Gimme cups of coffee pleaseeee!
Cosimo Galluzzi
cherry valley forever
I'd rather be in outer space 🛸

Janaina Medeiros

@theartofmadeline
No title available

JVL
No title available
DEAR READER
Sweet Seals For You, Always
2025 on Tumblr: Trends That Defined the Year
trying on a metaphor

titsay
Cosmic Funnies

No title available

oozey mess
sheepfilms
Lint Roller? I Barely Know Her

祝日 / Permanent Vacation
Alisa U Zemlji Chuda

seen from Canada

seen from Ukraine

seen from Türkiye

seen from United States
seen from United States
seen from Mexico

seen from United States
seen from United States

seen from T1

seen from Malaysia

seen from Malaysia

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States

seen from South Korea

seen from Malaysia

seen from United States
seen from Sweden

seen from Malaysia
seen from Vietnam
@horatiuswillneverdie
Gimme cups of coffee pleaseeee!
VOLTIJDS RUIMTEN LEGEN
Hier zou kunnen staan wat er speelt nu. Nieuws is niets meer als geweten wordt wat eerst nog niemand wist. Onderzoeksjournalistiek een duur woord
voor veel manieren weten, trucjes kennen durven bellen, opnemen, documenteren, leren onder heel veel meer verbanden trekken, weten wat wel, wat niet, wat toch nog mee laten tellen.
Blijven staan waar je niet naartoe wilt. Wanneer je niet welkom bent, langskomen, zou je moeten blijven juist weer gaan. Nieuws is het theater van de waan. Alles dat op een dag wordt gebracht of dat het
op de één of andere wijze iets van op een zekere manier iets van waarde heeft, net dat wat het behoeft toe zal voegen aan het breed-maatschappelijk debat of puur een clickbait- titel had, wacht één en steeds hetzelfde lot: verouderdom.
Wat van alle tijden is, was wat iedereen al die tijd al telkens weer vergat. De leegte moet gevuld met quatsch zoals het leven zelf dat ook, zodat het continu aandoen zal alsof het zin zal krijgen, hebben, heeft gehad.
Mensen Zeggen Dingen Podcast
Klik hier maar gewoon.
Art event in Amsterdam, Netherlands by SKÈR and 2 others on Saturday, April 11 2020
Hoezo: lege zalen, geen publiek? Wees creatief en doen het zoals mijn Amserdamse vrienden wier onuitputtelijkheid geen cratieve onuitdijbaarheid kent!
Vogels, vissen
Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af. Vouw de krant dicht. Hij was oud voordat hij werd gedrukt. Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet. Zet eindelijk het scherm op zwart.
Ik ben net zo bang als jij, net zo bezorgd voor iedereen die ik niet missen kan. Ik had ook gespaard voor andere dingen: verre reizen, eerste hulp bij een gebroken hart, een auto die wat vaker start.
Maar: in Wuhan hoor je vogels zingen. Boven China was de lucht nog nooit zo blauw. In Venetië zien ze vissen in het helderste water sinds tijden.
De kunst van leven was altijd dezelfde: ongevraagd komen, ongewild gaan, intussen doen wat je het liefste doet, vrede sluiten met je lot.
Sluit de voordeur. Zet de tuindeur open, voel de zon op je gezicht. Denk voor je uit wat niemand hardop durft te zeggen: wij zijn een virus dat een virus heeft gekregen.
Ingmar Heytze (1970)
Als je stil bent hoor je in de verte gletsjers smelten
laten we weer op zwemles gaan er wonen meeuwen in mijn slaapkamer en ik ben nog altijd bang voor de zee
ik weet nu dat duiken makkelijker gaat dan drijven en dat mensen voor zestig procent uit water bestaan verdrinken kan in iedereen
dat er dingen zijn die op zwemvesten lijken:
een gatenplant die langer leeft dan verwacht en plaksterren voor boven je bed, je kunt het licht op de muren duwen tot je zelf de Melkweg hebt gemaakt, denken: dit is hoe je drijft
maar als je stil bent hoor je in de verte gletsjers smelten en je krijgt de mogelijkheid tot zinken niet van je lichaam gewassen
laten we weer op zwemles gaan
kijk, ik heb iets voor je gebouwd, het is niet groot maar nog altijd groot genoeg om in te verdrinken
VOOR WIE ME NIET IN DE STEEK LIET
Waarde kun je hechten aan naalden aan draad en aan na zes dagen te verwijderen door de assistente van de dokter. Ik heb geen waarde ik heb normbesef. Ik weet wat kan. Dat regels bestaan, besef ik. Ik heb de Z van Zorro in mijn nek. Een litteken. Niet omdat het stoer is. Maar omdat een krankzinnig persoon me dwong het te doen zodat ik levenslang als steekwapen gevaarlijk te boek sta bij je beste vriend. Ik heb geen wrok. Voor wrok ben ik enerzijds te wijs en anderzijds nog veel te veel een kind. Ik ken de regels van breien niet. Vijf keer googlen hielp me ook niet verder. Wat ik ken? Een meisje dat het nummer vond van mijn beste vriend. In tranen gaf ze hem te kennen dat ik wel nog leefde, maar ook dat het kantje boord was. Ik wist niet dat ik zulke mooie, goeie, lieve, vrienden van onschatbare waarde had. Op de IC in Arnhem (in het Radboud was geen plek voor me) heb ik een vrouw dood horen gaan. Tussen mij en haar zat maar een gordijntje. Tussen mijn dood en dat ik dit kan schrijven zat geen gordijn maar ook niet heel veel meer. Ik weet niks van breien, naald en draad. Ik weet nooit wat men bedoeld met zo en zo- veel hechtingen. Wat ik weet is dat de mijne nog ééns hun werk hebben gedaan. En dat ik ze echt nooit meer op de proef zal stellen.
Na mij de zondebok
Als ik later dood ben, wil ik alles weten. Hoe vaak ik iets gewist heb zonder te verzenden na te hebben uitgeschreven. Wat ik was geworden als ik eerder, anders, elders, minder was geboren.
Waarom er geen standbeeld van me komt. Of wel. Wie zwijgend van me hield. Wie er zoal logen. Wanneer ik achteraf de foutste keuze maakte en of ik die met deze kennis zou herhalen.
Wat mijn sterrenbeeld zou zijn geweest, religie samenzweringstheorie of levensmotto mocht ik ergens in geloven. Hoe de vraag klonk die ik beter nooit gesteld had.
Hoe het anders was gegaan als anders had bestaan. Waar mijn thuis was en of ik als ik lief kijk daar dan heen mag.
1
Het is mooi hoe ze zegt: mooi hè! Over bijvoorbeeld de Botlek. Nooit over mij. Ze houdt van industrie als van haar eigen borsten. Vind je ze lief ? vraagt ze. En ik zeg: ja. Bij gebrek aan liever. Bij gebrek aan haar affectie sluit ik soms het portier van de auto alsof het haar benen zijn. Heel zachtjes. Als ik er net ben uit gekomen. Ik laat één hand rusten op de ruit. Die voelt koud aan. Het voelt als net onder haar billen weet ik. Op de Maasvlakte geeft ze me de enige kus van die dag. En ik maar blij zijn. Dat ik heel even mag.
2
Of het nu leuk was samen — We reden indertijd naar Vlaanderen. Maar ook in België hadden ze eenrichtingsverkeer. Ik had met jou eenrichtingsverkering. Ik hield van jou. En jij hield ook van jou. Het was een simpele relatie zo. Ik streelde jou. Of jij streelde jou. En ik mocht kijken. We vonden jou zo lief. We konden zo genieten van je verhalen. Jij vertelde. En we luisterden met z’n beiden. Er vielen zelden stiltes. Maar als ze vielen zei ik snel: ik hou van jou. En jij zei dan alleen: dat weet ik wel.
Sinaï
we beitelen onszelf in stenen tafelen alsof wat hier gebeurt belangrijk is. we heffen ze omhoog met geestloze bomen als getuigen. huilen is ook een soort bidden, zeg ik ik huil altijd naar het oosten. jij geeft antwoord in de taal die je heeft grootgebracht. ik heb nog geen taal gevonden. het douchegordijn dat ons scheidt beslaat. ik wacht tot je mij verstaat.
Patienta
Laat nu niet het misverstand bestaan dat dit excuses zijn. Voor termen als ‘te laat’ is te veel tijd verstreken.
Je bent met alles om je heen vergeleken, tegen alle wetten in tot waanzin gedreven. Je zweeg kreeg ongevraagd advies dat desondanks bindend was.
Iedereen heeft tot vermoeiens toe te kennen gegeven het beter te weten. Voor stank werd dankbaarheid geëist.
Een blinde wees jou de weg naar waar het aan wil niet zou ontbreken. Je werd met rechte schouders en kinnen van derden opgeheven. Het viel stil in een leven vol ruimte voor engelenzang.
De herfst kwam. Het verkleuren van de bladeren viel samen met herstel. Je stem komt weer op gang.
Die plek is gebleven, die plaats mag gevuld. Je staart de spiegel aan en ziet met ijverig geduld je haar toenemen in lengte. Meer blond bij minder licht.
De dagen korten meer en meer maar gapen kan altijd nog. Het gat dat voor je lag is helemaal gedicht.
Genesis
Het was de zesde dag. Adam stond klaar. Hij zag de eiken met hun volle greep in het niets. Macht is een kwestie van vertakkingen. hij had de bergen gezien, opbergruimtes van alleen maar zichzelf, hoge leegstaande kelders. En herten. Met poten zo dun als stethoscopen stonden ze te luisteren aan de borst van de aarde, en zodra ze iets hoorden, liepen ze weg, de uitvinding van het pizzicato met zich meenemend, verten in. Herten. En hij had de zee gezien, het laden en het lossen van drukte, waar je rustig van werd. En de lege, hetzerige gebaren van de wind, van kom mee, kom mee, en niemand volgde. En diepte, afgronden waar je moeilijk van werd. En zwijgen, want dat deed het allemaal, en te groot zijn. En toen zei God: en nu jij. Nee, zei Adam.
De verwachtingen
'Uitverkoren', zei de man met krakende stem en prikte zijn wijsvinger naar voren Ik hoorde wat ik wilde horen, totdat, wat ik denk zijn vrouw was, toevoegde dat ie mentaal door de mangel gehaald was, ofwel krankjorum De man, en ik ook, hielden haar voor verzorgster, wat incorrect overkwam Het algemene beeld was wel duidelijk ondertussen: verwarring alom! Zojuist ontwaakte luiaards begonnen te vermoeden dat ze niet aan boomtakken hingen maar in een kast tussen de kleerhangers De door hen gelokte motten en Star Warsfans waren tekens aan de wand Denkend aan het water dat naar zee gestroomd is sinds ik mijn thuis verliet zou ik moeten dansen, zeker met die rode mieren op mijn benen, maar dat doe ik niet Alle eisen die ik aan mijn gezond verstand heb gesteld, zijn geweld gebleken Stel dat ik uitgekozen was voor iets wonderlijks, maar dat het in de post is verdwenen Mijn bucket list staat onder het lekke dak, centraal in mijn identiteit Laatst ontdekte ik, terwijl ik naar iets anders zocht, de gaten in de bodem Mijn ambities waren jarenlang over de vloer gespoeld, maar niemand die iets zei totdat mijn eigenwaarde volledig opgebroken was in losse atomen Met de juiste instelling zou ik zelfs dan nog een buitenwijk van de hemel kunnen bestormen jeweetwel als sympathiek rebellenleger Of zou een waterput gevonden en weer verloren memoires over geschreven Een muziekstuk voor gitaar en cello gecomponeerd en bij gebrek aan bandleden beide instrumenten bespeeld voor een zich verzamelende steeds enthousiastere gemêleerde menigte Gewoon, wat uitverkorenen doen: het allemaal precies goed, als enige. En nu dan die krakende man en zijn vermeende vrouw, zonder instructies over wat onuitverkorenen doen terwijl de strijd wordt gestreden. Nemen ze een houding aan? Vragen ging me te ver. Ik heb toch een telefoon. De verwarring was neergedaald Ze schuifelden zachtjes weg. Zij duwde zijn rolstoel teder door de winkelstraat
Petit Boulevard
Minstens twintig zelfportretten schildert Vincent in Parijs. Vingeroefeningen in intense kleuren en niet langer meer een harmonie van grijs.
Via de cafés en boulevards, het platteland langs de Seine, tot impressies van de kleuren van de velden van Asnières.
Hij is vóór twaalven in het Louvre, wacht niet op een groter appartement, ziet de werken van Monet, bekijkt honderden gezichten op beroemde plaatsen, voert zijn penseel steeds losser, portretteert de postbode, vecht met Gauguin om een cafébazin en exposeert met vrienden van de Petit Boulevard.
Een arts stelt vast dat hij lijdt aan acute manie met visuele en auditieve hallucinaties.
Hij schildert zijn slaapkamer in het gele huis in eenvoudige kleurvlakken in complementair oranje, blauw, geel violet, rood en groen en schrijft dat hij met al deze tonen een absolute rust heeft willen uitdrukken.
Schepping, week 2
Op maandag schiep de mens zich een beeld van hemel en aarde.
De hemel was hoog, de aarde groot en gevaarlijk.
Chaos drong in zijn geest en leegte zweefde in zijn maag.
De mens sprak: Laat er een grens zijn. En hij trok een grens.
Wat aan de ene kant van de grens lag, noemde hij tuin.
En wat aan de andere kant van de grens lag, noemde hij wildernis.
Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.
De mens sprak: Laat de dieren en planten in de wildernis
door God verzorgd worden, want hij heeft ze gemaakt.
Maar de dieren en planten in de tuin zijn van mij.
Ik zal ze koesteren en verzorgen, zij zullen mijn tuin verrijken.
Zo geschiedde. De planten en dieren in de tuin noemde hij: voedsel.
En de planten en dieren in de wildernis noemde hij: natuur.
Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.
De mens sprak: De dieren en planten behoren aan mij,
maar zij gehoorzamen aan tijd. Ze bloeien in de lente
en geven zaadvruchten in de herfst. De vogels leggen
eieren naar hun aard, maar in de winter leggen ze niks.
Ik zal de planten een huis van glas geven en in de kippenstal
zal ik een helder licht branden. Ik zal eieren eten in december.
Weer werd het avond en morgen: de derde dag.
De mens sprak: Mijn tuin gehoorzaamt mij het hele jaar,
maar werkt niet half zo hard als ik. De trage planten
voeden zich met trage aarde. De dieren groeien traag
zoals de planten die ze eten. Laat er kunstmest en krachtvoer zijn!
En er was kunstmest en krachtvoer. En de kropsla en koeien
versnelden hun groei. En de mens zag dat het goed was.
Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.
De mens sprak: Laat mijn tuin vruchtbaar zijn
wanneer ík het wil. Want de planten en dieren planten
zich lukraak voort, zonder te denken aan mijn behoeftes.
Ik zal de kalfjes weghalen bij de koe. Ik zal het zaad
van stieren vangen in mijn hand. Ik zal haantjes versnipperen.
Zo zal geen dier geboren worden buiten mijn wil.
Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.
De mens sprak: van nest tot slacht zijn dieren en planten
gehoorzaam aan mij. Maar in het zaad schuilt nog anarchie.
Het mengt zich naar eigen aard en waait de tuin uit.
Ik zal het zaad openbreken en veranderen. En het zal
mijn zaad zijn, van generatie op generatie. Aldus geschiedde.
En de mens zag dat alles, wat hij gemaakt had,
zeer goed was. Zo werd het avond en morgen: de zesde dag.
Nu was de tuin van de mens voltooid.
En toen hij op de zevende dag al het werk zag,
dat hij verricht had, rustte hij en keek uit over zijn tuin.
Hij at pitloze druiven en zwom in een vijver van melk.
Hij zag de bijen bij zwermen sterven in zijn tuin.
De grond was bitter geworden. En hij zei – Goed,
zei hij, Goed. Morgen weer een dag. Er is nog tijd.
--
Uit: Een steen openvouwen, Uitgeverij Podium, www.alexisderoode.nl
Hartverwarmer
Ik wou dat ik een hartverwarmer was dan verwarde ik je hart zodat het altijd warm was en dat je het niet zelf hoefde te verwarmen met een sjaal, een das of een warme trui die net weer in de was was, juist op het moment dat de hartverwarmer het meeste van pas was
Maar ik ben geen hartverwarmer. Ik vrees dat je het zelf moet doen Het kan wel helpen hoor, een knuffel of een zoen. Maar die zijn vluchtig, voorbij in het moment. Want de echte hartverwarmer is degene die jezelf echt bent
Winter
Winter. je ziet weer de bomen door het bos, en dit licht is geen licht maar inzicht: er is niets nieuws zonder de zon.
En toch is ook de nacht niet uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt is het nooit volledig duister, nee, er is de klaarte van een soort geloof dat het nooit helemaal donker wordt. Zo lang er sneeuw is, is er hoop.