Verlangen naar de maaltijd
Gedachten over Lucas 22:7-23
Doorgaans eten we samen met familie of vrienden. Het kan zijn dat we met ons gezin samen eten. Het kan zijn dat we familie of vrienden uitnodigen om bij ons thuis te komen eten. Het kan ook zijn dat we uit eten gaan met vrienden, of met een vriend of vriendin. Je gaat niet uit eten met een wildvreemde. Je eet doorgaans met iemand met wie je een band hebt.
Het samen eten nodigt uit tot een goed gesprek, contact, tot een gezellig samenzijn. Veel mensen vinden het ook belangrijk samen te eten. Het is doorgaans niet zo dat elk gezinslid eten uit de koelkast pakt en voor zichzelf gaat eten.
Ook in het oude Oosten werd de maaltijd beschouwd als een mogelijkheid tot onderling contact, tot de uitoefening van vriendschap. We kunnen er soms zelfs naar verlangen om met een vriend of vriendin uit eten te gaan. We verlangen naar dieper contact en vriendschap.
Iets dergelijks lezen we ook in Lucas 22. De joden waren gewoon een Paasmaaltijd te houden. Dan vierden ze de bevrijding uit Egypte. Dat feest was en is voor hen belangrijk. Ze vieren het graag met familie en vrienden.
Die maaltijd moet voorbereid worden. Dat lezen we ook in Lucas 22. Jezus stuurt twee van zijn discipelen, Petrus en Johannes, erop uit om de Paasmaaltijd te bereiden. Eerst moeten ze een geschikte ruimte vinden en als ze die gevonden hebben moeten ze de maaltijd klaarmaken. Tot de ingrediënten van de maaltijd hoorden brood, bittere kruiden en een paaslam. De bittere kruiden waren het symbool van de bitterheid van de slavernij in Egypte. Het lam herinnerde aan het bloed dat aan de deurposten gestreken werd, zodat de engel van de dood hun deur voorbij kon gaan.
Zo bereiden Petrus en Johannes de pesachmaaltijd voor. Ja, we mogen ons voorbereiden op de maaltijd met Jezus. We mogen deze maaltijd niet alleen uiterlijk voorbereiden: het klaar zetten van brood en wijn, van de kan en de bekers. Maar we mogen ons ook innerlijk voorbereiden op deze maaltijd, op de ontmoeting met Jezus en de medegelovigen. We mogen er als het ware heen leven, er zelfs verlangen, want het is een bijzonder moment van ontmoeting.
Als Petrus en Johannes de paasmaaltijd hebben klaar gemaakt, gaat Jezus met zijn discipelen aanliggen, zoals toen de gewoonte was. En dan zegt Jezus in onze tekst van vanmorgen: âIk heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreektâ. Wat betekent dit? Jezus wil graag alleen zijn met zijn vrienden, samen met hen eten. Hij voelt Zich met hen verbonden. Ze hebben de afgelopen drie jaar veel met elkaar meegemaakt. Ze trokken het land door en verkondigden de goede boodschap: God ziet naar mensen om. Ze hadden mensen geestelijk bijgestaan, ze hadden diepe gesprekken met hen gehad. Ze hadden zelfs letterlijk stormen doorstaan.
En nu voelt Jezus dat er een eind komt aan zijn bestaan hier op aarde. Zijn dood is nabij. Die dood hangt als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd. Aan de ene kant is dit tragisch: Jezus moet afscheid nemen van zijn vrienden, van zijn discipelen. Aan de andere kant weet Hij: Ik moet de dood ondergaan. Ik moet sterven om God en mens te verzoenen, om vrede te brengen in deze wereld. Dat is mijn opdracht.
Jezus kende de Schriften goed. Daarin was sprake van een zondebok, die op de grote verzoendag door de hogepriester symbolisch beladen werd met de zonden van het volk en de woestijn werd ingestuurd. Daar zou hij sterven.
Welnu, Jezus weet dat dit Hem ook gaat overkomen. Hij is als het ware een zondebok die beladen zal worden met de zonden van de wereld. Zodat die wereld vergeving van zonden kon krijgen, verzoening en vrede. Maarten Luther noemde dat een âvreemde uitruilâ. Voordat dat gaat gebeuren wil Jezus graag nog voor de laatste maal eten met zijn discipelen. Hij heeft er zelfs hevig naar verlangd, zegt Hij in de tekst van vanmorgen.
Voelt u de tragiek van het moment, de beladenheid van Jezusâ woorden, de diepte van dit samenzijn?
Jezus beseft de diepte. Hij zal geen pesachmaal meer eten voordat het koninkrijk van God is aangebroken.
Het koninkrijk van God⊠daar was Hij op uit. Het zou een koninkrijk zijn van vrede en gerechtigheid, waar de mensen dicht bij God zouden leven en dicht bij elkaar. We weten dat we daar nu ver vandaan zijn. De een wil graag de ander overheersen. De god van het geld, de mammon, regeert, het egoïsme, het eigenbelang. We verlangen allemaal naar vrede en gerechtigheid. Om de weg daarheen te wijzen is Jezus gekomen in deze wereld.
Jezus viert de pesachmaaltijd met zijn discipelen, zoals ze dat gewend zijn. De discipelen zijn gelovige joden die in de joods e traditie zijn opgevoed. In die traditie vieren Jezus en zijn discipelen de pesachmaaltijd. Maar Jezus voegt iets aan deze maaltijd toe. Hoe?
Jezus dankt voor het samenzijn. Hij is blij dat Hij nog een laatste maal samen kan zijn met zijn discipelen. Ze delen brood en wijn. Het is niet: ieder voor zich, nee: ze delen. Ze geven de beker aan elkaar door. Ze geven het brood aan elkaar door. Het is een teken van het koninkrijk: geven en delen. Gebeurde dat maar meer in deze wereld. Wat zou die wereld er dan anders uitzien!
Maar voor Jezus is deze maaltijd niet alleen een herdenken van de bevrijding uit Egypte. Het is meer. Hij wijst naar Zichzelf. Als hij het brood uitdeelt, zegt Hij: âDit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordtâ. Het brood symboliseert zijn lichaam dat Hij zal geven. Hij zal sterven voor de zonden van de wereld.
En als Hij de beker pakt, zegt Hij: âDeze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordtâ. Weer diepgaande woorden, vol symboliek. Zoals het bloed van het lam, dat geslacht werd, een teken was van het verbond van God met zijn volk â zo is het bloed van Jezus, dat vergoten wordt aan het kruis, het teken van een vernieuwd verbond van God met zijn volk. God wil zijn liefde voor deze wereld opnieuw, indrukwekkend en symbolisch, duidelijk maken.
Maar we weten ook dat sinds Jezus de hele wereld nog meer in het vizier van God gekomen is dan ze al was. Jezus is gekomen niet alleen gekomen voor IsraĂ«l, maar voor de hele wereld, voor u, jou en mij. Dat mogen we ook vieren aan het avondmaal. Want we doen vanmorgen wat Jezus gezegd heeft: âDoe dit telkens opnieuw, om Mij te gedenkenâ.
We mogen als gelovigen telkens opnieuw het avondmaal vieren om te denken aan het verlossend lijden van Jezus onze Heer. We mogen dat doen, tot Hij terugkomt aan het einde van de tijden. Dan mogen we met Hem de bruiloft van het Lam vieren. In het laatste Bijbelboek, Openbaring, lezen we: âGelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigdâ. Ja, God nodigt ons uit voor de maaltijd, met Jezus, met elkaar. Het is een bijzonder, intiem moment, als we denken aan wat Jezus voor ons gedaan heeft , als we brood en wijn delen. Ja, we mogen verlangen naar dit moment, midden in een koude en kille wereld.