Update
Dit blog is ...
geen blog ...is...dood als een pier?
Hmm. Nee. En ja. Misschien?
Even wat dingetjes...
Ik overweeg ergens anders een uithangbord te beginnen, daar Tumblr nooit echt iets geworden is in NLse context. En omdat ik geen blogger ben (zie bijv. de lengte van deze post/plaatsing die ongeschikt is voor de voorzieningen van dit platform (zoals het meeste van m’n frutsels) en voor de korte-aandachtsgespannen-visuele-non-tekst-gebruikers van dit en andere platforms). Daarover een andere keer meer.
Afgelopen tijd deelgenomen aan dingetjes, waaronder Sweek en de Turing gedichtenwedstrijden (beide 7000+ deelnemers). En aan een cultureel poëziepodium m.b.t. Mariken (een cultureel dingetje in o.a. regio Nijmegen) - daar gaat misschien binnenkort een schriftje of digidingetje van verschijnen, daarover een andere keer meer - mits....
Bij Sweek ben ik met een gedicht finalist geworden in de categorie poëzie. Het is me onduidelijk welk gedicht. Zie hier voor een link waar je de bundel kunt aanschaffen waarin zich dit onthult.
Turing...
Bij de editie 2016-2017 eindigde ik als nummer 10. Er gaat het gerucht onder dichters, zo heb ik me laten vertellen door ene, dat alles buiten de top 3 slechts gerangschikt is volgens alfabetische volgorde of een andere willekeurige functie zoals een loterij. Maar goed, Da’s een gerucht. Geen van de andere gedichten die ik instuurde kwamen voorbij de grote hoop van ronde 1, maar het gedicht dat ongetiteld was (of soms onder geuzennaam “Totemdier” te gehore gebracht is) kwam dus aardig ver. Zie hier voor een link naar het gedicht. Ik kreeg er feedback bij die ik waardeer. Namelijk:
“Steengoed gedicht, al valt het moeilijk te interpreteren wat er hier precies gebeurd is. In een bundel, stel ik me voor, zouden andere gedichten dat nog verder kunnen verduidelijken. Wat is het dat hier gewond gemaakt (niet het emotioneel minder krachtige 'verwond'!) en gedood wordt? Een (oud totem)dier, een geliefde, een aspect van de ik-persoon zelf, misschien zijn of haar puurheid?Er wordt een onverwachtse, prikkelende relatie gelegd tussen puurheid enerzijds en slechtheid/wreedheid anderzijds, maar er zijn verschillende interpretaties mogelijk van hoe die zich precies verhouden. Zit er een puurheid in het toegeven aan de wreedheid - de puurheid van het dierlijke, het primitieve? Heeft de ik-persoon een soort (veronderstelde) puurheid waardoor de wreedheid hem of haar toch vergeven zal worden? Heel wat interessante, emotioneel en intellectueel gelaagde denkbeelden presenteren zich. Fascinerend is vooral hoe de beschreven wreedheid afschuw wekt, maar hoe je als lezer tóch meegaat in het bevrijdende gevoel waarin het resulteert. De kern van het gedicht bestond voor mij uit de volgende prachtige regels:'“Probeer zacht te blijven,” hoor ik van zeggen; ik neurie een lijflied van de vrije geest. Ik sta lang voor het raam van over de velden waar de stemmen jagen en hoop een glimp van mijn nieuwe totemdier te vangen'Wat me ook trof, waren de virgulae in 'Uit het leven / in het leven. Eén keer mogen / slecht wezen." Ben Lerner schrijft in 'The Hatred of Poetry' heel rake en bijzondere dingen over wat die vleestekens hier teweeg brengen. Een aanrader."
M’n gedichten voor editie 2017-2018 kwamen geen van allen ver. Ik voel zelf dat ze beter zijn en/of gelijkwaardig zijn aan eerdere. Maar ze verdronken in de grote hoop. Eentje kwam tot ronde 2, de top 1000. Dit gedicht, “Berend Botje”, is zodoende niet te lezen op de Turing website. Wel kreeg ik weer feedback die ik waardeer, namelijk:
“Bedankt voor je inzending. Dit was één van die teksten met zoveel goede zinnen dat ik hem wel door moest laten naar de tweede ronde, maar met zoveel matige zinnen dat ik hem niet kon doorlaten naar de top 100. Ik zeg "tekst" omdat het een erg merkwaardig soort gedicht is, die zich qua vorm op een spectrum lijkt te bevinden tussen "fabeltje in proza" en "poëzie" en daarbinnen meer richting die eerste neigt. Maar tegelijkertijd clashen de zinnen onderling zo hard op elkaar dat je het ook weer niet kunt lezen als direct proza, waarbij iedere zin een gedachte van een personage, een uitspraak of een observatie weergeeft.Er is een hoop aan de hand, hier.Stukjes als "als jij hier al was en zult zijn, weet je dan hoe je zelfbesturende cyborgs en androïden gaat onderscheiden van oude rotten? Of is de simulatie genoeg echt voelend voor je?" vind ik fantastisch: in snelle, felle woorden omschrijf je een gedachtensprong van één van je personage, en draai je ook nog eens een cliché om - "voelt het echt genoeg" wordt "is het genoeg echt voelend", wat een interessante omdraaiïng is: van de vraag of iets voor de gebruiker echt aanvoelt naar het idee dat een simulatie zelf emoties moet ervaren. Cool. Maar als je dan begint met "Hej" of een grapje maakt dat de hoofdpersoon vervolgens zelf een kutgrap noemt... Minder. Je bent hier goed in. Iets meer zelfvertrouwen zou je niet misstaan."
Ander nieuws is dat ik ironisch genoeg (nog steeds) werk aan het gat in m’n boot, waaruit zelfvertrouwen wegstroomt. (Wait? You mean the hole where the deep waters of defaitism/non-confidence pours into your boat, making it sink? Check yourself man. Be tight with your goddamn metaphores.) Maar ja, daar is dus allang iets voor.
Ondertussen werk ik met Gaarder aan verdering van Kabouter. Hoofdstuk 3 is bijna af. We stonden op BAM festival 2018 wat naar meer smaakte (daarover een andere keer meer). Onderneem ik stiekeme stapjes in humorisme, improvisatie en comedy. Blijf ik obsessief bezig met PoMo- (social) theory voor begrip en zienswijze, m.b.t. mimesis, opgaan in kunstmatige gemaaktheden als natuurlijkheden, grenzen van fictie, leugens en waarheden. Por ik mijn geest m.b.t. het serieus nemen van m’n schrijfstijl die in dienst staat van een monomaniakale neiging alle input te gebruiken voor het tappen van de stroom (niet esoterisch, niet-niet esoterisch: Pessoa-achtig, zoiets als: we zijn maar versies van onszelf in de vorm van momentopnames van vlees-bloed-conceptspuiende uitingen van de stroom aan informatiewaarneming die we bestaan), waardoor ik niet zomaar in dienst kan staan van gemeenschap of bewust kan terugkoppelen naar grotere esthetica. Oftewel: heb ik nooit begrepen hoe (hiermee) te communiceren ten bate van ontvangst - verwerk ik info anderzins. In zekere zin: autonomie by default. En dus het niet zonder meer langer dwingen van mezelf tot manifesteren,tot place-making, daar het mijn extreme onbewuste neiging is hiertoe nooit te verlengen. Oh, en besta ik dus nog gewoon. Doodgewoon.











