Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan / Louis Couperus
En grootmama is al zo oud⊠Zij hield op, en haar pittige vogelogen staarden, knippend. Het was of zij plots iets had zien schemeren, iets, dat nabijkwam, en zij wilde niet meer spreken⊠Zij wilde zelfs niet wetenâŠ. Een huiverende angst, gemengd met een mist van vage, vage herinnering, wemelde voor haar knippende ogen⊠Zij zou er het zwijgen toe doen. Het was niet goed al te diep door te dringen in de dingen van het verledenâŠ. De jaren gingen voorbij, de dingen gingen voorbij, het was het beste ze rustig te laten voorbijgaan, de zonde te laten voorbijgaan⊠In de zonde loerden de machten van de Hel. In de nieuwsgierigheid loerde de Hel. De Hel loerde, razende Sabbat, in de boeken en albums van Anton⊠Zij loerde in haar moeders verleden⊠Zij loerde nu uit Ina's brandende, brandende nieuwsgierigheid⊠Zij, tante Stefanie, was bang voor de Hel. Zij wilde in de Hemel komen. Zij wilde niet meer, wat er gebeurd kon zijn, weten. En voor de mist van de herinnering sloot zij de knippende ogen, hield ze toe. â Kind, herhaalde zij. Laat ons er niet naar zoeken⊠Zij wilde niets meer zeggen en Ina was zeker, dat tante wist, tante zich minstens wel iets herinnerde. Maar zij kĂ©nde tante Stefanie: als papa, zou zij nu niet spreken. Was zij op haar hoede. O, wĂĄt was het, wĂĄt kon het zijn??
Het geheim is niet dat Ottilie Steyn de onechte dochter is van 'Grootmama' Ottilie Derksz en meneer Takma, of dat haar zoon Charles 'Lot' Pauws en Elly Takma, die zullen gaan trouwen, dus volle neef en nicht zijn. Daar wordt niet over gesproken, maar iedereen in de familie weet het. Er is een veel groter geheim dat de twee nu zo heel oude mensen al zestig jaar, toen minnaars, met zich meedragen. Zij denken dat zij dit geheim meenemen in hun graf - en vrezen voor hun eigen heil in het hiernamaals. Wat zij niet weten, is dat er in de familie meer mensen zijn dit dit weten, maar niet van elkaar, en wiens leven al die tijd in het teken heeft gestaan van die kennis, en die hopen dat het - met de twee negentigjarigen - straks, eindelijk voorbij zal zijn.
Natuurlijk het ik lang geleden, voor het eindexamen Nederlands op de middelbare school, wel eens iets van Couperus gelezen. De Stille Kracht, in mijn geval. Dit boek had ik tot nu toe niet gelezen en ik denk ook niet dat ik er als 17-18 jarige veel mee had gekund. Nu vond ik het verrassend modern. Voor 1910 bevat het een aantal zeer emancipatoire ideeën over relaties en het huwelijk.











