Als de maat overvol is
Soms... heel soms is het ook voor mij allemaal wat te veel. En dan, tja dan pleeg ik nog eens iets op het www. Geen idee waarom, maar het werkt bevrijdend. Het feit dat ik soms de knuppel in het hoenderhok kieper, neem ik er dan met graagte bij.
Is het deze keer te veel? Of is de maat overvol? Geen idee. Als je alles op een rijtje zet is de maat misschien niet te vol, maar in mijn hoofd is het chaos. Zo’n chaos dat je zelf zegt: “Stop. Vanaf nu, dag per dag en misschien zelfs uur per uur.” Tot verbetenheid van mensen die graag alles planmatig aanpakken.
Mensen die nu denken dat ik een megapersoonlijk gezinsverhaal ga afsteken. Don’t bother. Klik weg.
Want wat volgt is fulmineren naar medemens en clubgenoot (Hellvoc), ouders, vrienden en sympathisanten. Uiteraard allemaal in de beste verstandhouding. Mijn respect naar God en klein pierke is immers immens en we zijn wie we zijn. Jammer genoeg in sommige gevallen.
Waar begon de miserie? Wel, ik denk op zowat hetzelfde punt als waar het succes startte. Hellvoc ontstond uit, laat ons eerlijk zijn, twee clubs die tegen 200 km/u een doodlopende straat inreden. Het vlot perfect zolang je maar niet aan het einde komt. Want dan heb je onherroepelijk miserie. Twee doodlopende straten achter elkaar leggen blijkt nu wat we gedaan hebben. De twee clubs, met om en bij de 200 leden, fusioneerden en hielden een kleine 400 schaapjes over.
En deden we dat goed? Ik mag hopen van wel. Amper 2 jaar later zijn we aan een slordige 500 leden aanbeland, zijn we financieel min of meer gezond gebleven (nooit ongezond geweest of zelfs maar een hoestje gepleegd) en mogen we gewag maken van sportief succes (al kan dat altijd wel beter).
Waar wringt het schoentje dan? Wel het is net die schaalvergroting dat ons onvermogen beklemtoont om voor iedereen een gepaste oplossing te vinden. En wat doet een club dan (jammer genoeg), rekenen op mensen waarvan hun agenda al overvol zit met werken voor de/een club. Dubbel jammer is dat de inzet van deze mensen in deze bijzonder vluchtige tijd nooit naar waarde wordt geschat.
Sinds het ontstaan van de club werkt het bestuur telkens aan een kernwoord dat het seizoen moet samenvatten. In seizoen 2011-2012 pakten we uit met #believe omdat we geloofden in het project Hellvoc. Needless to say dat dit met een ledengroei van +/- 100 leden gelukt is. In 2012-2013 pakten we uit met #gold. Voor het eerst wist Hellvoc een gouden statuut voor haar jeugdwerking binnen te halen. Iets waar beide voorgaande clubs afzonderlijk niet in waren geslaagd.
Dit jaar (2013-2014) voelden we in mei dat het individualisme in de club toenam. Het individualisme en het club binnen club gevoel. In de hoop de mensen terug met de neuzen in dezelfde richting te krijgen werd er gekozen voor #team. Amper één maand ver in het nieuwe seizoen blijkt dit een bijzonder netelig woord te zijn. Mensen vereenzelvigen zich door de grootte van de club meer en meer met de eigen ploeg en vooral: kijken eerst naar zichzelf. Al dan niet terecht.
De generatie spelertjes haakt af. Een generatie waar gedurende enkele jaren een gans team van mensen hun Latijn in heeft gestoken, maar waarvan de ouders in vele gevallen géén teamsport hebben gespeeld en dus niet weten dat je in vele gevallen op een bepaalde manier op hen rekent... Jammer.
En ook bij de ‘grotere kinderen’ wordt er afgehaakt. Het feit dat in er deze gevallen -soms- gemaakte beloftes met de voeten worden getreden is dubbel jammer.
De slachtoffers van ‘afhaken’ zijn echter diegene die achterblijven in een ploegsport. Dat besef hebben de ‘achterblijvers’ maar al te goed en kan diegene die het nest verlaten hebben, grof gezegd, geen bal meer schelen. Anders zochten ze wel mee naar een oplossing, al dan niet tijdelijk.
En nu? En nu gebeurt het onvermijdelijke. In plaats van samen te klitten valt de club als los zand uit elkaar. Wordt er door leden, ouders, supporters, ex-leden en -vooral- betere stuurlui aan wal met de vinger gewezen naar een bestuur dat zich uit de naad werkt om gedane zaken toch ongedaan te maken. In plaats van mee een creatieve oplossing te zoeken voor ongewenste problemen. Roept men langs de kant dat het niet mag, maar steekt zelf geen vinger uit. Weeral. Jammer.
Vermoeiend vooral. Vermoeiend voor de mensen die als hobby 24/7 met de hobby van een ander bezig zijn. En laat het vooral die belevers zijn, zij die het luidst schreeuwen en oninwilligbare eisen stellen, die het onbewogen laat wat bestuursleden, trainers, zaalverantwoordelijken, markeurs, arbiters, coaches en zoveel meer verwerken om hen toch maar op een correcte manier aan het sporten te krijgen.
Als die vermoeidheid en de stress te groot wordt gaat het onvermijdelijke gebeuren: implosie. De club implodeert. De dragende structuur brandt op en het kaartenhuisje dat zorgvuldig, maar misschien te snel werd gebouwd om zelfdragend te zijn stort helemaal in elkaar.
Een overtreffend gevoel voor drama hoor ik u denken. Misschien wel. Maar de uitgebluste blik die enkele bestuursleden met zich meedragen doet me ongevraagd denken dat ‘armageddon’ niet té ver meer af is. We moeten IETS doen!
En toch... en toch. En toch staat er -eindelijk- een generatie op met mensen waar we al lang op wachten. Leden, trainers, medewerkers, spelers, bestuursleden waarop we kunnen rekenen. Een bende jonge, en minder jonge honden die iets willen makan van de grootste sportclub van de streek. En al is het niet meer zoals vroeger (oudemanspraat coming up), toen er 100’en uren training werd gegeven voor ‘de hemelsen dauw’. We het nog als een eer beschouwden, net als jeugdbewegingleiders, om training te mogen geven aan kleine ettertjes.
Toch is er een huidige generatie zo zot met z’n vak bezig dat er met plezier centen voor op de plank liggen. Zelfs al wil dat zeggen dat het budget van de clubs in de afgelopen 10 jaar minstens vertwintigvoudigd (x20) is (jawel).
Als er nu één advies is dat ik wil geven: werk autonoom samen! I will dispense my advice (vrij naar Baz Luhrmann). Het is onmogelijk voor een bestuur om alles in handen te houden, te organiseren. Vele handen maken veel werk licht. Wel het is zo ver. Dit moet nu, stante pede, gebeuren.
De nood aan cellen wordt steeds groter. Cellen die samenwerken, autonoom samenwerken onder goedkeurend oog van een kern. Excellent voorbeeld was het damesteam dat de volledige catering in handen genomen heeft van de clubdag. Of wat te zeggen van de materiaalmensen die ervoor zorgen dat iedereen zijn uitrusting heeft. Of de groep die... en... en...
Een groeiende samenwerking onder de trainers, die elkaar dingen kunnen/durven vragen is het volgende in het rijtje. Niet: mijn ploeg (punt). Maar wel: mijn club met mijn ploeg, waar kan ik helpen.
Er zijn maar 24u in één dag... ik reken niet langer hoeveel uur ik gemiddeld per dag in de hobby van een ander steek, maar hoop iets te kunnen doen voor mijn kinderen, zelfs op lange termijn. Opdat zij kunnen ervaren waar ik mee groot geworden ben: een warm nest om te doen wat je graag doet.











