carlos Ramos van seksisme, noemde ze hem een “dief” en eiste ze excuses nadat hij haar ervan beschuldigde dat ze stiekem aanwijzingen kreeg van haar coach. Ramos reageerde daarop door Williams een strafpunt te geven voor het neersmijten van haar racket, en een game te laten inleveren. Williams kreeg ook nog een boete van 17 duizend dollar van de U.S. Tennis Associationvoor drie overtredingen. Osaka won uiteindelijk de wedstrijd, maar in de nasleep ervan overwogen de scheidsrechters een boycot van Williams’ wedstrijden, en berispte de gepensioneerde tenniskampioen Martina Martina Navrátilová haar in een opiniestuk in de New York Times. “Wat is de juiste manier om je te gedragen om de sport te eren en onze tegenstanders te respecteren?” vroeg Navrátilová de 23-voudige Grand Slam-winnaar.
Zoals Jason Duaine Hahn schrijft in People, “De wedstrijd heeft een discussie aangewakkerd over seksisme in de tenniswereld. In interviews na het verlies uitte Williams dat ze het gevoel heeft dat haar mannelijke collega’s vaak milder worden behandeld wanneer ze hun frustraties uiten tegen scheidsrechters. Ze spreekt zich al langer uit over haar onvrede over de klaarblijkelijk oneerlijke behandeling die ze in de sport krijgt, zoals routineus vaker op doping getest worden dan iedere andere mannelijke of vrouwelijke speler.”
Hahn merkt op dat witte mannelijke spelers zoals Roger Federer, John McEnroe en Jimmy Connors in het verleden meer verhitte uitbarstingen op de baan hebben gehad, en daar minder streng voor werden gestraft dan Williams, of zelfs helemaal niet.
Tennisgrootheid Billie Jean King verduidelijkte dat met een simpele tweet:
De dubbele standaard is realiteit en geldt heviger voor zwarte vrouwen in verschillende industrieën.
Hoewel het recente incident tussen Nicki Minaj en Cardi B tijdens Harper’s Bazaar’s feestje op de New York Fashion Week niet geworteld is in een geïnstitutionaliseerde WASP-achtige structuur zoals tennis, laat het wel een vergelijkbaar sentiment van respectabiliteitspolitiek zien. De afkeurende reacties die beide vrouwen hebben ontvangen op hun publieke woede-uiting staan niet gelijk aan hoe mannen op vergelijkbaar gedrag worden beoordeeld.
“Ik maak me niet druk om hoeveel witte mensen Cardi de volgende keer niet zullen uitnodigen voor een event. Wat ik wel belangrijk vind is dat we het hebben over welke prijs zwarte vrouwen betalen als ze hun woede niet uiten,” vertelt feminist, journalist en auteur van She Begat This: Twenty Years of the Miseducation of Lauryn Hill Joan Morgan aan Broadly.
Morgan stelt dat het constant moeten onderdrukken van woede op de lange termijn kan leiden tot geestelijke problemen. “Ik pleit er niet voor om te pas en te onpas met schoenen naar mensen te gooien. Maar ik wil wel benadrukken dat er een duidelijk verband is met het feit dat vrouwen van kleur overgerepresenteerd zijn in de aantallen vrouwen met kanker, hart- en vaatziekten, obesitas, verslaving — noem het maar op. Hoge stressniveaus en onderdrukte woede vermoorden ons op andere manieren. En als Serana dus een keer boos is en tekeer gaat tegen een scheidsrechter en dat terecht is, en als Cardi woedend wordt [zonder iemand fysiek pijn te doen] omdat ze voelt dat dat terecht is, dan zie ik veel liever die uitdrukkingen van zwarte vrouwen, dan dat ik zie wat er met ons gebeurt op de lange termijn wanneer we het helemaal niet uiten.”
Een “boze zwarte vrouw” zijn, word je door de publieke opinie niet in dank afgenomen. Ze worden omschreven als “ghetto”, “pestkoppen” en “huilbaby’s,” terwijl de woede van witte vrouwen wordt aangeduid als “ongelukkig,” “ingewikkeld,” en “vermakelijk.” Witte woede is genormaliseerd, terwijl de emoties van zwarte vrouwen niet alleen gezien worden als abnormaal, maar zelfs als gevaarlijk. Het ware gevaar van de woede van zwarte vrouwen schuilt echter niet in de uitdrukking ervan, maar in het feit dat het wordt onderdrukt in het belang van politieke normen.
“Witte mensen denken toch wat ze willen, of je nou boos bent of niet,” zegt Morgan. “Zwarte mensen hebben hoe lang moeten wachten? Wanneer ging de Emancipatiewet in? 1863? We hebben toch geen eerbiedwaardigheid of respect voor ons burgerschap ‘gewonnen’. Dus waarom zouden we woede internaliseren en onszelf vermoorden? It’s a losing game.”