Het begint in een winters dorp langs een enorm bevroren
meer. De ijspegels hangen meterslang aan de
huizen. Als je op de oever staat kan je nauwelijks de
overzijde zien en als je rond het meer wil lopen, ben je
drie dagen onderweg. Dante droomt ervan om een
keer tot in de stad aan de andere kant van het water te
geraken. Daar is alles anders, heeft hij horen zeggen.
De mensen zijn er glad geschoren en dragen er schoenen
van kalfsleer. Het betere leven ligt er voor het
Wanneer het ijs op het meer een halve meter dik is,
wordt er een ijsweg aangelegd tussen het dorp en de
stad. Vrachtwagens rijden af en aan met olie, kleren
en eten in blik. Te voet mag je niet over de ijsweg,
maar iedereen is zo druk in de weer dat niemand Dante
Het is heel vroeg in de ochtend als hij vertrekt. Hij rolt
zijn broekspijpen omhoog en begint te stappen naar
het verlichte streepje aan de horizon. Links en rechts
ligt de onmetelijke witte vlakte. Af en toe doemen
koplampen op. Dan verstopt Dante zich snel aan de
zijkant van de weg. Als een auto voorbij dendert,
kraakt het ijs onder zijn voeten.
Halverwege klinkt het gedreun van een vrachtwagen.
Snel klautert Dante over een hoop opgewaaide
sneeuw en hurkt neer.Wanneer de vrachtwagen voorbij
is, merkt hij dat naast hem een meisje zit. Ze houdt
een tas met kleren onder de arm.
‘Wat doe jij hier?’ De woorden bevriezen op Dantes
‘Ik ben op zoek naar een beter leven,’ zegt het meisje.
En ze wijst in de richting waar Dante vandaan
‘Je moet je vergissen,’ zegt Dante. ‘Het betere leven
is ginds.’ Hij blaast een ademwolk naar de stad.
Kniehoog in de sneeuw zitten Dante en het meisje
naast elkaar. Het dorp en de stad zijn niet meer dan
glinsteringen op de oever.
‘Denk je dat echt?’ vraagt het meisje na een tijdje.
‘In het dorp is het vreselijk saai,’ zegt Dante.
‘Maar in de stad word ik gek. Te veel gebouwen. Te
veel auto’s.Te veel mensen.’
Een tweede vrachtwagen davert voorbij. En nog
een derde. Dikke wolken stuifsneeuw hangen voor de
‘We kunnen ook naar links gaan,’ zegt Dante en
hij wijst naar de leegte achter hun rug. ‘Of net naar
Het meisje schuift wat dichter naar Dante.
‘En als we hier eens bleven zitten?’ zegt ze.
‘Misschien. Of ook niet. Maar het is wel samen.’
Dante staat recht, rolt traag zijn broekspijpen naar
beneden en zet zich weer naast het meisje in de
‘Ja,’ zegt hij. ‘Samen is het wel.’