Met nog twee slokken in het glas kijkt hij om zich heen. Na drie bier beweegt alles wat sneller, iedereen om zich heen lijkt scherper te zijn dan hij is. Niks is minder waar. Hij is gefocust. Hij is âon top of his gameâ Terwijl hij de laatste twee slokken uit zijn derde biertje neemt komt er een man aangelopen. De man, volledig in zwart gekleed, loopt met grote passen en zelfverzekerd naar hem toe. De man neemt plaats aan de kruk naast hem, de enige lege plek in de hele kroeg. Een ruimte die zojuist gevuld was met gepraat en gelach valt opeens stil. Alsof iemand per ongeluk op de âmuteâ knop is gaan zitten. âIk ben blij dat je vandaag tijd voor me hebtâ zegt de man in het zwart. âHet zat er al een tijdje aan te komen hĂ©?â Zegt de jongen aan de bar. âIk heb een contract voor je, en die is voor het levenâ Zegt de man in het zwart. âAn offer I canât refuseâ Zegt de jongen aan de bar. âAls je tekent doen we dat met bloed en niet hier.â âZolang ik achteraf een lolly krijg vind ik alles bestâ De mondhoeken van de man in het zwart veroeren niet. âLoop maar meeâ zegt de man zonder enige emotie te tonen. De jongen volgt de man de trap op naar de lege bovenzaal. In de muur zit een zwarte, verroeste deur die er duidelijk eerst nog niet zat. Zonder de deurklink aan te raken laat de man in het zwart de desbetreffende ingang openzwaaien. De jongen stapt de drempel over en loopt een donkere kamer in. In het midden staat een stalen tafel met daarboven één gloeilamp, de enige lichtbron in de kamer.
De man en de jongen nemen plaats aan de tafel.
âVoor 2017 jaar heb ik deze taak gedragen, het is van belang dat je begrijpt dat dit nog 2017 jaar langer had kunnen durenâ zegt de man. âIk begrijp het. Het is allemaal okĂ©â zegt de jongen. De man in het zwart haalt een oud stuk perkament tevoorschijn en legt het op tafel. Daarbij verschijnt een veer met een vlijmscherpe punt uit de binnenzak van de jas van de man in het zwart. âdit perkament draag ik nu over aan jou, mocht je het verliezen dan zit je hier voor eeuwig aan vastâ zegt de man. âEn de veer?â Vraag de jongen zenuwachtig. âIdemâ gromt de man.
De jongen pakt de veer, prikt deze in zijn linker borst en schrijft met het bloed wat aan de veer blijft hangen zijn naam op het perkament. De man in het zwart kijkt hem met grote ogen aan. âNa al die tijdâŠ. na al het gestruin en gesteunâŠ. na alles wat ik heb gezien kan ik eindelijk rusten! De jongen kijkt de man even aan, steekt zijn hand uit en zegt âtot overâŠâŠâ Voordat hij zijn zin kan afmaken pakt de man in het zwart snel de hand van de jongen en verdijnt. De jongen in het zwart staat op, loopt de deur uit, loopt de trap af en gaat op zijn plek aan de bar zitten. Iedereen is diep in gesprek maar hij hoort niks. Alsof iemand per ongeluk op de mute knop is gaan zitten. De jongen besteld een pils en neemt een grote slok.
âEindelijk rustâ Zucht de jongen in het zwart.







