SOMS HEB IK ZIN
soms heb ik zin in een grote schoonmaak
dan poets ik mooie herinneringen op
zet oude koeien bij het vuilnis
laat de stroom van onzekerheden door het afvoerputje weglopen
mijn leven ziet er dan weer als nieuw uit
(Nannie Kuiper)
RMH

bliss lane

No title available
h
Show & Tell
cherry valley forever
Mike Driver
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ

❣ Chile in a Photography ❣
TMBGareOK. The Official They Might Be Giants tumblr

titsay

Love Begins
No title available

if i look back, i am lost
sheepfilms
taylor price
Cosimo Galluzzi

@theartofmadeline
★
No title available
seen from Türkiye
seen from United States

seen from India
seen from United Kingdom
seen from United States

seen from Chile
seen from United States
seen from Brazil
seen from Kenya
seen from Singapore

seen from United States
seen from United States

seen from Taiwan
seen from Morocco

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Indonesia
@hansboek
SOMS HEB IK ZIN
soms heb ik zin in een grote schoonmaak
dan poets ik mooie herinneringen op
zet oude koeien bij het vuilnis
laat de stroom van onzekerheden door het afvoerputje weglopen
mijn leven ziet er dan weer als nieuw uit
(Nannie Kuiper)
HOE DE STEMMING ERIN TE HOUDEN
Hé bermtoerist langs de uitvalsweg van je verlangens.
Hé vaandelzwaaier op de afslag Wanhoop-Noord.
Laat je toch niet verneuken man, je hoofd is echt geen voddenkraam vol halfvergane geestdrift. Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?
Kom op, de vlegeljaren zijn nog altijd op de pof. Vannacht gaan we de kroegen af en maken zelfbedrog het hof.
(Arthur Lava)
DE JAS
Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij aan de kapstok, binnenkort wordt hij verbannen naar het hok.
En eerst is er een avond waarop ik aarzel naar buiten te gaan. Buiten is het koud. In gedachten trek ik voor het eerst
die oude jas aan. Ik ben alleen op straat. Wie had dat durven hopen. Ik kijk in de ruiten en zie
voor het eerst mijn vader in deze stad lopen. 'Waar ga je heen?' 'Nergens heen.' 'Dan gaan we dezelfde kant op.'
(Wim Brands)
KOPPIG
-En, wat zien we? -Een konijn natuurlijk! -Een konijn. En? -En? Ik zie een konijn. -En tegelijkertijd een...? -Konijn zeg ik toch! -Eend. -Eend? -Oren snavel zie je wel? -Ik zie alleen een konijn. -En een eend. -Een konijn! -Eend! -Konijn! Konijn konijn konijn!
(Mustafa Stitou)
HET WOORD
Ze schreeuwen het waar zij gaat, het woord, als meester hen niet hoort.
Ze vertelt het niet, ‘Dan slaan we je dood’, hebben ze gezegd. Hun ogen meenden het echt.
Het staat op asfalt waar zij loopt, op briefjes die in schooltijd naar haar toe worden gegooid.
Ze doet of ze niets ziet, niets verstaat. Praat door. Lacht met alleen haar mond. Veegt snel een lok achter haar oor.
(Kees Spiering)
HAZEPAK HUREN
Al dagen voor pasen, de fulpen lepels gesteven, bedlegerig eieren lakken die niemand maar
dan ook niemand verstopt of zal missen laat staan langtandig verteren.
Met kerstmis om hazepak zeuren, ook wijfje in hazepak lullen en willen bekruipen.
Dit kan. Dit zou kunnen gebeuren.
(Piet Gerbrandy)
BABBELENDE BOMEN
Er lag een zootje bomen bij elkaar met wortel en kluit tussen Rivierduin en Zeewolde.
Ze lagen slordig op en onder elkaar wat te praten over het weer badgasten en auto's op de weg.
Ze verlangden niet naar zee waren tevreden met de berm. Wel hadden ze gruwelijke dorst.
(Remco Ekkers)
HOVENIER
Nog zit de vorst tien centimeter diep in de grond, toch naast zijn schoenen al sprieten groen van sneeuwklok, krokus.
Hij snoeit wat hoger werd dan hem, de vlinder- struik tot op de schijnbaar dode stam.
Van zeven zwanen ziet hij op hun roep de vorkvlucht boven naar het noorden.
Nog hoger denkt hij zich planeten en nog kouder, verder, sterren, overdag onzichtbaar, en de grenzen van 't heelal.
Van daar ziet hij zich staan: een kruin, verwaaide haren, een snoeischaar in de hand, en naast de schoenen
die toefjes prille spriet net niet vertrapt.
(C. O. Jellema)
NIET-LEZEN
Bij de werken van Proust krijg je in de winkel geen afstandsbediening, je kunt niet overschakelen naar een voetbalwedstrijd of een quiz waar je een Volvo kunt winnen.
We leven langer, maar minder nauwkeurig en in kortere zinnen.
Wij reizen sneller, vaker, verder, al komen we met dia's thuis in plaats van met herinneringen. Dit hier ben ik met een of andere kerel. Dat daar is denk ik mijn ex. Hier loopt iedereen in zijn blootje, dus vast ergens op het strand.
Zeven delen - goeie genade. Is er geen samenvatting, kan het niet korter, of nog beter: als stripboek. Vroeger had je op tv een serie getiteld 'De pop', maar volgens mijn schoonzus is die van een andere P.
Trouwens, tussen twee haakjes, wie was die man. Naar het schijnt schreef hij jarenlang in bed. Blad voor blad, met beperkte snelheid. En wij in de vijfde versnelling en - afkloppen - gezond.
(Wislawa Szymborska)
AFDELING LICHTE POËZIE: DIES IRAE
Toen de produktie van volmaakt kubusvormige dagen haar hoogtepunt had bereikt
en kwartshorloges tot op nul sekonden per oneindigheid nauwkeurig waren
en vrouwen zakrekenmachientjes baarden en richtingborden het recht verkregen zich het koninklijk geboomte van de weg te mogen noemen,
toen zette de trompet het Dies Irae in en iedereen zag omhoog en sprak: 'Godzijdank.'
(Hans Andreus)
NOODWEER
auto's rijden langs de rand van de rots
op de snelweg valt regen het spettert tegen de banden en voor de lichten worden het roze druppels
ik ben de liftster mijn paarse jurk is zwart en zwaar van het water maar ik voel me heel licht
er is niemand gestopt
ik waai naar beneden en nader zo de vreemde stad.
(Ilse Starkenburg)
HET VERLEDEN EN DE JEUGD nu eindelijk afgelegd. De toekomst evenredig bijgesteld. Zal ik dan maar beginnen te leven? Je haalt je een verhaal in je hoofd waarin geloofd wordt, en dat in de tegenwoordige tijd verteld. Ten slotte is het allemaal net echt. Inademen, uitademen, hinderlijk eenvoudig, een autonome zenuwtrek. Dat heb ik toch maar geleerd. Als je het laat ben je gek.
(Maarten Doorman)
VERSJE DAT IK TOCH MAAR NIET IN EEN POEZIEALBUM HEB GEZET
Je vader trekt flessen, je moeder schaatst scheef, maar jij blijft mijn vriendje zo lang als ik leef.
(C. Buddingh')
DICHTER! Kam je haar, poets je schoenen! Trek je innerlijk aan! We gaan de wind een hand geven. We gaan de horizon begroeten.
Zoveel te zien! Zoveel te doen!
We gaan de taal van de vogels leren. We eten het zand van de tijd. We blazen de wereld als een glas.
Ja! De namen zijn adem. Het licht is een vogelkreet. De waarheid een fabel.
We gaan de handpalm van de wind lezen. We geven dingen een andere naam. We slaan de idiomen met stomheid. We spreken de horizon onder vier ogen.
Ja! Ja! We ontmoeten, we groeten iedereen. Douane, wolken, rondvaartbootjes. Lakens in de wind, meeuwen, lindebomen. Muziek, atleten, streekgevechten. Obers, lokale gebruiken, zebrapaden. Alles!
We reizen zonder landkaart. We komen overal. En we schudden alle handen, alle dingen alle namen door elkaar. En we roepen, we brullen overal:
Aap! Noot! Mies! Aap! Noot! Mies!
(K. Michel)
VERANTWOORDELIJK
Ik voel me zo verantwoordelijk vandaag. Die duif bijvoorbeeld, in de dakgoot van het huis hier tegenover, kijkt me telkens vragend aan.
Ik waarschuw hem: nu moet je gaan, dan kom je niet te laat. En goddank, inderdaad, hij slaat zijn vleugels uit.
Als ik er toch niet was.
Maar nu de bomen nog. Die halen het nooit.
(Erik Menkveld)
Mensen dansen voor meer regen. Ik zag het op tv, Ik kijk naar buiten. Stopten ze daar maar mee.
(Ben Kuipers)
VOCABULAIR
Dit is je oog. Dit is de zon. Dit koude dat aan je trekt, is tocht door het open raam. Dit is water, waarin je altijd past.
Dat is de ketel, die op het vuur zingt boven de vier draaiknoppen van het gas. Hier zie je het broodmes in zijn plank staan.
Al deze dingen moet je goed onthouden. Vandaag of morgen krijgen ze hun zin.
(Eva Gerlach)