‘Meer kampvuren!’ Het klinkt als een opdracht in het betoog van Jitske Kramer, ‘Organisaties zouden meer kampvuren moeten houden,’ ofwel met elkaar in gesprek gaan. Geen agenda, geen vooraf gesteld doel aan de vergadering door een lijst met af te werken punten. Eerder een schuif-aan-en-denk-mee sessie. Het versterkt het gevoel van vrijdenken, je vrij voelen om jouw neus een andere kant op te richten en wat je dat oplevert te delen met de mensen rondom het kampvuur. De onbevangenheid van samen rond een kampvuur zitten hoeft geen synoniem te zijn voor “doe maar wat en we zien wel waar we uitkomen”. Het is samen met collega’s ervoor zorgen dat aangeleerde patronen en platgetrapte paden beoordeeld worden op hun effectiviteit en de realiteit van de huidige dag. Wat speelt er? Waar loop je tegen aan? Heb je ergens hulp bij nodig? Kan het ook slimmer? Zijn we wel op de goede weg? Het zijn schijnbaar eenvoudige vragen en ook bij mijzelf merk ik al snel een: ‘Ja, ja, ja, dat weten we nu wel,’ op. Keuzes maken en gaan met die banaan loert bij iedere bocht die mijn hersenen maken.
Bij vergaderen denk ik regelmatig terug aan een oud collega. We werkten in de fabricage van plastic kaarten: bankpassen en lidmaatschapskaarten. Ze werden op zeer grote schaal geproduceerd en hij was de productieleider met een broertje dood aan vergaderen. Het bedrijf waarvoor hij eerder werkte was kort daarvoor overgenomen door een Amerikaanse onderneming. Dat bracht een wat andere cultuur met zich mee dan die hij bij zijn bedrijf in de binnenstad van Den Haag gewend was. Zijn chagrijn kwam regelmatig tevoorschijn als er naar zijn zin weer eens te lang tussen vier kantoormuren gesproken werd over de voortgang van de onderneming. ‘Zo mensen, ik ga maar weer eens kaartjes maken.’ Weg was hij, vaak al ruim voor de rondvraag. Aparte vogel, dacht ik altijd, maar wat een heerlijk eigenzinnig mens.
Gestructureerd en doelgericht werken met vastgestelde vergadervormen, eigen agenda’s, doelen en op vastgestelde tijden kan een organisatie blind maken voor haar omgeving, is mijn overtuiging. Als de focus volledig gericht is op de doelstelling is de kans dat de zintuigen vermeende bijzaken verstommen groot. Zelfs als er signalen uit die omgeving komen van andersdenkenden met verstand van zaken en vaak heldere inzichten.
Het veranderen van gedrag, of in deze context het veranderen van eerder ingeslagen richting, is moeilijk. Als er bovendien een door het systeem ingegeven collectieve energie ontstaat die in een bepaalde richting wijst is dat nog een stapje ingewikkelder. We wijzigen ons gedrag makkelijker als we met een probleem worden geconfronteerd. Dat gezond eten en drinken heel verstandig is zal vrijwel iedereen in de samenleving beamen. Er zal zeker discussie zijn over wat precies gezond is en wat niet. Toch is er denk ik best een algemene noemer van ongezond te vinden. Eten, gezond of ongezond, is een vorm van gedrag en wat je gewend bent pas je niet makkelijk aan. Zeker niet als de mensen waarmee je verkeert niet voor die verandering kiezen. Vaak is een accuut probleem nodig om van koers te wijzigen. Dat geldt niet alleen voor persoonlijk gedrag, maar natuurlijk ook voor het gedrag van een organisatie of zelfs een hele samenleving. Ooit zei een professor in een college wat ik volgde: ‘Het succes van een organisatie wordt bepaald door de mate waarin een organisatie in staat is van snelheid en richting te veranderen.’ De spijker op zijn kop, denk ik.
Bij de eerder genoemde producent van plastic kaarten maakte ik kennis met kwaliteitsmanagement. Vrij vertaald: de wijze waarop je als organisatie ervoor zorgt dat je op een verantwoorde manier aan de verwachtingen van je klant voldoet en daarbij onderweg zo min mogelijk en liefst geen fouten maakt. De magische woorden preventieve en corrigerende maatregelen kwamen daarbij te pas en te onpas naar boven. Preventief voorkomt problemen, corrigerend draagt zorg voor het herstel. Richt je vooral op preventie, werd met de pollepel ingegoten. Preventie, ofwel zorg dat het probleem zich niet voordoet. Vervolgens beoordeel je op basis van ervaring of de preventieve maatregel effectief is. Werkt het echt? Voorkomen we het probleem? Veroorzaken we met de maatregel misschien een ander probleem? Voor jezelf als persoon een overzichtelijk proces, dat doorgaans als vanzelf gaat. Voor een organisatie is het een overzichtelijke analyse, waarbij bijsturen haalbaar is. Voor een hele samenleving wordt het een stuk lastiger.
Onmiskenbaar is onze samenleving in Nederland en ook die in de wereld getroffen door een accuut probleem. Het COVID-19 virus grijpt om zich heen en treft vooral ouderen en mensen met bijkomende medische problematiek hard. Dat kun je afleiden uit persoonlijke verhalen van mensen die flink ziek zijn geweest en meer wetenschappelijk benaderd vanuit beschikbare data over het aantal ziekenhuis opnames, gebruik van de Intensive Care en ook uit cijfers omtrent de oversterfte. We hebben dus een probleem met z’n allen en dat wijzigt het gedrag van onze samenleving vrijwel onmiddellijk. Tot ieders ongemak. De wens om terug te keren naar ons oude gewende patroon is dan ook groot en dat is best begrijpelijk. Dat we na zo’n terugkeer toch wat aanpassingen overhouden als meer thuis werken en minder kilometers maken is daarna wellicht een mooie opbrengst.
De druk op terugkeer naar onze oude vertrouwde samenleving is groot en daarop wordt er in de wereld van alles aan gedaan om dit mogelijk te maken. Het hele sociaal economische systeem is ontregelt en dus is er een crisisteam met een agenda en een doel. Met een stuwmeer van druk in de rug vanuit mensen met terechte angst voor het virus, het bedrijfsleven, mensen die terug willen naar hoe het was, de verschillende media, moeten de verantwoordelijke bewindslieden keuzes maken en daarvoor verantwoordelijkheid nemen. Dat is bijna ondoenlijk, zou je denken. Voor mij rijst daarbij de vraag of er in het voortrazende vuur van alledag ook ruimte is voor een kampvuur? Houden deze eindverantwoordelijken met hun adviseurs wel eens zo’n kampvuur waar ruimte is voor ander geluid, een ander licht op dezelfde zaak? Tijd om na te denken of een op preventie genomen maatregel wel effectief of liever verantwoord is. Al is het maar de vraag of je dit wel kunt vaststellen in dit stadium.
Massale vaccinatie met de nog beperkte kennis van het gedrag van het virus, maar vooral het gedrag van nieuwe technieken binnen de wereld van vaccinatie wordt door verschillende wetenschappers met lede ogen aangezien, zo niet geclassificeerd als onverantwoord met de kennis van vandaag over de toegepaste techniek, het vaccin en de invloed daarvan op langere termijn. Zijn deze wetenschappers en anders denkenden betrokken in een gesprek? Is er überhaupt ruimte voor ander meningen of is de druk om bij het laatste agendapunt te komen zo groot dat de signalen verstommen en we blind op ons doel afgaan? Het antwoord ken ik niet, want ik hoor eigenlijk alleen maar cijfers, cijfers en cijfers en mee en tegenvallers als het om de doorlooptijd gaat. Wat er vanuit de de Tweede Kamer tot mij komt richt zich vooral op wat er niet goed gaat bij het halen van de gestelde doelen en niet op de fundamentelere vraag of dit wel de weg is. Waarom testen we te weinig? Waarom zijn we te laat begonnen met vaccineren? Waarom waren we te laat met de tweede lock-down? Gezaag en gevraag naar de vaak bekende weg en verhoging van de druk om voort te gaan op ingeslagen pad. Iedere afwijking op een eerder voornemen wordt daarbij geclassificeerd als zwalken.
Van virussen en vaccinaties heb ik geen verstand. Neemt niet weg dat ik wel graag eigen keuzes wil kunnen maken en die vooral ook in vrijheid wil kunnen uitspreken. Die waarde is niet alleen voor mij maar voor heel veel mensen in onze maatschappij van groot belang. De voorwaartse energie om te komen tot oplossingen waardeer ik zeer. Of de richting goed is kan ik niet bepalen. Wel zou ik graag zien dat alle zintuigen op scherp staan voor signalen die voortkomen uit goed onderbouwde andere inzichten. Het nemen van grote besluiten met onvoldoende kennis moet zeker kunnen. Het past echter in onze samenleving dat meningen en ideeën op waarde geschat worden. Om dat te garanderen is er naar mijn mening nu al een nieuwe regel in de wet nodig: garandeer dat er niet gediscrimineerd wordt in de samenleving op andersdenkenden. Dat overleeft een zich toch al polariserende samenleving niet. In andere woorden: de keuze om niet te vaccineren mag niet tot beperkingen leiden in de bewegingsvrijheid van mensen totdat is aangetoond dat het middel niet erger is dan de kwaal en dat kan op dit moment nog helemaal niemand.
Het is wat mij betreft dus “even prikken” en of dat tot grootschalige vaccinatie moet leiden zien we daarna wel.
PS 1 Als ik mijn mening deel is dat niet om te overtuigen maar om te prikken. Laten we niet immuun worden voor anders denken.
PS 2 Als ik over mijn overtuiging spreek, dan is dat wat ik zeg. Het is dus niet perse de feitelijke waarheid. Het is mijn vorm van tegen zaken aankijken.
PS 3 De opstand in het Capitool in Washington beschouwen de meesten van ons als waanzin en sterk verontrustend. Vergeet daarbij niet dat ruim 75 miljoen mensen op de aanstichter van dit geluid en deze samengebalde energie hebben gestemd. Die zijn niet allemaal dom, ze zijn ergens van overtuigd. We bewegen makkelijker als vanzelf dan dat we eigen richting kiezen. Als er al iets te kiezen is.
PS 4 Als uw mening telt, vorm hem dan.
PS 5 Of u wel of niet kiest voor vaccineren is aan u. Of ik het ga doen weet ik niet. Wel sta ik altijd open voor een goed gesprek bij een kampvuur.